Home Blog Pagina 338

De geschiedenis van de Super Bowl

0

Het is 1958. De NFL bestaat ongeveer 38 jaar en is traag maar gestaag een begrip geworden in de VS. De Championship Game tussen de Baltimore Colts en de New York Football Giants lokt maar liefst 45 miljoen tv-kijkers. Zakenmannen vanuit heel het land willen hun graantje meepikken van deze groeiende business. De top van de NFL wil echter van geen uitbreiden weten. Zij willen hun clubje zo exclusief mogelijk houden en dus zagen de afgewezen eigenaars geen andere optie dan om de concurrentie aan te gaan met hun eigen competitie. De American Football League was geboren. De drijvende kracht achter de nieuwe competitie was Lamar Hunt, eigenaar van de Dallas Texans (die later de Kansas City Chiefs werden).

Lamar Hunt, oprichter van de Kansas City Chiefs en verantwoordelijk voor de naam “Super Bowl”.

De AFL was meteen een succes en toen de New York Jets er in 1965 in sloegen om superster Joe Namath te recruteren uit de universiteit van Alabama, besefte men bij de NFL dat het hier niet om een tweederangs competitie ging. Beide competities wilden geen oorlog om de Amerikaanse televisiekijker en op 8 juni 1966 werd een fusie van de competitie aangekondigd. Het eerste seizoen van de “nieuwe” NFL zou pas in 1970 plaatsvinden, maar vanaf 1966 werd al wel een jaarlijkse kampioenschapswedstrijd georganiseerd tussen het beste team uit de NFL en het beste team uit de AFL. Lamar Hunt – weer hij – stelde voor om deze wedstrijd de Super Bowl te gaan noemen. “We vinden nog wel een betere naam”, zei hij gekscherend tegen toenmalig NFL-commissioner Pete Rozelle.

HET BEGIN: VAN INITIEEL EVENWICHT NAAR DOMINANTE AFC

Op 15 januari 1967 was het zover. De allereerste Super Bowl vond plaats in het Los Angeles Coliseum tussen de Green Bay Packers van de NFL en de Kansas City Chiefs uit de AFL. De Packers, onder leiding van de legendarische coach Vince Lombari, won makkelijk met 35-10. Ook de tweede Super Bowl ging naar de Packers; opnieuw met een dominante prestatie: het werd 33-14 tegen de Oakland Raiders. De vrees bestond dat de NFL te goed was en altijd zou domineren, maar in Super Bowl III was de AFL aan de beurt. Joe Namath dirigeerde zijn New York Jets naar de winst tegen de Baltimore Colts. Ook de twee daaropvolgende Super Bowls gingen naar een AFL/AFC-team: respectievelijk de Kansas City Chiefs en de Baltimore Colts (intussen van conferentie gewisseld).

Het was een bewijs dat de teams uit de AFL wel degelijk konden wedijveren met de teams uit de NFL. Meer zelfs, tussen 1969 en 1981 gingen maar liefst 11 van de 13 Super Bowls naar een team uit de AFC. De Pittsburgh Steelers waren de grote slokop met vier kampioenschappen, terwijl ook de Miami Dolphins en de Oakland Raiders twee titels in de kast mochten zetten. Intussen had ook de trofee een naam gekregen. Na de dood van legendarische coach Vince Lombardi in 1970, besliste de NFL om de beker de Vince Lombardi Trophy te noemen. Hij had die eer zeker verdiend met twee Super Bowl-zeges en drie NFL-kampioenschappen daarvoor.

Vince Lombardi
Vince Lombardi, winnaar van twee Super Bowls met de Green Bay Packers. Vanaf Super Bowl V kreeg de trofee voor de winnaar zijn naam.

DE JAREN 80: NFC AAN DE MACHT

In de jaren 80 veranderde het beeld. De San Francisco 49ers, onder aanvoering van Joe Montana, wonnen maar liefst vier Super Bowls in negen seizoenen. In 1985 kwam daar ook nog eens Jerry Rice bij. Rice werd snel een superster en is tot op de dag van vandaag nog steeds houder van menig record, waaronder meeste recepties (1.549), meeste receiving yards (22.895), meeste touchdown recepties (197) en meeste seizoenen met 1.000 of meer receiving yards (14). Ook de Washington Redskins, de New York Giants en de Chicago Bears, allemaal uit de NFC, domineerden de jaren 80. Bij de Bears zorgde de zege in Super Bowl XX voor een heropflakkering van de bijnaam Monsters of the Midway. De Bears-defensie raasde dat seizoen door de play-offs met twee shut-outs en de Bears vermorzelden de New England Patriots in de finale met 46-10.

De Chicago Bears tillen coach Mike Ditka op hun schouders na hun overwinning in Super Bowl XX. AP Photos

Ook in het volgende decennium was de NFC de dominante conference. Het nieuwe topteam was in dit decennium de Dallas Cowboys. In 1989 had Jerry Jones de franchise gekocht en hij boetseerde aan een team dat tussen 1991 en 1995 drie Super Bowls won. De sterren van het team waren quarterback Troy Aikman en running back Emmitt Smith, beiden ook beloond met een Super Bowl MVP-trofee. Wie het echter over de jaren negentig heeft, kan ook niet om de Buffalo Bills heen. De Bills waren zeker in het begin van dat decennium een formidabele ploeg en ze bereikten vier keer op een rij de Super Bowl. Quarterback Jim Kelly staat nog steeds op de vijfde plek voor gelukte passes in de geschiedenis van de Super Bowl, maar kon nooit de Lombardi Trophy in de lucht steken. Nooit eerder was er een team dat vier keer op rij de Super Bowl bereikte en verloor. Tot op heden is er geen enkel team die deze prestatie wist te evenaren.

2000: EEN DYNASTIE IN NEW ENGLAND

Vlak voor de eeuwwisseling speelde John Elway zich in de geschiedenisboeken met twee Super Bowl-overwinningen bij de Denver Broncos. De Broncos wonnen twee opeenvolgende keren, met eerst de onnavolgbare Terrell Davis en vervolgens Elway zelf als MVP. Davis, die achteraf verklaarde dat zijn zicht troebel was vanwege een migraineaanval, rende drie touchdowns binnen in Super Bowl XXXII, een record dat tot op vandaag nog in de tabellen staat.

In 2001 kondigde zich een nieuw tijdperk in de NFL aan. Weinigen wisten het op dat moment, maar het moment dat Tom Brady de fakkel overnam under center bij de New England Patriots braken twee decennia van ongezien succes aan voor Brady en zijn Patriots. Brady won zijn eerste Super Bowl, alsook zijn eerste Super Bowl MVP, op 3 februari 2002. Hij zou in de komende drie seizoenen nog twee Super Bowls en een Super Bowl MVP aan zijn trofeeënkast toevoegen. Daar bleef het echter niet bij. Met Tom Brady als quarterback en Bill Belichick als coach bereikten de Patriots een fenomenale negen keer de Super Bowl. Daarvan wonnen ze er zes, de laatste keer was Super Bowl LIII tegen de Los Angeles Rams. In 2020 zocht Tom Brady nieuwe, warmere oorden op en tekende hij bij de Tampa Bay Buccaneers. Hij blijft echter een winnaar en zal binnen een goeie week in zijn tiende (!) Super Bowl aantreden. Hoe het Brady daar vergaat, zal je uitgebreid op onze website kunnen lezen.

EEN PERFECT SEIZOEN ZONDER APOTHEOSE

Super Bowl XLII in het Raymond James Stadium moest het klapstuk worden op een tot dan perfect seizoen van de New England Patriots. Met Tom Brady en Randy Moss hadden de Patriots misschien wel de sterkste aanval allertijden en het leek slechts een formaliteit dat ze ook de New York Giants klein zouden krijgen in de Super Bowl. De Giants konden de Patriots echter in bedwang houden en onder meer via de historische helmet catch van David Tyree, verrasten ze New England. De Patriots verloren slechts één wedstrijd dat seizoen, maar wel de allerbelangrijkste. Eli Manning en de Giants zouden trouwens het spreekwoordelijke kryptoniet van de Patriots vormen. In Super Bowl XLVI was Eli Manning nogmaals de betere en won hij zijn tweede Super Bowl.

Vanaf 2010 is de balans tussen de AFC en de NFC helemaal teruggekeerd. Het afgelopen decennium werden de titels netjes verdeeld tussen beide conferences, vijf elk. De meest memorabele van het vorige decennium was wellicht Super Bowl LI, waarin de New England Patriots een achterstand van 28-3 goedmaakten tegen de Atlanta Falcons en in overtime nog de zege pakten. Daar won Tom Brady zijn vierde Super Bowl MVP, een nieuw record.

MEER DAN EEN FOOTBALL WEDSTRIJD

De Super Bowl is meer dan de finale van een NFL-seizoen. Wat er zich buiten het veld en tussen de plays door afspeelt, is minstens even belangrijk. Het zingen van het volkslied, de halftime show en natuurlijk de commercials, ze zijn allen onmisbare bouwstenen die van de Super Bowl het grootste sportspektakel op aarde maken. Die commercials, daar mogen we vooral Steve Jobs en Apple dankbaar voor zijn. In 1984, tijdens Super Bowl XVIII, werd een legendarische reclame voor de Macintosh computer de wereld ingestuurd. De spot zou slechts één keer ooit op nationale tv worden uitgezonden. De traditie van grootse commercials was ingezet en zou nooit meer weggaan. We hadden het eerder deze week al over deze en andere commercials, alsook onze favoriete halftime shows en top-vijf bizarre momenten!

De Super Bowl resideert de afgelopen jaren steevast bovenaan de rangschikking van meest bekeken programma’s in de VS. Al vanaf de introductie van de eerste Super Bowl vonden miljoenen Amerikanen de weg naar hun televisietoestel en de kijkersaantallen bleven jaar na jaar stijgen. Waar Super Bowl I nog werd bekeken door ongeveer 50 miljoen Amerikanen, was dat aantal bij Super Bowl XLIII verdubbeld tot 100 miljoen. De meest bekeken Super Bowl ooit was Super Bowl XLIX, waar de Patriots de maat namen van de Seattle Seahawks. 114 miljoen mensen zagen die avond hoe Pete Carroll de bal niet aan beastmode Marshawn Lynch gaf op de 1 yardlijn om de wedstrijd alsnog te winnen voor Seattle.

Sinds 2010 dook het kijkersaantal nog slechts één keer onder de 100 miljoen, bij de zesde en (voorlopig?) laatste Super Bowl zege van Tom Brady tegen de LA Rams. De verwachting is dat op zondag 7 februari 2021, wanneer de Kansas City Chiefs het opnemen tegen de Tampa Bay Buccaneers, de kijkcijfers opnieuw vlot boven de 100 miljoen zullen schieten. Wie wil immers het titanenduel tussen de G.O.A.T. Tom Brady en de opkomende superster Patrick Mahomes missen?

Bron cover photo: Jamie Squire/Getty Images

SportAm NBA MVP Ladder: LeBron James leidt de dans

0

Het NBA seizoen is voor één kwart gespeeld. Van de 2160 wedstrijden zijn er 510 afgerond. Alle teams hebben hun spelers aan het werk gezien, verschillende line-ups getest en nieuwe spelers geïmplementeerd. Coaches hebben de kans gehad de teams te vormen naar hun spelbeeld.

We zijn op een punt gekomen waar we de beste spelers van de league kunnen beoordelen. Welke toppers leiden hun team naar de beste plaats in de standings? Wie kan een wedstrijd naar zijn hand zetten en de tegenstanders de moed in de schoenen doen zinken? Het is de hoogste tijd voor de eerste SportAmerika MVP ranking van het seizoen!!


#1 LeBron James | Los Angeles Lakers

25.2 pts / 7.9 reb / 7.4 ast / 49.7% FG / 41.2% 3FG


De Los Angeles Lakers bewijzen to nu toe dit seizoen wederom dat zij de gedoodverfde titelfavoriet zijn. Ze staan bovenaan in de standings met een 14-5 record. De Lakers behoren tot de best verdedigende teams in de league en aanwinsten Marc Gasol, Dennis Schröder en Montrezl Harrel hebben zich moeiteloos en enorm snel aangepast. De selectie is mede hierdoor nog sterker dan vorig jaar, met meer ervaring en aanvallende mogelijkheden.

Absolute aanjager van dit hongerige team is LeBron James. Zijn statistieken zijn goed, maar niet mind-blowing. Soms lijkt het alsof hij rustig aan doet, vooral verdedigend. Wat maakt hem dan toch de #1?

Ten eerste omdat hij 36 jaar oud is. Op deze leeftijd is het hem gelukt om zijn spel te verbeteren. Vorig jaar schoot hij nog 34.8% van zijn driepunters raak. Dit seizoen is dat toegenomen tot 41.2%. Hij heeft zijn fade-away jumper geperfectioneerd en gebruikt deze als go-to schot. Ten tweede omdat hij op het juiste moment, wanneer hij dat wil, een wedstrijd naar zijn hand kan zetten. Met zijn ervaring weet hij precies wanneer hij een tandje (of twee) bij moet schakelen om het verschil te maken, zowel aanvallend als verdedigend.

