Curt Flood, de man die het opnam tegen MLB en alles verloor

Met de Major League in lockout en weinig hoop op een snelle doorbraak, biedt dat ons de perfecte gelegenheid om de herinnering aan Curt Flood, de speler aan wie de huidige honkbalmiljonairs in grote maten hun verdiensten, maar — misschien nog belangrijker — een zekere vrijheid te danken hebben, in leven te houden.

DE ‘RESERVE CLAUSE’

Aanvankelijk leek het een alledaagse trade tussen de St. Louis Cardinals en de Philadelphia Phillies. Byron Browne, Tim McCarver, Joe Hoerner en Curt Flood werden geruild voor Dick Allen, Cookie Rojas en Jerry Johnson. Deze doorsnee deal zal echter de geschiedenisboeken ingaan als het begin van het einde van de reserve clause. Maar wat was precies de reserve clause?

In de begintijd van het Amerikaanse honkbal lag alle macht bij de spelers. Hierdoor ontstond er een situatie waarin spelers als een soort huurlingen gingen spelen voor de club die hen het meeste geld betaalde. Dat kon soms zelf per maand verschillen. Om dit tegen te gaan werd ruim 150 jaar geleden de National League opgericht, met daarbij de afspraak dat spelers zonder toestemming van hun eigen club niet voor een ander konden spelen: de reserve clause.

FLOOD WEIGERT

In 1969, het jaar van de genoemde trade, was de reserve clause nog altijd actief. Curt Flood weigerde zich daar echter bij neer te leggen. Hij had absoluut geen zin in een overstap naar Philadelphia, want hij had het niet alleen heel erg naar zijn zin in St. Louis in het algemeen en bij de Cardinals specifiek, maar hij moest er bovendien niet aan denken om net als Dick Allen als oud vuil door de aanhang en organisatie van de Phillies behandeld te worden.

De brief van Curt Flood aan commissioner Bowie Kuhn.

John Quinn, general manager van de Phillies, deed er alles aan om Flood te overtuigen, maar die bleef bij zijn weigering. Toen de speler bovendien de steun kreeg van Marvin Miller, de toenmalige executive director van de spelersvakbond, besloot de outfielder in een brief aan commissioner Bowie Kuhn een vrije transfer op te eisen. Kuhn weigerde, waarop Flood naar de rechter stapte.

RACISME

In zijn jeugd was Curt Flood aan de westkust van Amerika redelijk gevrijwaard gebleven van de racistische Jim Crow-wetten die het leven in het zuiden van het land dicteerden. Daar kwam verandering in, toen hij als minor leaguer van de Cincinnati Reds in zuidelijke contreien kwam te spelen. Niet alleen werd hij door fans en spelers van de tegenpartij racistisch bejegend, maar ook teamgenoten en soms zelfs zijn eigen coaches zagen hem niet voor vol aan.

Hoe goed hij ook speelde — hij werd zelfs speler van het jaar met vooral geweldige offensieve statistieken –, bleven sommigen hem liever kwijt dan rijk. Deze ervaringen op en rond de stadions, plus de behandeling daarbuiten, waarbij hij als tweederangsburger apart van de witte spelers moest reizen en overnachten, zou Flood voor de rest van zijn leven met zich meedragen.

ALL STAR

Zijn goede spel zette Flood door in de major league. Vooral zijn transformatie van binnenvelder tot centerfielder pakte goed uit. In die tijd werd zijn spel op die positie zelfs vergeleken met dat van tijdgenoot en levende legende Willie Mays. Hij won zeven gold gloves, maar niet alleen defensief stond hij zijn mannetje.

Vanaf het jaar van zijn definitieve doorbraak in 1961 tot en met zijn gewraakte transfer acht jaar later had hij een slaggemiddelde boven de .300. Daarin sloeg hij meer dan 1.500 hits. In drie van die seizoenen mocht Flood aantreden in de All Star Game. Hij was met zijn defensieve én offensieve kwaliteiten een belangrijke pion in de successen van de Cardinals. Met hem in de gelederen won St. Louis tweemaal de World Series en ging de Fall Classic eenmaal verloren.

REMBRANDT

Curt Flood was al van kleins af aan anders dan zijn teamgenoten. Om te ontsnappen aan het — in zijn woorden — ruwe, harde honkbalwereldje, tekende en schilderde hij graag. Een van zijn schilderijen, een portret van Martin Luther King, zou via diens weduwe zelfs in het Witte Huis van George Bush Sr. terechtkomen. Van teamgenoten kreeg hij vanwege zijn schilderstalent de bijnaam Rembrandt.

Curt Flood was tevens een begenadigd schilder (bron: Hall of Fame archief).

Flood was geliefd in St. Louis. Niet alleen omdat hij zo goed kon honkballen, maar ook vanwege die artistieke kant, zijn uitbundige levensstijl en zijn chique manier van kleden. Het maakte hem een graag gezien gast in de stad, waar hij in één van de betere, hippere wijken was gaan wonen. Een van zijn broers ging het echter minder voor de wind en daarvoor zou Curt ook de gevolgen dragen.

OPSTAPELING VAN INCIDENTEN

Broer Carl Flood Jr. was naar verluid even talentvol en charismatisch als zijn broer, maar deed er veel minder mee. Na een eerdere gevangenisstraf was Carl in 1969 bij zijn broer in St. Louis komen wonen, maar weer ging hij in de fout. Na een overval op een juwelier werd de achtervolging die de politie op hem en zijn kompaan inzette live op de plaatselijke televisie uitgezonden. Het was een eerste smetje op het blazoen van Curt Flood.

Ondanks zijn familiale beslommeringen, hielp Flood de Cardinals andermaal de World Series te bereiken, maar mede door een inschattingsfout van hun zo vaak geprezen midvelder ging het daarin mis. Flood was de kop van jut en toen hij vervolgens niet akkoord ging met een nieuw contractvoorstel van de club, omdat hij een hoger salaris eiste, was hij natuurlijk helemaal de gebeten hond. Zijn positie binnen de organisatie was niet langer onaantastbaar.

VERANDERING

En toen volgde dus de trade en Floods verzet daartegen. Precies zoals Marvin Miller verwachtte, stelde de rechter de speler uiteindelijk niet in het gelijk, maar de wielen van verandering waren op dat moment al in beweging gezet. De publieke opinie, men was zich tot dat moment niet bewust van het eenzijdige karakter van honkbalovereenkomsten, keerde zich tegen de reserve clause en bij een volgende CAO-onderhandelingen sleepte Miller er voor de spelers meer vrijheden uit.

Veel profijt zou Curt Flood zelf van zijn actie niet ondervinden. Zijn carrière was op dat moment zo goed als voorbij. Niet omdat hij er niks meer van kon, maar omdat persona non grata was geworden. Na zijn vroegtijdige honkbalpensioen raakte Flood in de vergetelheid en aan de drank. Hoewel er later in zijn leven nog iets van waardering zou volgen, zullen tegenwoordig nog weinig van de spelers die zoveel aan hem te danken hebben nog zijn naam kennen. Hij overleed in 1997 aan keelkanker, twee dagen na zijn 59e verjaardag.

COOPERSTOWN

Vorig jaar werd Marvin Miller, die andere luis in de pels van MLB, door de Veterans Committee de Baseball Hall of Fame ingestemd. Ook voor hem kwam die erkenning veel te laat, maar de roep op een plaque voor Flood in Cooperstown laaide wel weer op. Of hij het puur