Fysiek is James nog altijd in uitstekende conditie. Ouderdom lijkt (nog) geen vat op hem te hebben en vorig seizoen heeft hij bewezen dat de playoffs het moment zijn om echt te schitteren. Het lijkt er sterk op dat James op een missie is om iedereen te bewijzen dat hij niet voor niets “the King” is en dat hij de erkenning verdient.


#2 Joel Embiid | Philadelphia 76ers

27.7 pts / 11.5 reb. / 2.7 ast / 55.9% FG / 40.5% 3FG


Eindelijk weer een center die serieus mee doet om MVP te worden. De laatste keer dat een center werd verkozen tot MVP van de NBA was in 2000. Toen won Shaquille O’Neal de trofee.

De Philadelphia 76ers leiden de Eastern Conference en hebben in de wedstrijden met Embiid pas twee keer verloren. Het lijkt erop dat coach Doc Rivers en general manager Daryl Morey het team over een drempel hebben geholpen. Aanwinst Seth Curry en Tobias Harris renderen uitstekend in het nieuwe aanvallende systeem. Het is alleen de vraag hoe Ben Simmons in het plaatje past. Verdedigend is hij misschien wel de beste guard, maar aanvallend klikt het nog steeds niet met Joel Embiid.

Het hele systeem draait om Embiid. Aanvallend neemt hij vaak positie op de kop van de bucket. Van daaruit kan hij met zijn veelzijdige skills alle kanten op. Een step-back driepunter, een drive naar de basket, een jumper, een pick and roll of een post-up. Zijn aanvallende arsenaal is zo onvoorspelbaar dat het heel moeilijk is om hem af te stoppen.

Verdedigend is hij een zogenoemde “rim-protector”. Schotpogingen rondom de basket hebben minder kans van slagen met Embiid rondom de basket. De Sixers scoren met Embiid in het veld +12.3 punten (per 100 keer balbezit). Zodra hij gaat zitten is dat puntenverschil -6.2. Met zijn lengte van 2.13 meter beïnvloedt hij alle schoten van dichtbij.

De 26-jarige Embiid heeft alles om de meest dominante speler in de league te worden. Dit seizoen bewijst hij conditioneel sterker te zijn. Daardoor kan hij nog meer zijn stempel op een wedstrijd drukken. Het team is helemaal op hem afgestemd. Als hij zich in dit tempo blijft ontwikkelen is het alleen nog maar de vraag wanneer hij MVP wordt.


#3 Nikola Jokic | Denver Nuggets

25.4 pts / 11.9 reb / 9.3 ast / 56.3% FG / 34% 3FG


Inderdaad, nog een center die zeer dominant aanwezig is. De Denver Nuggets waren vorig jaar de grote verassing in de playoffs door de Utah Jazz en Los Angeles Clippers te verslaan na een 3-1 achterstand. In de Western Conference finale tegen de Lakers was de pijp leeg en werd er met 4-1 verloren. Ze hadden aangetoond over ontzettend veel mentale veerkracht te beschikken. Jamal Murray was buitengewoon goed, maar de sterkhouder van de Nuggets was (en is) toch echt Nikola Jokic.

De Servische center speelt dit seizoen vaker als spelverdeler en heeft aanvallend grote progressie geboekt. Vorig seizoen was hij goed voor 19.9 punten per wedstrijd. Dit seizoen scoort hij gemiddeld 25.4 punten per duel. Zijn assists zijn toegenomen, net als zijn schotpercentage. Over de hele linie is hij efficiënter geworden.

Jokic moest noodgedwongen meer aanvallende taken op zich nemen, omdat Jamal Murray nog niet de vorm van vorig seizoen heeft en Michael Porter Jr geblesseerd was. Beide spelers lijken op de weg terug en sindsdien hebben de Nuggets vijf wedstrijden op rij gewonnen. De last die Jokic heeft moeten dragen lijkt verminderd, wat je ook terugziet in de statistieken. Zo heeft hij tijdens deze serie niet eenmaal in de dubbele cijfers assists gegeven.

Het moet een geruststellende gedachte zijn dat, als het erop aankomt, Jokic in staat is om de verdediging van de tegenstander compleet te ontmantelen. Zijn overzicht als hij de bal heeft, geduld om de juiste keuzes te maken en zijn scorend vermogen hebben al heel wat teams tot wanhoop gedreven. Hij is een unieke speler die zijn team op een prachtige manier laat spelen. Een center die bijna een triple-double per wedstrijd noteert is goud waard voor zijn team.

Jokic geeft de Rockets het nakijken

#4 Kevin Durant | Brooklyn Nets

30.5 pts / 7.5 reb / 5.5 ast / 51.8% FG / 44.8% 3FG


De Brooklyn Nets hebben een heel seizoen moeten wachten tot ze hun droom-duo in actie konden zien. Kyrie Irving speelde dat jaar maar 20 wedstrijden voor hij zich liet opereren aan zijn knie. In de tussentijd was Kevin Durant aan het herstellen van een gescheurde achillespees. Iedereen vroeg zich af of hij in staat was om op zijn oude niveau terug te keren…

In de eerste negen wedstrijden van het jaar, waarvan zes met Irving, zagen we een fitte, sterke Durant. Het lijkt erop dat hij niet wordt gehinderd in zijn mobiliteit en dat hij uitstekend is hersteld van de blessure.

Tijdens deze eerste serie wedstrijden werd al snel duidelijk dat Durant nog altijd één van de beste schutters is in de NBA. Met zijn lengte van 2.08 meter is zijn jumpshot extreem effectief en moeilijk te verdedigen. Hij heeft niets ingeleverd qua explosiviteit als hij voor een drive naar de basket gaat. Daarnaast komt hij verdedigend ook sterk voor de dag. En juist die verdediging kan wel eens heel belangrijk worden voor de Nets.

Met de komst van James Harden hebben de Nets de MVP van 2018 en mogelijke concurrent voor de award binnengehaald. De samenwerking tussen Harden en Durant verloopt gelukkig heel soepel. Het duo weet elkaar feilloos te vinden. Criticasters waren bang dat de “Big Three” niet goed samen konden spelen, maar tot nog toe zit het aanvallend wel goed.

Als Durant zich verdedigend weet te onderscheiden ten op zichtte van Harden en Irving, heeft hij een kans om MVP te worden, maar voor hetzelfde geldt zijn de prestaties van zijn teamgenoten dermate goed dat zij elkaars kans op de award tenietdoen.


#5 Luka Dončić | Dallas Mavericks

27.3 pts / 9.8 reb / 9.9 ast / 45.8% FG / 28.4% 3FG


Vorig seizoen leidde Dončić de Dallas Mavericks voor het eerst in vier jaar naar de playoffs. De first round-serie tegen de Clippers werd met 4-2 verloren. Paul George en Kawhi Leonard wisten hem aan banden te leggen. Gedurende het reguliere seizoen maakte hij grote indruk als leider van de beste aanval in de league.

Tot nog toe hebben de Mavericks een slechte start van het seizoen. Spelers als Kristaps Porzingis, Maxi Kleber, Dorrian Finney-Smith en nieuwe aanwinst Josh Richardson hebben veel wedstrijden gemist. Het team is zoekende naar de chemie van vorig jaar.

De 21 jarige Sloveen heeft daarentegen slechts één wedstrijd gemist en gaat verder waar hij vorig jaar is gestopt. Hij leidt de NBA in triple-doubles met zes uit 16 wedstrijden. Elke avond neemt hij het voortouw om zijn team naar winst te leiden, maar in je eentje kom je er niet. Het is te hopen dat de Mavs snel op volle oorlogssterkte geraken en Dončić daardoor meer ruimte krijgt om te excelleren. Tegenstanders kunnen nu al hun focus op hem richten en daardoor de aanval ontregelen. Fysiek wordt het op deze manier ook een uitputtingsslag.

De skill-set die hij telkens weer laat zien maakt hem tot één van de beste spelers in de NBA. Hij wordt regelmatig vergeleken met Magic Johnson. Als je naar hem kijkt ziet zijn spel er soms traag uit, maar toch is hij zijn tegenstanders altijd een stap voor. Voor een speler van zijn leeftijd heeft hij extreem veel zelfvertrouwen, rust en overzicht in zijn spel. Fysiek is hij ook nog eens groot en sterk gebouwd, wat al snel tot verdedigende mismatches leidt.

Als de Mavs het lek boven hebben zullen de statistieken van Dončić weer toenemen. Het aantal triple-doubles zullen je weer om de oren vliegen. Er moet wel iets voor gebeuren, maar Luka blijft een fenomeen op het veld.


En dan deze nog….


De regerend MVP en verdediger van het jaar, Giannis Antetokounmpo, scoort iets minder, schiet wat slechter, pakt wat minder rebounds, maar domineert evengoed dagelijks op het veld. Na twee opeenvolgende MVP-verkiezingen ligt de lat misschien wel te hoog dit jaar. Daarnaast hebben de Milwaukee Bucks nog geen lekker ritme gevonden en zijn ze verdedigend niet zo sterk als vorig seizoen. Het is dan ook raar om te zien dat Giannis, in bijvoorbeeld een wedstrijd tegen de Nets, Jeff Green staat te verdedigen in plaats van Durant of Harden.

In Los Angeles lopen de Clippers weer tegen de eeuwige concurrent, de Los Angeles Lakers, op te boksen. Vorig seizoen verprutste de Clippers een 3-1 voorsprong tegen de Nuggets, waardoor een playoff-matchup vs LeBron en co niet to stand kwam. Dit jaar hebben de Clippers een nieuwe head coach en heeft Paul George zijn contract verlengd. Zowel George als teamgenoot Kawhi Leonard draaien dit jaar op volle toeren. Beide spelers zijn uitmuntende verdedigers en aanvallend schieten zij beter als nooit tevoren. Vooral het driepunt-percentage van George valt ontzettend op. Hij is goed voor 48.8% 3FG. Leonard ontpopt zich intussen tot aanvallend distributeur met 5.7 assists per wedstrijd tegenover maar 1.7 turnovers per duel. Stiekem spelen de Clippers een ontzettend goed seizoen. Het is te hopen dat de Lakers en Clippers elkaar dit seizoen wel treffen in de playoffs. Dat wordt gegarandeerd een spektakel.

Marcio Jose Sanchez/Associated Press

NFL 4-on-4: teams, coaches en quarterbacks

0

Met de Super Bowl op komst is het seizoen zo goed als ten einde. Daarom blikken we in deze NFL 4-on-4 terug op 2020/2021 en kijken we een klein beetje vooruit naar 2021/2022. Welk team viel tegen? Welk team verraste ons? Welke kersverse head coach gaat direct potten breken met zijn nieuwe team? En welke quarterback maakt de meest verrassende move? Lees het hier!

Coverfoto: Karen Warren/Houston Chronicle

That Year In Baseball: eindelijk succes voor het ‘Team of the 90s’ (1995)

0

In het jaar dat Dutchbatters lijdzaam moesten toezien hoe Servische troepen de moslimbevolking van Srebrenica uitroeide, Ajax de Champions League won en het Verdrag van Schengen in werking trad, krabbelde de Major League op van een meer dan 200 dagen durende staking. Onenigheid tussen MLB en de spelersvakbond over de CAO waren in de zomer van 1994 spaak gelopen en de spelers hadden zich genoodzaakt gevoeld de knuppels neer te leggen.

WAT VOORAF GING

Het honkbalseizoen verliep nog wel zo mooi in ’94. Er dienden zich enkele spannende pennant races aan, de helaas veel te vroeg overleden Tony Gwynn leek voor het eerst sinds Ted Williams de magische grens van de .400 te kunnen slechten en Kenny Lofton had al 60 gestolen honken op de teller staan. Met Ken Griffey Jr. herbergde de sport bovendien weer eens een idool die ook tot de verbeelding sprak van een jonge generatie. Last but not least had ene Michael Jordan de overstap van de NBA naar de minor leagues gemaakt en wist hij zelfs de cameraploegen naar een lager niveau af te laten reizen. Genoeg ingrediënten dus om een gloriejaar in te luiden, maar het zou allemaal in teleurstelling eindigen.

TRISTESSE IN MONTREAL

In Montreal wordt de beslissing van de spelers tot op de dag van vandaag betreurd. De organisatie dacht kans te maken op het eerste kampioenschap in haar bestaan — en daarmee de derde titel op rij naar Canada te halen. Hoewel dat achteraf natuurlijk nooit met zekerheid te zeggen is, stonden de Expos er wel goed voor en beschikte men over een bijzonder sterk team. Manager (en pater familias van een Dominicaanse honkbaldynastie) Felipe Alou had naast zijn eigen zoon Moises de beschikking over absolute toptalenten in de jonge Pedro Martinez, Cliff Floyd en Wil Cordero, met daarnaast enkele meer gearriveerde sterren als Larry Walker en Marquis Grissom.

De ‘Canadezen’ beheersten alle facetten van het spelletje. Als Martinez niet op de heuvel stond, kon Alou senior kiezen voor Ken Hill of Jeff Fassero en het closers-tandem Mel Rojas en John Wetteland was prima in staat om wedstrijden in de laatste innings op slot te gooien. De Expos hadden het beste record van de major leagues, toen er op 12 augustus vroegtijdig een einde kwam aan het seizoen en er voor het eerst in 90 jaar — dus inclusief de oorlogsjaren — geen Fall Classic zou plaatsvinden. Bij de herstart van het honkbal, acht maanden later, was bijna de helft van de genoemde namen uit Quebec vertrokken en een paar jaar later zou de gehele organisatie volgen.

HOMERUNS!

De staking werd niet op prijs gesteld door de fans, die hun gewezen helden maar overbetaalde en verwende nesten vonden. In hun ogen was het een gotspe dat de miljonairs moeilijk gingen doen over arbeidsvoorwaarden. De pers liet zich maar wat graag meevoeren in dit frame van de eigenaren, die de problemen puur op het conto van de spelers schoven. Men publiceerde zelfs de salarissen van de grootverdieners. Het waren kolen op het vuur en er dreigden lege stadions op de spelers te wachten wanneer het spel hervat zou worden.

MLB moest dus aan zijn imago werken en vond de oplossing in een oud playbook uit 1920: homeruns! Die brengen zelfs de meest teleurgestelde supporters weer terug het stadion in. Waar je in de jaren 80 met 43 homeruns zeker was van de homeruntitel, veranderde dat een decennium later volledig. Tussen de herstart van de competitie in ‘95 en de 73 homeruns van Barry Bonds in 2001 slaagden acht spelers erin 50 of meer homeruns te slaan.

In zes jaar waren dat er bijna net zoveel als in de gehele geschiedenis bij elkaar (11) en een verviervoudiging van het aantal dat daar in de dertig jaar voor deze krachtsexplosie in geslaagd was (Big Red Machines George Foster in ‘77 en Cecil Fielder in ‘90). Dat dit met behulp van prestatiebevorderende injecties gebeurde, werd maar even oogluikend getolereerd — tot een aantal jaren later die bom barstte en opnieuw een schandaal de sport op haar grondvesten deed schudden.

NIEUWE OPZET

Omdat het dispuut tussen de eigenaren en de spelers tot in het nieuwe jaar geduurd had, kon de competitie pas halverwege april in gang schieten. Een jaar eerder was de nieuwe indeling van de competitie, waarin beide leagues nu over niet twee maar drie divisies bestonden, geïntroduceerd. De kennismaking met de veranderde opzet van het postseason, met daarin een divisional series, was door de staking ook een jaar uitgesteld. Voor het eerste zouden uit beide leagues vier teams playoffs spelen, de divisiewinnaars en een wild card.

NL EAST

De Expos waren dus aardig wat slagkracht kwijtgeraakt, terwijl hun concurrent uit Atlanta met het aantrekken van oud-Expo Grissom juist een behoefte hadden bevredigd. Naast power (Fred McGriff, Ryan Klesko en Chipper Jones) in hun lineup en een geweldige pitching staff (met onder anderen de drie aces Greg Maddux, Tom Glavine en John Smoltz), hadden ze nu ook snelheid aan hun arsenaal toegevoegd. Het Team of the Nineties was vooraf de te kloppen ploeg in de National League en kende ook een uitstekende start van het seizoen.

In de NL East werd de mannen van Bobby Cox geen strobreed in de weg gelegd. Vanaf dag voerden ze de divisie aan en ze zouden het verkorte seizoen eindigen met een voorsprong van 21 games op zowel de New York Mets als de Philadelphia Phillies, die ex aequo op de tweede plek eindigden met een winstpercentage van .479, twee overwinningen voor op de Florida Marlins en drie op de Expos.

NL WEST

Na het wegvallen van de Expos zouden de jonge Colorado Rockies wel eens Atlanta’s belangrijkste uitdager in de National League kunnen zijn. Ze hadden die winter de overstap gemaakt uit het Mile High Stadium naar Coors Field en de selectie herbergde enkele gevaarlijk slagmannen. Vlak voor de start van het seizoen konden zij Walker toevoegen aan het aanwezige talent. Met Andres Galarraga, Vinny Castilla, Dante Bichette en Walker zouden er maar liefst vier Rockies in dit verkorte seizoen meer dan 30 homeruns slaan. Op de heuvel was de ploeg echter beduidend minder bedeeld.

Daarnaast mochten de Los Angeles Dodgers hopen op een stunt. Aan het begin van de jaren 90 hadden zij de Rookie of the Year-awards aaneen geregen met Eric Karros, Mike Piazza en Raul Mondesi, maar naast de jonkies ontbrak het de organisatie aan sterke slagmannen en op papier leken ze niet meer dan een outsider. Dat was buiten de nieuwe rookie aan het firmament — en de uiteindelijk vierde opeenvolgende winnaar van de RoY-Award — gerekend. Sinds Fernando Valenzuela zou er namelijk weer eens een honkbalmania door LA razen.

NOMO MANIA

Hideo Nomo maakte in ‘95 zijn debuut in de Major League. Hij was daarmee de eerste Japanner die de overstap naar de Major League maakte en halverwege het seizoen mocht hij ook als eerste speler uit zijn land deelnemen aan de All Star Game. Zijn Dodgers waren op dat moment nog altijd in de achtervolging op de Rockies, die van geen wijken wilden weten. In juni bevond de club zich nog onder de .500 op ruime achterstand van Colorado. Naast Nomo mania sloeg de gekte in LA ook toe in augustus, toen een wedstrijd moest worden gestaakt, omdat dronken Dodgers-fans het niet eens waren met scheidsrechterlijke beslissingen en ballen het veld op begonnen te gooien.

NL CENTRAL

Ook Barry Larkin en co waren een geduchte uitdager in de National League. De Cincinnati Reds hadden in ’90 de World Series gewonnen en leken meer dan ooit in staat dat kunstje te herhalen. Benito Santiago was één van de betere catchers van zijn generatie en Reggie Sanders en Ron Gant kenden dat jaar een geweldig seizoen. In Jose Rijo en David Wells hadden ze bovendien twee pitchers met succesvolle loopbanen in hun midden, maar het zou eendagsvlieg Pete Schourek zijn dit jaar uit zou groeien tot de beste werper in Cincinnati.

Toch leek dat allemaal nog niet zo vanzelfsprekend aan het begin van het seizoen. De ploeg kende een valse start, waarin het de eerste zes wedstrijden verloor en pas op 2 mei haar eerste overwinning boekte. Vanaf juni waren ze echter ongenaakbaar in de NL Central en bleven steeds verder weglopen bij de concurrenten uit Chicago en Houston.

AL EAST

Ook in de American League, waar een jaar eerder de Chicago White Sox en New York Yankees op weg leken naar de playoffs, verschoven de verhoudingen. In Boston moest Jose Canseco in het nieuwe seizoen een koningskoppel gaan vormen met slugger Mo Vaugh. Mike Greenwell was op slechts 31-jarige leeftijd al lang niet meer de speler die hij ooit geweest was, maar met de twee gevreesde slagmannen en de verrassende John Valentin voor hem, vond hij een stukje van zijn oude vorm terug. Met knuckleballer Tim Wakefield en de legendarische Roger Clemens kon men ook van de rotatie het nodige vuurwerk verwachten.

Al vroeg in het seizoen sloegen de Bostonians een gat met hun rivalen uit New York. De Pinstripes, die hoopten hun sterspeler Don Mattingly voor het eerst in zijn carrière naar de playoffs te brengen, zouden dit verschil nooit meer overbruggen en konden zich opmaken voor een spannende strijd om de eerste American League Wild Card. Met het team dat uiteindelijk de strijd om de AL West tussen de Seattle Mariners en de toen nog California Angels zou verliezen, moesten ze uitvechten wie er als vierde de playoffs in zou gaan.

AL WEST

De Seattle Mariners waren de rijzende ster in de American League. Met Randy Johnson en Griffey Jr. konden ze twee van honkbals meest aansprekende sterren in actie zien in de noordwestelijke stad. De organisatie die nog nooit een World Series bereikt had, mocht eindelijk dromen van honkbal tot diep in oktober. Met Jay Buhner, Edgar en Tino Martinez, Norm Charlton en Jeff Nelson was de supporting cast ook niet misselijk. Tel daarbij op de net gedebuteerde Alex Rodriguez en je hebt een vrij aardig gezelschap bijeen.

Het begin van het seizoen beloofde echter weinig goeds voor de Washingtonians. Wanneer augustus aanbrak en de andere divisie in een definitieve plooi leken te zijn gevallen, bleef de club nog middenin de AL West steken met een record onder de .500. Een gebroken pols hield de belangrijke Griffey aan de kant en de jonge Rodriguez, die een jaar eerder al even had mogen ruiken aan het echte werk, stond nog te popelen om overgeheveld te worden.

AL CENTRAL

De favoriet in de American League was echter Cleveland. Albert Belle, Jim Thome, Eddie Murray, Manny Ramirez, Kenny Lofton, Orel Hershiser, Dennis Martinez, Jose Mesa: de selectie van de Indians las als een who’s-who van het honkbal uit de jaren ’80 en ’90. Net als zoveel van hun concurrenten had ook Cleveland een speler van de Expos overgenomen, al ging dat in dit geval indirect via een kort verblijf van Ken Hill bij de St. Louis Cardinals. De organisatie had al lang geen zilverwerk meer aan de prijzenkast kunnen toevoegen, maar daar kon men dit jaar wel eens verandering in gaan brengen.

Op 1 juli hadden de Indians al een flinke buffer te pakken en konden ze zich langzaamaan gaan voorbereiden op het postseason. Een dag eerder had veteraan Eddie Murray zichzelf in de geschiedenisboeken geslagen met zijn 3.000e honkslag. In dit team vervulde Murray geen voortrekkersrol meer, maar met zijn ervaring kon hij de jonge honden binnen het team wel bij de hand nemen. De voorsprong van de Indians bedroeg aan het eind van de rit zelfs nog 9 wedstrijden meer dan die van de Braves in de NL East. Cleveland won maar liefst 100 van haar 144 wedstrijden, dertig meer dan de Kansas City Royals, nummer twee in de AL Central.

MICKEY MANTLE

Op 13 augustus wordt de sport opgeschrikt door het nieuws dat Mickey Mantle is overleden. The Mick is één van de beste spelers die de sport ooit gekend heeft. Mantle was bovendien bijzonder geliefd, niet alleen bij de supporters van zijn eigen Yankees, maar ook bij fans van andere teams. Ondanks dat hij al vroeg in zijn carrière geplaagd zou worden door blessures, doen zijn statistieken je tot op de dag van vandaag duizelen.

Hij was één van die weinige spelers die sinds de jaren 50 met regelmaat meer dan 50 homeruns sloeg en eindigde zijn loopbaan met 536 homeruns, 110.2 WAR, een lifetime batting average van .298 en een OPS+ van 172. Tel daarbij op zijn drie MVP Awards, zijn twintig optredens in de All Star Game, zijn zeven World Series-ringen, een Gold Glove, een batting title en zelfs een triple crown en je vraagt je af waarom er nog 43 mensen niet op hem stemden bij zijn uitverkiezing tot de Hall of Fame in 1974.

RIPKEN JR PASSEERT IRON HORSE

Bij het aanbreken van september, leken de kaarten in de American League geschud. De Red Sox hadden een grote voorsprong genomen op hun rivalen uit New York, Cleveland stond een straatlengte voor op de Royals en California had nog altijd een mooie kloof ten opzichte van Seattle. Van de Baltimore Orioles zou je kunnen zeggen dat ze voor spek en bonen meededen, maar toch waren op 6 september alle ogen gericht op Camden Yards. Cal Ripken Jr. speelde die dag zijn 2.131e achtereenvolgende wedstrijd.

De kale kortestop was niet meer zo goed als weleer, maar nog altijd wel van grote waarde voor de O’s. Het bleef bij dit schamele hoogtepunt in een verder tamelijk bloedeloos verlopen seizoen in Maryland, maar voor even wist men het land met een liefdevolle blik naar de sport te laten kijken. Na de chaos van de winter was dat een welkome afwisseling.

BESLISSINGSWEDSTRIJD

Uiteindelijk moest een beslissingswedstrijd tussen de Angels en de Mariners uitmaken wie van hen de AL West zouden winnen. De verliezer zou de playoffs missen. Om de overwinning veilig te stellen, viel Seattle terug op hun Big Unit. Johnson was as advertised en de Mariners behaalde voor het eerst in hun geschiedenis het postseason. Uiteindelijk wonnen de Red Sox, Indians en Mariners in de American League dus hun divisies en gingen de Yankees als wild card mee. In de National League waren de Braves, Reds en Dodgers de divisiewinnaars en grepen de Rockies het resterende vierde ticket.

BELLE BEROOFD VAN MVP

Individuele erkenning was er voor Greg Maddux en Randy Johnson, in de vorm van de Cy Young Awards (voor Maddux al de vierde keer uit zijn carrière, wat op dat moment een unicum was tot Johnson in 2001 en 2002 zijn vierde en vijfde bemachtigde), terwijl de Reds’ Barry Larkin en Red Sox’ Mo Vaughn tot MVP’s werden uitgeroepen. Vooral op die laatste viel wel het één en ander aan te merken. Albert Belle speelde namelijk honkbal van een andere planeet. In een verkort seizoen van 144 wedstrijden sloeg de slugger 52 doubles en 50 homeruns. Zijn honderd extra-base hits zouden in een volledig seizoen al indrukwekkend zijn, in een variant met bijna 20 games minder was het buitenaards. Belle stond echter bekend als een moeilijke jongen en had op zijn zachtst gezegd geen beste band met het journaille.

DIVISIONAL SERIES

Drie van de vier divisional series leverden maar weinig spanning op. De twee teams met het beste record troffen elkaar in de American League, maar de Indians kenden weinig moeite met de Red Sox en de best-of-5 was al na drie wedstrijden beslist. Datzelfde gold voor de Reds die met kinderlijk gemak afrekenden met de Dodgers. De Rockies slaagden er nog in om één duel van de Braves af te snoepen, maar ook daar was een beslissende vijfde wedstrijd niet nodig. Het vuurwerk in deze ronde moest komen van de Yankees en Mariners, die weinig voor elkaar onder deden.

“MY OH MY”

Hoewel de Mariners als divisiewinnaar begonnen aan de playoffs, waren zij licht in het nadeel, omdat zij in de beslissingswedstrijd hun beste pitcher hadden moeten aanwenden. Na 14 jaar zonder playoffs snakten men in de Bronx naar succes. In Game 1 profiteerden de Yankees optimaal van de afwezigheid van Johnson en kwamen ze zelfs twee homeruns van Griffey te boven. De volgende wedstrijd bleek zelfs een homerun van The Kid in de verlenging niet genoeg om de Yankees af te schudden en bracht Jim Leyritz in de 15 inning de New Yorkers met één been in de volgende ronde.

Een geweldige Johnson in Game 3 en een grand slam van Edgar Martinez brachten de stand in Seattle echter weer op gelijke hoogte. Het was de opmaak naar Game 5 en het absolute hoogtepunt uit de geschiedenis van de Mariners: op een rake klap van andermaal Martinez kon Griffey vanaf één het beslissende winnende punt scoren.

CHAMPIONSHIP SERIES

De vermoeide Mariners waren in de volgende ronde geen partij voor de ijzersterke Indians, maar deden het desalniettemin beter dan de Reds tegen de Braves. De geweldige rotatie van Atlanta stond slechts vijf punten toe. MLB had zijn gedroomde World Series-plek binnen. Het beloofde een duel te worden tussen de slagploeg van de Indians, die hoopte aan het begin van een dynastie te staan, en de pitching staff van de Braves, die eindelijk hun jaren van dominantie hoopten te bekronen met een titel.

PITCHING WINS TITLES

‘Crime Dog’ McGriff sloeg een homerun op de eerste worp die hij een World Series zag en Maddux hield de Indians negen innings lang op twee hits, waardoor de Braves de leiding namen in de series. Die voorsprong werd een dag laten uitgebreid, dankzij een al even indrukwekkend optreden van Glavine en een belangrijke homerun van catcher Javy Lopez. Ondanks de twee zeges voor de Braves ontliepen de teams elkaar nauwelijks en die lijn zette zich in Game 3 voort. Een vroege voorsprong van de Indians werd door homeruns van McGriff en Klesko omgebogen, maar in de 11e inning slaagden de AL Champs er alsnog in de spanning terug te brengen in de series.

Ondanks de overwinning van een dag eerder en het feit dat ze in Steve Avery een veruit zwakkere tegenstander troffen dan in de vorige wedstrijden, kwamen de knuppels van Cleveland niet al te sterk voor de dag in Game 4. Solo shots van Albert Belle en Manny Ramirez bleken niet genoeg om de Braves van een derde zege af te houden. Omdat Maddux een dag later toch niet onfeilbaar bleek, keerde het hele circus met een 3-2 stand terug naar Georgia.

JUSTICE

Op de dag van Game 6 verscheen er in de pers een artikel waarin Braves-slugger David Justice de eigen aanhang bekritiseerde. Ze zouden verwend zijn en niet meer zo gepassioneerd achter de ploeg staan als de jaren daarvoor. Het leverde de sterspeler een fluitconcert op aan het begin van de wedstrijd en tijdens zijn slagbeurten. Het boe-geroep verstomde in de zesde inning, toen de ex-man van Halle Berry met een homerun de enige run van de wedstrijd noteerde. Glavine was andermaal onaantastbaar, kreeg in 8 innings slechts één honkslag tegen en stelde closer Mark Wohlers in staat om de nagel in Clevelands doodskist te slaan. The Team of the Nineties had eindelijk zijn ring te pakken.

Coverfoto: AJC

NHL weekly: Ryan’s revival, de Top 5 en de eerste van Sprong

0

Van de Red Wings wordt dit seizoen (opnieuw) niet veel verwacht. Jeff Blashill en zijn mannen willen niets liever dan het tegendeel bewijzen en treffen in Bobby Ryan een medestander. De geroutineerde winger heeft een donkere periode achter de rug en wil na de buy-out in Ottawa laten zien dat de sleet er nog niet op zit. Vanzelfsprekend keert de Top 5 terug en maken we een rondje langs de divisies. Daar zien we onder andere dat Daniel Sprong zich deze week liet gelden.

RYAN’S REVIVAL

Bobby Ryan maakte zijn debuut slechts een paar maanden nadat de Anaheim Ducks hun eerste en enige Stanley Cup wonnen. Hoewel hij niet deelde in dit succes viel hij wat betreft ploeggenoten wel met zijn neus in de boter. Teemu Selanne was er nog, Ryan Getzlaf en Corey Perry begonnen net en Rob en Scott Niedermayer zaten in de late herfst van hun carrière. Om zomaar even wat namen te noemen. Tijdens zijn eerste seizoen, dat van 2007-2008, mocht de jonge Ryan ruiken aan het grote werk. Een jaar later werd veel meer van hem verwacht en Bobby Ryan stelde de Ducks niet teleur.

BEVESTIGING

In 2009 greep hij net naast de Calder Trophy voor Rookie of the Year, maar met 31 goals vestigde Ryan meteen zijn naam. In de jaren die volgden, bewees de winger dat hij bepaald geen eendagsvlieg was. Met achtereenvolgens 35, 34 en 31 goals per seizoen bevestigde hij zijn status als goaltjesdief. In de zomer van 2013, Ryan scoorde tijdens het ingekorte seizoen 11 goals, was daar vrijwel vanuit het niets de trade naar Ottawa. De Ducks wilden wat financiële ruimte creëren en stuurden grootverdiener Ryan (ruim $ 5 miljoen per jaar) naar de Canadese hoofdstad in ruim voor Jakob Silfverberg, Stefan Noesen en een first round pick.

Ook in dienst van de Senators bleef Ryan zijn goals maken. Weliswaar kwam de winger niet meer in de buurt van de 30, waar hij in Anaheim zijn hand niet voor omdraaide, maar minimaal 20 goals waren eerder regel dan uitzondering. In 2017 bereikten de Senators bijna de Stanley Cup Final, maar zetten de Penguins hen de voet dwars in de Conference Final. Daarna ging het met de club heel rap bergafwaarts, maar dit gold tevens voor Bobby Ryan. Hij scoorde nog wel, maar lang niet meer zo vaak als in zijn hoogtijdagen.

STRIJD

In november 2019 kwam het hoge woord er dan uit. Bobby Ryan kampte al enige tijd met onder meer een alcoholverslaving en zocht hulp om af te kicken. De NHL heeft daar een speciaal programma voor. Ryan werd gedwongen even voor zichzelf te kiezen en dus niet voor de sport die hem zoveel had gebracht. Zowel in positieve als in negatieve zin, zo bleek nu. Op 16 november 2019 speelde Ryan zijn laatste wedstrijd voor hij met afkicken begon. Ruim drie maanden later, op 25 februari, maakte hij in Nashville zijn rentree voor de Senators.

Twee dagen later schreef Bobby Ryan zijn eigen sprookje. In Nashville kon hij relatief anoniem terugkeren, maar dat gold bepaald niet voor zijn eerste thuiswedstrijd. Zijn demonen versloeg Ryan in de kliniek en op 27 februari 2000 zette hij met een fenomenale hattrick tegen de Canucks een streep onder die zwarte periode. Hij wist op dat moment nog niet dat het coronavirus zijn comeback een paar weken later zou verpesten. Ook tastte Ryan volledig in het duister over de plannen van de Senators.

Zijn gewonnen strijd tegen z’n verslaving leverde Ryan de Masterton Trophy op, maar eind september lieten de Sens weten het contract van Bobby Ryan af te kopen. Hij paste simpelweg niet in de plannen van de club. Ottawa zette in op de jeugd en dan is er geen plaats voor een bijna 34-jarige winger. Gelukkig zat Ryan niet lang zonder werk. In Detroit is ook een rebuild aan de gang en daar zaten ze juist wel te springen om wat ervaring. Op 9 oktober tekende hij voor één seizoen. Niet voor het riante salaris dat hij altijd gewend was, maar voor “slechts” $1 miljoen. Bobby Ryan had wat te bewijzen en de Red Wings willen dat graag van dichtbij meemaken.

NIEUWE START

De voormalig Duck weet maar al te goed dat hij niet voor ’t beste team in de league speelt. Des te verrassender was het dan ook dat we zijn naam na een paar dagen terugvonden aan kop van de topscorerslijst. Hoewel hij geen speler is voor de eerste lijn, kon niemand in de eerste dagen van het seizoen om Bobby Ryan heen. Op 16 januari debuteerde hij voor Detroit en nam in de tweede periode tegen de Hurricanes de openingstreffer voor zijn rekening.

Er volgden daarna twee duels met de Blue Jackets en ook daar liet de ervaren winger zijn aanwezigheid blijken. Met drie goals tegen Columbus bracht hij zijn totaal op vier en nestelde zich daarmee als vanouds in de bovenste regionen van de topscorerslijst. Hoewel inmiddels (veel) meer spelers op dit aantal staan, mag Ryan meer dan tevreden zijn over zijn seizoensstart. In de wedstrijden tegen de Blackhawks kwam hij echter niet tot scoren en het zal de komende dagen ook niet meevallen om de ontketende Stars pijn te doen.

VERTROUWEN

Uit de cijfers blijkt dat coach Jeff Blashill ook steeds meer vertrouwen in zijn routinier krijgt. Tijdens zijn eerste wedstrijd voor de Red Wings stond Ryan 12.37 minuten op het ijs. Hierbij moet ook worden aangetekend dat hij tijdens de voorbereiding niet okselfris was. In de wedstrijden die daarna volgden, kreeg Bobby Ryan steeds wat meer speeltijd. Afgelopen zondag, in de met 6-2 verloren wedstrijd tegen de Hawks, maakte de winger bijna 17 minuten. Hij was in dit duel goed voor een assist op de tweede treffer.

Wat daarnaast ook opvalt, is zijn schotpercentage. Bijna 24% van zijn doelpogingen vliegt momenteel binnen. Over zijn gehele carriere ligt dit op 12,4%. Bij de Red Wings zijn ook Dylan Larkin (3G, 3A) en Tyler Bertuzzi (3G, 2A) aardig uit de startblokken gekomen. Dat een goed begin niets zegt, weten ze in Detroit nog van vorig jaar. Toen wonnen de Wings drie van de eerste vier wedstrijden om er vervolgens acht op rij te verliezen. De huidige start geeft in elk geval vertrouwen en wie weet waar de geldingsdrang van Bobby Ryan deze ploeg nog gaat brengen.

TOP 5

De goals vlogen ons ook deze week weer om de oren, dus was het samenstellen van een Top 5 geen probleem. Of juist wel, want er waren er natuurlijk ook een hoop die deze prestigieuze lijst niet haalden. Deze week hebben we onder meer een pikstart van de Stars, een beauty van Burns en de ultieme buzzerbeater van Draisaitl in de aanbieding.

TYLER TOFFOLI vs VANCOUVER CANUCKS

Ook in Noord-Amerika kennen ze de ketchup-theorie! Tyler Toffoli was naar Montreal gehaald om doelpunten te maken, maar dat wilde in de eerste week nog niet vlotten. Zijn naam ontbrak in de eerste wedstrijden op het scoreformulier, maar eenmaal terug op bekend terrein ging het opeens hard. Toffoli speelde vorig een paar wedstrijden voor de Vancouver Canucks en juist tegen die club werd het scorend vermogen in Toffoli weer wakker. De voormalig speler van de Kings scoorde een hattrick in de eerste (verloren) ontmoeting en was een dag later opnieuw goed voor twee goals. Die tweede wedstrijd werd wel gewonnen door de Habs en dat leverde hen op dat moment de koppositie in de divisie op.

VLADISLAV GAVRIKOV vs TAMPA BAY LIGHTNING

Voor de Columbus Blue Jackets was het een druk weekend. De ontevreden Pierre-Luc Dubois werd uitgezwaaid en getrade naar Winnipeg voor de al even ontevreden Patrik Laine en Jack Roslovic. Hoewel de Jackets in Dubois een begenadigde speler verliezen, keert met zijn vertrek de rust wel terug bij de club. Coach John Tortorella leek een beetje klaar te zijn met diens gedrag, maar een geschikte handelspartner werd aanvankelijk niet gevonden. Tot afgelopen weekend dus. Columbus begon het tijdperk zonder Dubois met een knappe zege (5-2) op de Lightning, die hun eerste nederlaag van het seizoen leden. De treffer van Gavrikov betekende de gamewinner.

JOE PAVELSKI vs NASHVILLE PREDATORS

Ze moesten er even op wachten, maar ook voor de Dallas Stars is het seizoen afgelopen vrijdag begonnen. En hoe! De verliezend finalist van de vorige jaargang schoot tegen de Nashville Predators als een waanzinnige uit de startblokken. In de eerste periode moesten de Stars nog even warmdraaien, maar in de tweede vonden ze maar liefst vijf keer de weg naar het doel van Juuse Saros. Uiteindelijk stokte de teller bij 7-0. De goal van Joe Pavelski was dus niet alleen de eerste van deze zevenklapper, maar ook nog eens de winnende.

BRENT BURNS vs MINNESOTA WILD

Oh, wat konden ze die goed gebruiken bij de Sharks! Geheel tegen zijn gewoonte in bewoog Brent Burns zich redelijk geruisloos door de eerste wedstrijden, maar zondag tegen de Wild trok de aanvallende verdediger de trukendoos volledig open. Burns stuurde vrijwel alle spelers van zijn oude club het bos in om vervolgens met een uitmuntende backhand af te ronden. Het zette San Jose in de slotminuten op voorsprong, die ook niet meer weggegeven werd. De identiteit van deze Sharks is na anderhalve week nog niet helemaal duidelijk, maar het lijkt wel meer een eenheid dan vorig jaar. Of dit voldoende is voor een plek bij de beste vier in de divisie zal de komende weken moeten blijken.

LEON DRAISAITL vs WINNIPEG JETS

Het zijn weer de usual suspects die het moeten doen voor de Edmonton Oilers dit seizoen. Connor McDavid rijgt de punten alweer aaneen en in zijn kielzog volgt Leon Draisaitl. De Duitser baarde zondag opzien door in extremis de Oilers aan twee belangrijke punten te helpen. Met minder dan een seconde op de klok schoot hij de winnende 4-3 binnen en dat was voor Draisailt zijn derde van het seizoen. Voor Edmonton kwam deze winst als geroepen, want daarvoor hadden ze drie van de vier duels verloren.

RONDJE LANGS DE DIVISIES

  • In de North Division maken de twee traditieclubs nog altijd de dienst uit. Zonder de geblesseerde Joe Thornton wonnen de Maple Leafs hun laatste drie wedstrijden en verdienen daarmee de eerste plaats. De Canadiens, met twee duels minder gespeeld, volgen op twee punten. Winnipeg, waar Dubois nog wacht op zijn debuut, is met 10 punten uit 7 wedstrijden ook zeer acceptabel aan deze jaargang begonnen. Van de Ottawa Senators werd verwacht dat ze zich in de staart van het peloton zouden begeven en de Sens maken die status helemaal waar. Ze openden met een zege op de Leafs en de vijf wedstrijden daarna werden stuk voor stuk verloren. Het levert de Senators voorlopig de ondankbare laatste plaats op.
  • Vanwege het Covid-protocol moeten bij de Washington Capitals nog altijd wat sterkhouders toekijken, maar dit biedt kansen voor andere spelers. Daniel Sprong pakt deze met beide handen aan. De Amsterdammer maakt de nodige minuten en kwam dinsdag tegen de Islanders met zijn specialiteit op de proppen. Met een welgemikt schot schoot hij in de tweede periode zijn eerste van het seizoen tegen de touwen. De Capitals wonnen met 3-2 en hebben de leiding in de East Division. Achter hen is het dringen. Boston, Philadelphia en Pittsburgh hebben 2 punten minder dan de Caps en alleen de Rangers moeten voorlopig even afhaken. Zij staan met 3 uit 6 onderaan.
  • In de Central Division gaan de Blue Jackets, die nog wachten op het debuut van Laine en Roslovic, aan de leiding, maar door alle coronagevallen geeft de stand in deze divisie een vertekend beeld. De Stars en Panthers hebben één punt minder dan Columbus, maar vier wedstrijden minder gespeeld. Beide teams zijn nog ongeslagen en laten de Lightning, de Predators en de Blackhawks achter zich. De rode lantaarn in deze divisie is in het bezit van de Carolina Hurricanes, maar ook het keurkorps van coach Rod Brind’Amour heeft nog slechts drie wedstrijden gespeeld.
  • In tegenstelling tot de Central verloopt het schema in de West Division wel naar wens. Alle teams hebben zeven wedstrijden gespeeld en niet geheel onverwacht gaan de Vegas Golden Knights aan de leiding. Zij verloren dinsdag voor de tweede keer dit seizoen. Na een shootout moesten de Knights de twee punten aan de Blues laten, die met 9 uit 7 tweede staan. Achter St. Louis volgen vier teams met elk 8 punten. Enigszins verrassend is het wel dat teams als Anaheim en LA voor nu gelijke tred houden met de Colorado Avalanche. De Coyotes staan al twee wedstrijden droog. Van zowel de Knights als de Ducks werd met 1-0 verloren en Arizona bezet daardoor de laatste plaats in de divisie.

Cover Photo: Dave Reginek/NHLI via Getty Images

Geen nieuwe Hall of Famers in 2021; Schilling trekt zich terug

0

Afgelopen nacht maakte de Baseball Writers Association of America (BBWAA) de stemresultaten van de Hall of Fame-verkiezing voor 2021 bekend. Voor de negende keer in de geschiedenis van de Hall zijn er dit jaar geen spelers toegelaten tot het hoogst haalbare in de sport. Ook in 1945, 1950, 1958, 1960, 1965, 1971, 1996 en 2013 bleef het belangrijkste honkbalmuseum in Amerika verstoken van vers bloed, hoewel in 2013 wel acht spelers op de lijst stonden die in latere jaren alsnog — rechtstreeks of via een Era Committee — in de Hall of Fame terecht zouden komen. Dit waren Jeff Bagwell, Craig Biggio, Edgar Martinez, Jack Morris, Mike Piazza, Tim Raines, Lee Smith, Alan Trammell en Larry Walker.

Dit jaar kwamen alle genomineerden tekort. Werper Curt Schilling behaalde het hoogste percentage. Hij bleef steken op 71,1% en kwam dus 3,9% (16 stemmen) tekort om toegelaten te worden. Barry Bonds kreeg opnieuw één stem meer dan Roger Clemens: 61,8% om 61,6%. Voor hen is de toename te weinig om nog hoop te houden voor hun tiende en laatste jaar, in 2022.

In totaal zonden 401 stemgerechtigden hun stembiljet in. Maar liefst 14 van die biljetten waren blanco; een negatief record voor de BBWAA.

Ondanks dat er geen nieuwe Hall of Famers bijkomen in 2021, zal er wel een ceremonie plaatsvinden. Larry Walker en Derek Jeter, die beide vorig jaar de Hall in werden gestemd, zagen hun ceremonie van 2020 door de COVID-19-pandemie uitgesteld worden. De Hall of Fame hoopt dit jaar in de zomer wel deze ceremonie te kunnen laten plaatsvinden.

POPULAIRE NAMEN TREKKEN AAN

Alles bij elkaar profiteerden meerdere ‘undergroundnamen’ van de stagnering aan de top. De nummer vier van dit jaar, Scott Rolen, ontving 52,9% van de stemmen; vorig jaar was dat nog maar 35,3%. Rolen is al enige tijd onderwerp van discussie en de argumenten vóór de derdehonkman lijken aan populariteit te winnen. Hetzelfde geldt voor Billy Wagner, die van 31,7% in 2020 naar 46,4% in 2021 springt. Ook Todd Helton (van 29,2% naar 44,9%), Gary Sheffield (van 30,5% naar 40,6%) en Andruw Jones (van 19,4% naar 33%).

Kleinere stappen werden gezet door Andy Pettitte (van 11,3% naar 13,7%), Jeff Kent (van 27,5% naar 32,4%), Sammy Sosa (van 13,9% naar 17,0%) en Bobby Abreu (van 5,5% naar 8,7%). Manny Ramirez bleef voor het tweede jaar op rij steken op 28,2%. Daarmee lijkt voorlopig de rek uit de Hall of Fame-kansen van de slugger.

Eén speler leverde stemmen in. Omar Vizquel zag zijn totaal van 52,6% in 2020 dalen naar 49,1% in 2021. De verwachting is dat hij volgend jaar helemaal zal kelderen, sinds vorige maand bekend werd dat Vizquel verdacht wordt van het plegen van huiselijk geweld. Dit nieuws kwam na de stemdeadline naar buiten, dus stemmers konden hier toen nog geen rekening mee houden.

DRIE NIEUWE GEZICHTEN OVERLEVEN

Drie van de in totaal elf nieuwe namen op het stembiljet hebben voldoende stemmen vergaard (meer dan 5%) om volgend jaar opnieuw mee te mogen dingen naar een plek in de Hall of Fame. Mark Buehrle kreeg van alle nieuwelingen de meeste stemmen. Hij kwam uit op 11,0%. Wij bouwden op SportAmerika eerder deze winter al een argument waarom Buehrle een Hall of Famer zou kunnen zijn. Inmiddels hebben meerdere bekende sportjournalisten, onder wie Jon Paul Morosi, zich ook positief uitgelaten over een stem op Buehrle. Morosi noemde de linkshandige werper op MLB Network een “historisch belangrijke werper tijdens zijn carrière”.

Ook outfielder Torii Hunter mag volgend jaar opnieuw een rondje meedoen. De veelvoudig Gold Glove-winnaar, die jarenlang als Twins-speler menig gevecht voerde tegen Buehrle en de White Sox, verdiende 9,5% van de stemmen. Hunter is een beetje afhankelijk van de trends rond Andruw Jones. Beide spelers waren nuttige slagmensen, maar blonken vooral in defensief opzicht uit. Zolang Jones blijft stijgen, zal dat ook voor Hunter zo moeten zijn.

Tim Hudson completeert het drietal nieuwelingen dat volgend jaar terugkeert op het biljet. De werper ging nét over de 5% heen en eindige op 5,2%. Het zal voor hem, afhankelijk van de lijst van volgend jaar, lastig maar niet onmogelijk worden om volgend jaar opnieuw te overleven.

SCHILLING TREKT ZICH TERUG

Curt Schilling trok intussen, direct na de bekendmaking van de resultaten, opnieuw de aandacht naar zich toe. De werper, geroemd om zijn pitchen en verguisd om zijn openlijke antisemitische, anti-islamitische, anti-Black-Lives-Matter-, anti-journalisten- en pro-Trump/pro-Qanon-houding, heeft zichzelf na de bekendmaking van de resultaten teruggetrokken van het stembiljet. Hij zou volgend jaar voor de tiende en laatste keer beschikbaar zijn.

In een brief aan de Hall of Fame schreef hij: “Ik heb de trends van de laatste jaren gezien, heb de rekensom gedaan en begrijp nu dat ik de benodigde 75% niet zal halen. (…) Alles wat me de laatste jaren is verweten, is gelogen. (…) Ik heb de Hall of Fame verzocht om me te verwijderen van het stembiljet en leg mijn lot in de handen van de Veteran’s Committee”. De Hall of Fame heeft, bij monde van Chairman of the Board Jane Forbes Clark, aangegeven Schilling’s verzoek in overweging te nemen.

Waar Schilling rekenen heeft geleerd, is overigens niet duidelijk. Zijn percentage steeg in de laatste drie jaar exponentieel, van 45% naar nu dus 71,1%. De voormalig Diamondback, Phillie en Red Sock zal de bui echter wel zien hangen. Hij liet zich de laatste weken meermaals positief uit over de aanval op het Capitool in Washington, die na de Hall of Fame-stemdeadline plaatsvond. Menig stemmer heeft inmiddels aangegeven om die reden volgend jaar niet meer op hem te stemmen, nadat een eerder verzoek van een groep journalisten om hun biljet aan te mogen passen (en Schilling te verwijderen) door de Hall of Fame werd geweigerd.

Overigens is het maar zeer de vraag of de Today’s Game Committee (niet de Veteran’s Committee, zoals Schilling hem nog noemt) de pitcher alsnog toe zal laten. Het hoge diversiteitsgehalte van het gemiddelde comité — dat onder meer bestaat uit Joodse oud-spelers en executives, gekleurde ex-spelers/executives en journalisten, allemaal groepen waar Schilling in het verleden zich vol haat over heeft uitgelaten — zal niet in zijn voordeel werken.

Coverfoto: Hall of Fame

Top vijf: halftime shows, commercials en flops

1

Het is nog minder dan twee weken tot de Super Bowl. Bij het grootste sportevenement ter wereld draait het echter niet alleen om de wedstrijd. Ook buiten het veld gebeurt er meer dan genoeg. Vandaar dat we de grootste halftime shows, volksliederen, commercials en flops voor je op een rijtje hebben gezet.

HALFTIME SHOWS

Ze krijgen in Nederland meer zendtijd dan de wedstrijd zelf. De halftime shows zijn een onmisbaar onderdeel van de Super Bowl geworden. Dit jaar treedt The Weeknd op. Kan hij de top vijf halen?

5. Bruno Mars (2014)

Alles klopte aan het optreden van Bruno Mars. Van de solo aan het begin tot het einde waarin hij samen met militairen een ode aan hun geliefden bracht. Met de Red Hot Chili Peppers had de show ook nog eens een grote naam als gastoptreden.

4. Beyoncé (2013)

Beyoncé had in de weken voor de Super Bowl nog opgetreden bij de inauguratie van Barack Obama. Dat optreden leverde haar veel kritiek op. De zangeres leek daarom extra gebrand om dit optreden tot een succes te maken. Het werd een wervelende show. Hoogtepunt: haar voormalig collega’s van Destiny’s Child hadden een rol. Voor het eerst in acht jaar traden ze weer met elkaar op. Dat is de kracht van de Super Bowl.

3. Bruce Springsteen (2009)

De NFL probeerde de rockster al jaren te boeken, maar Bruce Springsteen hield de boot altijd af. Tot hij in 2009 overstag ging. Niemand past beter bij het gemiddelde publiek van de Super Bowl en Amerikaanser kan natuurlijk ook niet. Het optreden kon dan ook niet fout gaan in Tampa, waar toentertijd, net als dit jaar, de wedstrijd werd gespeeld.

2. Prince (2007)

De regen kwam met bakken uit de hemel in Miami. Bij welk nummer past dit nou beter dan bij Purple Rain? Toch was het optreden juist geen medley van de beste Prince-hits, maar een reis door de muzikale geschiedenis. Zo kwamen onder meer Queen, Bob Dylan en de Foo Fighters in het optreden voorbij. Voor veel mensen is dit het beste optreden in de rust van een Super Bowl.

1. U2

Toch staat het optreden van Prince niet op één. Het optreden van U2 in de rust van de Super Bowl van 2002 was legendarisch. Niet alleen vanwege het optreden zelf, maar vooral vanwege de omstandigheden. Het was de eerste Super Bowl na 9/11 en het optreden van de Ierse band was een perfect eerbetoon. De namen van de slachtoffers werden tijdens het optreden geprojecteerd. Zelfs de spelers zeiden na afloop van het duel dat ze bij het verlaten van de kleedkamers het einde van de show meekregen. Voor het eerst raakten ze even uit hun focus en keken om zich heen om te zien hoe bijzonder het was dat ze hier bij mochten zijn.


HET VOLKSLIED

Niet alleen de halftime show is veelbesproken, ook het volkslied is een belangrijk onderdeel van de Super Bowl. Vooral ook voor gokkers. Hoelang gaat de uitvoering van de artiest dit jaar duren? De over/under is meestal twee minuten. Het Star Spangled Banner zal dit jaar gezongen worden door countryzanger Eric Church in samenwerking met R&B-zangeres Jazmine Sullivan. Wat waren de vijf beste uitvoeringen van het volkslied?

5. Kelly Clarkson (2012)

De voormalig American Idol trad foutloos op. Met een kinderkoor op de achtergrond leverde de zangeres één van de betere volksliederen af.

4. Luther Vandross (1997)

De R&B-ster deed wat je van hem mag verwachten: een foutloos volkslied zingen. Vooral zijn uithaal aan het einde is iedereen bijgebleven.

3. Beyoncé (2004)

Queen B. mocht in 2004 kiezen: het volkslied zingen of de halftime show verzorgen. Beyoncé koos voor het eerste; dit was een droom van haar sinds ze een klein meisje was. Een half jaar ervoor had de zangeres haar eerste soloalbum uitgebracht. Tijdens de Super Bowl liet ze zien ook alleen een wereldster te zijn.

2. Jennifer Hudson (2009)

Ze nam een diepe zucht bij de start van de muziek, maar vanaf de eerste noot was het raak. Begon Hudson nog ingetogen aan het volkslied, de kracht van haar stem nam steeds verder toe. Het was een indrukwekkend optreden. Helemaal omdat Hudson voor het eerst weer op het podium stond nadat drie maanden eerder haar moeder, broer en 7-jarig neefje in hun eigen huis waren vermoord.

1. Whitney Houston (1991)

Er is veel discussie over welke vertolkingen van het volkslied in de top tien moeten staan, maar niet over wat de beste uitvoering was. Dat was die van Whitney Houston in 1991. Amerika zat op dat moment midden in de Golfoorlog en het was het nationale moment dat het land nodig bleek te hebben. De uitvoering van Whitney werd zelfs als single uitgebracht en kwam tot plek 6 in de Billboard Top 100.


SPRAAKMAKENDE MOMENTEN

Niet alles gaat altijd goed tijdens de Super Bowl. Er zijn ook genoeg momenten die om de verkeerde redenen in ons geheugen gegrift staan. Een top vijf!

5. Stroomstoring (2013)

De tweede helft van het duel tussen de Ravens en 49ers was net begonnen toen ineens de stroom uitviel in de Superdome in New Orleans. Het duel ligt uiteindelijk 35 minuten stil voordat de Super Bowl hervat kan worden.

4. Black Eyed Peas (2011)

De halftime shows zijn één van de hoogtepunten van de Super Bowl. Tenzij de Black Eyed Peas de eer krijgen om op te treden. Zoals gezegd zijn veel lijstjes een kwestie van smaak en onderwerp van debat. Dit optreden van de Black Eyed Peas maakte echter veel los, maar niet om de goede redenen. Het wordt universeel gezien als het slechtste optreden ooit in de rust van de Super Bowl.

3. De Elvis card trick (1989)

Pas in de jaren negentig ontstond de halftime show zoals we die nu kennen. Tussen 1967 en 1989 was het niet meer dan een pauzeact die de NFL totaal niet serieus nam. Beroemd werd deze Elvis-imitator die een kaarttruc op geheel eigen wijze presenteerde. Overigens wordt deze halftime show nog altijd beter gevonden dan die van de Black Eyed Peas; niet onterecht.

2. Christina Aguilera (2011)

Het zingen van het volkslied voor de wedstrijd is een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Christina Aguilera ging voor het oog van de wereld ten onder. Ze vergat de tekst van het volkslied en herhaalde halverwege een zin die ze al eerder had gezongen. Dit zorgde er uiteraard voor dat de zangeres de volgende dag de voorpagina’s van alle kranten wist te halen.

1. Janet Jackson & Justin Timberlake (2004)

Nipplegate. Do we need to say more?


COMMERCIALS

De Super Bowl is het best bekeken programma in Amerika. Dat betekent uiteraard ook dat de commercials goed bekeken worden en daarom ook kostbaar zijn. Zo kost een spotje van dertig seconden ruim 5,5 miljoen dollar. Bedrijven lanceren daarom hun nieuwe commercials vaak tijdens de Super Bowl. Alleen maar om meer aandacht te genereren. Welke bedrijven lukte dit het beste? De top vijf van de meest spraakmakende Super Bowl-commercials.

5. Snickers (2010)

Het format van de Snickers-reclame is ook in Nederland veel op televisie uitgezonden. Je bent jezelf niet als je honger hebt. De eerste van deze commercials werd in 2010 uitgezonden. Met de 88-jarige Betty White in een hoofdrol als receiver.

4. Budweiser (1995)

De boerende kikkers doen het vooral bij de jeugd erg goed. Vandaar dat deze commercial van Budweiser altijd hoog in de lijstjes staat. Dat komt echter misschien ook omdat The Simpsons er een nog betere parodie op hebben gemaakt, waarbij de kikkers worden opgegeten door een alligator die met volle bek Cooooors zegt.

3. Pepsi (1992)

Cindy Crawford die in een wit topje uit een rode Lamborghini stapt. Het maken van goede commercials is niet zo moeilijk. De commercial voor een nieuw design van het Pepsi-blikje was zo’n succes dat de frisdrankproducent het concept in 2002 en 2018 nog een keer gebruikte.

2. Coca-Cola (1980)

Deze advertentie uit 1980 wordt door veel mensen nog steeds gezien als een klassieker. “De schrijvers hebben er echt een goede commercial van gemaakt”, legde hoofdpersoon Tommy Okon het succes jaren later uit. “Het vertelt echt een verhaal.”

1. Apple (1984)

De grondlegger van de hype rond de commercials tijdens de Super Bowl. De reclame van Apple voor de Macintosh werd precies één keer uitgezonden; alleen tijdens de Super Bowl. In de weken erna kwam het filmpje echter regelmatig terug in allerlei nieuwsprogramma’s. Hiermee werd het de eerste viral commercial ooit.

Coverfoto: Win McNamee/Reuters

MLS Superdraft: domper voor Mathijs Swaneveld

0

In de nacht van afgelopen donderdag op vrijdag vond de jaarlijkse MLS Superdraft plaats. Waar de Superdraft normaliter als een groots evenement beschouwd kan worden en er altijd een club als gastheer wordt aangewezen, vond het dit jaar via een livestream plaats. Vanwege de coronaperikelen was dit niet heel verrassend te noemen. In de Superdraft kunnen ploegen uit de MLS collegespelers kiezen voor hun ploeg. In de regel krijgen expansion teams de eerste pick en dit betekende dat het team dat in het komende seizoen zijn debuut maakt in de MLS, Austin FC, als eerste mocht kiezen.

AUSTIN FC BOUWT

Voor Austin FC was de Superdraft een mooie gelegenheid om te bouwen aan een MLS-waardig team. De debuterende club trok al enkele veelbelovende spelers aan met Cecilio Dominguez, Alexander Ring en Rodney Redes. Ook Nederlander en ex-Ajacied Danny Hoesen komt de club uit de staat Texas versterken. Door de Superdraft kreeg Austin dus de kans om nog wat jong elan aan de ploeg toe te voegen. De club deed dat door vijf spelers te draften.

Daniel Pereira, een Venezolaanse middenvelder van Virginia Tech University, kreeg de eer om als first overall gekozen te worden. Ook trok Austin verdediges Freddy Kleeman en Aedan Stanley aan. Aanvaller Daniel Steedman en doelman Noah Lawrence maakten het vijftal compleet. Verder gooiden Atlanta United en Colorado Rapids hoge ogen door respectievelijk de felbegeerde spelers Josh Bauer en Philip Mayaka aan te trekken.

TELEURSTELLING VOOR SWANEVELD

De Superdraft van dit jaar had ook een Nederlands tintje. De 22-jarige doelman Mathijs Swaneveld was namelijk ook genomineerd om gedraft te worden. De jonge keeper uit Schoonhoven was daarmee de eerste Nederlander ooit die genomineerd is voor de MLS draft. Na een aantal jaren in de jeugd van Sparta Rotterdam belandde Swaneveld via de amateurs van Jodan Boys bij KingsTalent, een organisatie die beurzen regelt voor studentensporters. Zo belandde hij bij Virginia Tech.

Op college-niveau was het voor Swaneveld mogelijk om drie jaar te spelen. Het afgelopen seizoen was dan ook het laatste jaar voor de jonge Nederlander, maar door de draftnominatie ontstond er dus een kans om een mooi vervolg te geven aan zijn carrière. Vanwege de goede reputatie van Virigina Tech en Swaneveld’s goede prestaties bestond er een mogelijkheid dat hij geselecteerd zou worden. Helaas mocht het niet zo zijn. Het is nog onduidelijk hoe de keeper zijn carrière vervolgt.

Het nieuwe MLS-seizoen zal naar alle waarschijnlijkheid ergens in het de eerste week van maart beginnen. Er heerst nog veel onduidelijkheid over de start van het nieuwe seizoen door de gevolgen van de coronacrisis.

Coverfoto: Major League Soccer

Brady naar tiende, Mahomes naar tweede Super Bowl

2

Vier van de beste quarterbacks in de NFL mochten onder elkaar uitmaken wat het affiche zou worden van Super Bowl LV. Tom Brady en Aaron Rodgers vochten een zinderend duel uit in een bevroren Lambeau Field om het NFC Championship, terwijl Patrick Mahomes de degens kruiste met Josh Allen om het AFC Championship. Tom Brady en de Buccaneers verrasten de Green Bay Packers in eigen huis onder impuls van een indrukwekkende pass rush. De Chiefs hadden verrassend weinig moeite met de Buffalo Bills. Mahomes speelde een nagenoeg perfecte wedstrijd en kon rekenen op gigantische games van twee supersterren: Travis Kelce en Tyreek Hill.

BUCCANEERS KEREN HUISWAARTS VOOR SUPER BOWL

Tampa Bay Buccaneers @ Green Bay Packers | 31-26

Het moest de bekroning worden van een MVP-seizoen voor Aaron Rodgers. Voor het eerst in zijn carrière mocht hij om het NFC Championship strijden in zijn eigen Lambeau Field, dat ondanks COVID-19 toch ongeveer 8.500 uitgelaten fans op de tribunes had. De tegenstanders waren de Tampa Bay Buccaneers, het enige team dat in het reguliere seizoen de Packers écht in verlegenheid had kunnen brengen. Tegenover Rodgers stond Tom Brady. Hij was afgelopen zomer pas overgekomen naar de Buccaneers na 20 jaar in New England. Iedereen wist dat play-off Brady een geval apart is en dat bewees hij eens te meer. Brady en de Bucs vergalden het feestje van de Packers en lieten Green Bay met een nieuwe NFC titel-kater achter.

Gelijkopgaande start

De start was meteen furieus van de Buccaneers. Ze kregen de bal en zetten de eerste drive direct om in het maximum van de punten. Tom Brady vond driemaal op rij zijn receivers op third down en Mike Evans scoorde de eerste touchdown van de wedstrijd.

Het duurde even voordat de Packers in de wedstrijd kwamen, maar in hun tweede drive stond ook Aaron Rodgers aan het kanon. On the run vond hij eerst Allen Lazard langs de zijlijn, waarna hij enkele plays later een kanonskogel lanceerde naar Marquez Valdes-Scantling, die de bal ving en de eindzone kon inlopen voor de touchdown. Brady ging het duel met plezier aan en vond Chris Godwin met een beauty van een pass om zijn team opnieuw in de buurt van de eindzone te brengen. Daar haalde Leonard Fournette zijn beste kunstjes boven om zich van zijn verdedigers te ontdoen en een touchdown binnen te buffelen.

Bucs slaan toe vlak voor en vlak na rust

De Packers hielden de game in evenwicht met een nieuwe uitstekende drive, dit keer via enkele goede rushes van Aaron Jones. Het lukte Rodgers echter niet om iemand in de eindzone te vinden. Na drie gemiste worpen richting zijn favoriete receiver Davante Adams namen de Packers genoegen met een field goal. Vlak voor rust werd echter het evenwicht in de wedstrijd verstoord. Aaron Rodgers zocht Allen Lazard, maar vond de handen van Sean Murphy-Bunting, die weliswaar even de schouder van Lazard vasthad, maar toch de play mocht maken van de scheidsrechters. De Bucs profiteerden optimaal, want Tom Brady vond Scotty Miller in de eindzone voor een nieuwe touchdown.

Bij de start van de tweede helft kregen de Packers de kans om de voorsprong van de Bucs te verkleinen. Het tweede bedrijf van deze game kon echter niet slechter beginnen toen Aaron Jones de bal verloor na een stevige tackle van Jordan Whitehead. Devin White pikte de bal op en zorgde opnieuw voor een erg kort veld voor zijn quarterback Tom Brady. Die haalde meteen in de eerste play de trekker over en vond Cameron Brate moederziel alleen in de eindzone. Plots was de kloof drie scores.

Drie intercepties van Brady

Het werd muisstil in Lambeau Field. Alle hoop op een goeie afloop leek te zijn verdampt. Rodgers gaf de strijd evenwel niet op en knutselde snel een uitstekende drive in elkaar. Hij wierp de bal uiteindelijk naar zijn tight end, Robert Tonyan, die al zijn twaalfde touchdown van het jaar scoorde. Wat volgde was een onwaarschijnlijke reeks fouten van Tom Brady. In drie drives wierp hij evenveel intercepties. Adrian Amos en tweemaal Jaire Alexander namen de cadeaus met plezier in ontvangst. Was een comeback in de maak voor de Packers?

Het leek er alleszins sterk op toen Rodgers na de eerste pick van Brady meteen een nieuwe touchdown scoorde. Davante Adams was de ontvanger van dienst en de Packers kwamen tot op vijf punten van de Bucs. Bij de volgende twee turnovers verging het de Packers daarentegen minder voorspoedig. Geen van de twee intercepties van Jaire Alexander werden omgezet in een score voor de Packers. Het zouden erg dure gemiste kansen blijken.

Bucs pass rush en cruciale DPI beslissen de game

De Buccaneers hingen tegen de touwen, maar op dat moment stond de gevreesde pass rush op. Shaquil Barrett knalde meermaals langs de Packers o-line en liet drie sacks noteren. Ook Jason Pierre-Paul deed zijn duit in het zakje met twee sacks. Het brak al het momentum van de Packers-offense en bracht de rust terug in de ploeg van coach Bruce Arians. Na tien minuten in het vierde kwart kon er eindelijk nog eens gescoord worden, via een field goal van Ryan Succop. Het verschil was acht punten.

Aaron Rodgers en zijn Packers kregen nog een viertal minuten om één laatste drive in elkaar te boksen en de wedstrijd alsnog gelijk te trekken. De drive verliep gesmeerd; tot in de redzone. Rodgers kon geen receiver vinden in de endzone en dus kwam het seizoen aan op een fourth & goal. Matt LaFleur vertrouwde het zaakje niet en koos er ietwat onbegrijpelijk voor om een field goal te trappen. Matt Crossby faalde niet, maar in de ogen van vele analisten en fans had LaFleur wel gefaald door de bal niet aan zijn MVP te geven wanneer het er écht om ging.

Tom Brady kreeg nog één keer de bal en had de taak om enkele first downs te halen en de wedstrijd binnen te slepen voor zijn team. Bij een pass naar Tyler Johnson vloog er een zeldzaam geel vlaggetje door de lucht: Defensive Pass Interference. Uit de herhaling bleek het een terechte call tegen Kevin King, maar bij de Packers waren ze woest gezien enkele no-calls eerder in de wedstrijd. Het protest mocht niet baten. Chris Godwin kreeg de bal toegestopt en haalde een nieuwe first down om de overwinning veilig te stellen. Tom Brady ging in victory formation. Hij boekte zo zijn tiende (!) ticket richting de Super Bowl.


CHIEFS OVERKLASSEN BILLS IN AFC CHAMPIONSHIP

Buffalo Bills @ Kansas City Chiefs | 24 – 38

Tom Brady had net voor de tiende keer in zijn onnavolgbare carrière de Super Bowl bereikt, maar wie zou daar zijn tegenstander worden? Patrick Mahomes en de Kansas City Chiefs ontvingen Josh Allen en de Buffalo Bills in een verrassend kolkend Arrowhead. Het was dan wel niet helemaal gevuld, maar dat zou je op basis van het lawaai niet gezegd hebben. De Chiefs-fans waren klaar voor een nieuwe triomftocht van hun helden Pat Mahomes en Andy Reid.

Wankelend begin van de Chiefs

De Bills waren alvast niet naar Missouri afgezakt om zich in de pan te laten hakken. Bij de eerste drive werden meteen risico’s genomen en fourth downs omgezet om het veld over te steken. De eindzone werd echter niet bereikt en dus trapte Tyler Bass de eerste score van de wedstrijd netjes tussen de doelpalen.

Enkele defensieve stops later moesten de Bills de bal wegpunten. Mecole Hardman stond klaar om de bal op te vangen, maar zag de bal wegspringen van zijn armen. De Bills recupereerden het leer op drie yards van de eindzone en kregen een uitgelezen kans om de voorsprong uit te breiden. Dat liet Josh Allen niet na en hij wierp de bal naar Dawson Knox die makkelijk de touchdown kon scoren. De Bills stonden twee scores voor en zagen er prima uit tegen de verdedigende Super Bowl kampioenen.

Drie snelle touchdowns

Maar de Chiefs zouden de Chiefs niet zijn als ze geen antwoord klaar hadden op deze twijfelende start. Patrick Mahomes kreeg de motor aan de praat en begon zijn receivers te vinden. Travis Kelce was vaak de gezochte man en werd bijna even vaak gevonden. Na een goeie drive was het de onfortuinlijke Mecole Hardman die de kans kreeg om zijn fout recht te zetten en dat ook deed door een touchdown te vangen.

Amper vijf minuten later klopten de Chiefs al opnieuw op de deur van de eindzone. Opnieuw deed Travis Kelce een duit in het zakje, met een catch van vijftien yards. Het was de running back Darrell Williams die finaal de bal over de streep duwde na een run van zes yards. Nog eens vijf minuten later was het voor de derde maal in het tweede kwart bingo voor de Chiefs. Ditmaal was het de andere superster van de Chiefs, Tyreek Hill, die de grote play op z’n naam schreef. Hij deed zijn bijnaam alle eer aan toen hij wegschoot als een cheetah voor 33 yards en zijn team in de redzone bracht. De teruggekeerde Clyde Edwards-Helaire zette de kroon op het werk door de touchdown binnen te rennen. Op minder dan vijftien minuten tijd hadden de Chiefs de scheve situatie helemaal rechtgetrokken.

Chiefs dulden geen comeback

Na de rust gingen de Chiefs op hun elan door. De Bills konden hen weliswaar tot een field goal dwingen bij de eerste drive van de tweede helft, maar toen ze in de daaropvolgende drive zelf genoegen namen met een field goal, in plaats van het risico te nemen bij 4th and 3 op de 8 yardlijn, leek de mentale strijd al beslecht. De Chiefs zetten het de Bills hun gebrek aan durf dubbel en dik betaald met een fantastische drive en touchdown. Op de 25 yardlijn van de Chiefs kreeg Tyreek Hill de bal en voor de tweede maal zette hij de raketmotoren aan, deze keer om maar liefst 71 yards te overbruggen. Mahomes gooide vervolgens een onderhands balletje naar Kelce voor de touchdown en de wedstrijd was zo goed als gespeeld.

Josh Allen probeerde de bakens nog te verzetten, maar hij beleefde een wedstrijd om snel te vergeten en gooide op het eind van het derde kwart ook nog eens een interceptie in de handen van cornerback Rashad Fenton. Wederom betaalden de Bills de fout in cash. Mahomes marcheerde het veld over en vond opnieuw Travis Kelce die zijn tweede touchdown van de avond scoorde.

Onside kick brengt geen zoden aan de dijk

De Bills lagen nog net niet uitgeteld tegen het canvas toen er toch een sprankje hoop verscheen in de ogen van Josh Allen en de meest optimistische Bills-fans. Halverwege het vierde kwart kon de offense voor ’t eerst een aanval succesvol afronden, met een touchdown-pass van Allen naar Isaiah McKenzie. De Bills lukten daarna zelfs een onside kick om het balbezit meteen weer te veroveren. Maar het offensieve buskruit was intussen opgebruikt en de Bills konden de Chiefs geen pijn meer doen. Tyler Bass trapte nog een field goal om de eindscore vast te leggen, maar meer zat er niet in voor Buffalo.

De Chiefs speelden de wedstrijd rustig uit konden een feestje gaan bouwen. Met de relatief eenvoudige winst in de AFC Championship plaatsten de Chiefs zich voor het tweede jaar op rij voor de Super Bowl. Daar wacht de quarterback die de Chiefs in 2019 nog uit die finalewedstrijd weghield. Tom Brady mag proberen om zelf de laatste quarterback te blijven die erin sloeg om twee jaar op een rij de Super Bowl te winnen. Dat kunststukje lukte hem in 2004 en 2005. Houdt hij opnieuw Mahomes van de titel? Of kan de kampioen van 2020 definitief de fakkel overnemen van de GOAT? De afspraak staat in het Raymond James Stadium in Brady’s eigen Tampa Bay op 7 februari!

Cover photo: Dylan Buell/Getty Images

Top 10 beste NBA-duo’s aller tijden

0

De LA Lakers werden door Lebron James en Anthony Davis naar het kampioenschap geloodst. Samen vormen zij de ruggengraat van een titelfavoriet voor komende jaren. Veel succesvolle teams konden bouwen op het samenspel van twee uitmuntende spelers. In dit artikel gaan we kijken naar de 10 beste duo’s aller tijden. Voor deze ranking heeft SportAmerika gekeken naar behaalde titels, het aantal jaren van samenwerking en de chemie tussen twee spelers. Zoals elke top 10 beginnen met de nummer 10.


 10. Jerry West / Elgin Baylor, LA Lakers 1960-1972


De Lakers hadden met Jerry West en Elgin Baylor extreem goede aanvallers. Baylor stond bekend om zijn jumpshot. Deze manier van schieten was destijds revolutionair, waardoor hij moeilijk te verdedigen was. Gedurende zijn carrière scoorde hij gemiddeld 27 punten per wedstrijd en 13 rebounds per wedstrijd. 

Wist je dat het logo van de NBA het silhouet van Jerry West is? Als point guard leidde hij de aanval van de Lakers. Ook hij was goed voor 27 punten per wedstrijd en vond hij met zijn dribbels altijd een weg naar de basket.

Enig smetje op hun samenwerking? West en Baylor wisten in de 10 seizoenen zeven keer de finale te halen en niet één keer te winnen. Toen het duo in 1972 uit elkaar ging, werd West ironisch genoeg wel kampioen met de Lakers.


9. David Robinson / Tim Duncan, San Antonio Spurs 1997-2003


In 1996 raakte David “the Admiral” Robinson zwaar geblesseerd en eindigde de Spurs op de 27e plaats in de standings. Dit rampjaar leverde wel de 1e draft-pick van 1997 op, waarmee zij Tim Duncan kozen. De geboorte van “the Twin Towers” was een feit.                                                                         

Robinson kwam van de marine en stond bekend om zijn discipline, fatsoen en werklust. Hij bleek de ideale mentor voor de introverte, timide Duncan. In de jaren voor de komst van Duncan had Robinson al naam gemaakt als topverdediger en aanvalsleider. Destijds werd de NBA gedomineerd door centers als Shaquille O’Neal, Hakeem Olajuwon en Patrick Ewing, maar de combinatie van twee grote spelers die elkaar vooral verdedigend perfect aanvoelde leverde in 1998 meteen de 1e van twee titels op. Robinson sloot zijn carrière af met een titel in 2003. Duncan zou daarna nog viermaal in de finale staan, waarvan er drie werden gewonnen.


8. Isiah Thomas / Joe Dumars, Detroit Pistons 1985-1994


Onder leiding van Isaiah Thomas en Joe Dumars wisten de Pistons eind jaren ‘80 de NBA te domineren met keiharde defense. De twee guards gingen voorop in de strijd en vormde negen seizoenen lang één van de beste back-courts in de NBA.

Zowel verdedigend als aanvallend wisten ze precies wat ze aan elkaar hadden. Thomas was de spelmaker, Dumars de schutter. De rest van het team, waaronder Dennis Rodman en Bill Laimbeer, was aanvallend afhankelijk van de guards. Alleen onder hun leiding konden de Pistons uitgroeien tot titelkandidaat.

In 1988 haalden zij de finale, waar ze werden verslagen door de Lakers van Magic Johnson. Het jaar daarop namen ze wraak en wisten ze twee keer achter elkaar kampioen te worden. Tot grote frustratie van Michael Jordan.


7. Shaquille O’Neal/ Kobe Bryant, LA Lakers 1996-2004


In 1996 maakte Shaquille O’Neal de overstap van de Orlando Magic naar de Lakers. Datzelfde jaar werd Kobe Bryant als 13e gekozen door de Charlotte Hornets en meteen in een trade naar de Lakers gestuurd. Shaq was op dat moment de meest dominante speler in de NBA. Met zijn postuur en brute kracht was hij niet te stoppen. In Orlando had hij al eens de finale gehaald en datzelfde moest hij nu voor de Lakers doen. 

Kobe koos ervoor om direct na high school naar de NBA te gaan en won als rookie de Slam dunk contest tijdens het All-Star weekend. De piepjonge Kobe kon in de schaduw van Shaq groeien tot superster en na drie seizoenen behaalden ze hun eerste titel.

De Lakers wisten drie jaar achter elkaar kampioen te worden. Tijdens deze succesjaren kwam de relatie tussen Shaq en Kobe onder een vergrootglas te liggen en moest coach Phil Jackson meerdere keren bemiddelen om de gemoederen te bedaren. In 2004 haalden ze weer de finale, maar verloren zij als gedoodverfde favoriet van de verrassend sterke Detroit Pistons. 

Dit betekende het eind van hun samenwerking. Shaq wist in 2006 nog één keer kampioen te worden met de Miami Heat. Kobe werd nog twee keer kampioen met de Lakers (2009 en 2010).


6. John Stockton / Karl Malone, Utah Jazz 1985-2003


Maar liefst 19 jaar lang voerden John Stockton en Karl Malone de Utah Jazz aan. 19!! En dan ook nog onafgebroken naar de playoffs en twee keer naar de finale. Jammer genoeg voor de Jazz besloot Michael Jorden terug te keren naar de NBA, anders hadden ze zeker één keer de titel gewonnen.

De chemie tussen point guard Stockton en power-forward Malone was simpelweg verbluffend. Het gemak waarmee Stockton Karl ’the Mailman’ Malone vond was een genot om naar te kijken. Stockton leidde negen jaar lang de NBA in assists. Daarnaast was Stockton ook nog eens een ontzettend goede verdediger, wat hem misschien wel de beste point guard aller tijden maakt.

Malone stond bekend om zijn doeltreffendheid op de momenten dat het nodig was. Zijn bijnaam komt voort uit het gezegde: “The mailman always delivers”. Toen Stockton in 2003 met pensioen ging, besloot Malone een ultieme poging te doen om de felbegeerde ring te bemachtigen. Samen met Gary Payton, ook een verliezend finalist, tekenden zij bij de Lakers van Shaq en Kobe. Misschien was het wel hun karma waardoor de finale in 2004 verloren ging..


5. Larry Bird / Kevin McHale, Boston Celtics 1980-1992


In de jaren 80 moesten de Boston Celtics opboksen tegen de LA Lakers van Magic Johnson. Larry Bird en Kevin McHale vormden tezamen het perfecte duo voor deze taak. In de 12 seizoenen dat zijn samenspeelden bereikten ze vijf keer de finale en werden ze drie keer kampioen.

Bird is misschien wel de voorloper van de moderne point forward. Hij had een uitstekend inzicht en veraste de tegenstander met listige passes. Zowel met als zonder bal was hij een constante dreiging. Zijn ultieme handelsmerk was zijn schot, getuige zijn hoge schotpercentages. Hij won driemaal achter elkaar de Most Valuable Player award (MVP).

McHale was een ware goeroe rondom de basket. Zijn voetenwerk draaide menig tegenstander letterlijk dol. Bird wist telkens weer McHale in stelling te brengen onder de basket. Deze aanvallende vaardigheden resulteerde in het hoogste schotpercentage in twee seizoenen.

Zowel Bird als McHale waren uitstekende verdedigers. Hun intelligentie en verfijnde techniek staan symbool voor de Boston Celtics dynastie van de jaren 80.


4. Steph Curry / Klay Thompson, Golden State Warriors 2011-heden


De Splash-brothers zijn medeverantwoordelijk voor het moderne basketbal. Deze twee briljant goede schutters, die op elk moment in een wedstrijd kunnen losbarsten met een driepunt-barrage, hebben de basketbalwereld op zijn kop gezet. Onder hun bezielende leiding bereikten ze vijf jaar achter elkaar de finale, waarvan ze er drie wonnen. 

Beide spelers zijn beroemd om hun accurate schot, maar de aanval wordt geleid door Steph Curry. Zijn ball-handling skills zijn zo goed dat hij altijd ruimte kan creëren voor een goed schot. Zijn spelinzicht stelt andere spelers in staat om te excelleren; iedereen om hem heen wordt een betere speler. 

Klay Thompson wordt gezien als een pure schutter. Hierdoor worden zijn verdedigende kwaliteiten weleens over het hoofd gezien. Hij kreeg veelal de opdracht om de beste tegenstander te verdedigen. 

Het is eeuwig zonde dat de samenwerking tussen de Splash-brothers verstoord wordt door blessures. De opeenvolging van blessures voor Thompson gaat menig basketbal fanaat aan het hart. Eerst moest hij een heel seizoen missen door een knieblessure. Dit seizoen ging in rook op toen in de voorbereiding zijn achillespees scheurde. 

Curry probeert dit jaar de Warriors drijvende te houden en hoopt op een dag weer op het veld te staan met zijn backcourt-maatje Thompson.


3. Magic Johnson / Kareem Abdal-Jabbar, LA Lakers 1979-1989


Je noemt iemand niet voor niets ‘Magic’. Als je zo iemand koppelt aan het talent van Kareem Abdul-Jabbar (KAJ) moet er wel iets magisch ontstaan. Tien jaar lang speelden zij samen. Tijdens deze tien jaar gingen zij maar liefst acht keer naar de finale, waarvan er vijf werden gewonnen. 

Magic verdiende zijn bijnaam al tijdens zijn collegejaren. Zijn passes, dribbels, lay-ups en verdediging waren simpelweg betoverend. Hij bracht een ongrijpbare flow in het spel. Daarnaast is Magic een uiterst charismatische persoonlijkheid, wat hem tot één van de meeste unieke spelers allertijden maakt. 

KAJ had al naam gemaakt bij de Milwaukee Bucks, waarmee hij in 1971 kampioen was geworden. Tweemaal was hij topscoorder van de NBA en viermaal noteerde hij de meeste blocks per wedstrijd. Zijn ervaring bracht rust en stabiliteit bij de Lakers. 

De jaren ’80 staan bekend om de strijd tussen de Boston Celtics en LA Lakers, maar de Lakers-dynastie heeft toch echt gewonnen dankzij Magic en KAJ.


2. Bob Cousy/ Bill Russel, Boston Celtics 1956-1963


Toen Bill Russel in 1956 bij de Celtics kwam, tot het einde van Bob Cousy’s carrière in 1963, stonden de Celtics onafgebroken in de finale. Zeven finales op een rij, zes kampioenschappen. Om het nog bonter te maken ging Russel door en behaalde hij in totaal 11 kampioenschappen in 13 seizoenen!! Dit maakt van Russel de Greatest Off All Time binnen de NBA.

Voordat Russel bij de Celtics kwam had Cousy al een naam voor zichzelf gemaakt. Hij stond ook wel bekend als ’the Houdini of hardwood’. Zijn manier van spelen was revolutionair. Voor het eerst in basketbal werden vooraf bedachte plays gespeeld. Hij vertraagde het spel, bracht teamgenoten in positie en transformeerde de NBA.

Aanvallend zat het dus wel snor bij de Celtics. Russel verzorgde de verdediging en was de ontbrekende schakel. Destijds werden het aantal blocks niet bijgehouden, wat eeuwig zonde is omdat Russel een ware specialist was. Op basis van krantenartikelen wordt geschat dat hij en Wilt Chamberlain rond de acht schoten per wedstrijd blockten. Hij was trouwens de enige speler de Wilt Chamberlain aan banden kon leggen. 

Cousy veranderde de sport aanvallend, Russel veranderde de sport verdedigend. Tezamen regeerden zij zeven seizoenen de NBA.


1. Michael Jordan / Scottie Pippen, Chicago Bulls 1987-1993 1994-1998


Michael Jordan en Scottie Pippen werden in 1987 teamgenoten. Jordan was al de absolute leider van het team, maar hij had nog geen gevestigde secondant. Pippen groeide in drie jaar uit tot de gewenste ster die de Bulls nodig hadden. De tijd was rijp om te gaan oogsten.

In 1989 en 1990 reikte de Bulls tot de conference finale waarin zij telkens werden uitgeschakeld door de Pistons van Thomas en Dumars. Beide series werden op het scherpst van de schede gespeeld. Bikkelharde duels, nagelbijtende slotseconden. In 1991 lukte het eindelijk om de gehate Pistons te verslaan en door te dringen tot de finale. Om deze vervolgens drie jaar achter elkaar te winnen.

Michael Jordan was door zijn winnaarsmentaliteit niet te stoppen in zijn jacht op succes. Hij werd zeven jaar achter elkaar topscoorder van het jaar. Werd vijfmaal uitgeroepen tot MVP en leidde de NBA driemaal in steals. Verdedigend werkte hij net zo hard om zijn doelen te bereiken.

Pippen was een minder uitgesproken persoonlijkheid en gedijde uitstekend in de schaduw van Jordan. Hij wist precies wanneer hij zijn loopacties moest maken en was bliksemsnel in de counteraanval. Verdedigend wordt hij beschouwd als één van de beste allertijden. Zijn armlengte benutte hij optimaal, om zo de aanval van de tegenstander te ontregelen. Dit leidde tot veel balverlies en vele counters.  

Velen geloven dat de Bulls acht jaar op rij kampioen waren geworden als Jordan in het seizoen 1993-1994 was gebleven. Misschien is het daarom nog knapper dat Jordan en Pippen de successen van begin jaren ‘90 wisten te herhalen en weer driemaal op rij kampioen werden. In de 10 jaren dat zij samenspeelden bereikten ze zes keer de finale en verloren er geen een. De onderbreking in ’94 en ’95 is enerzijds een aderlating, anderzijds maakt het de legende van Jordan en Pippen compleet.

Photo: Andrew D. Bernstein / NBAE / Getty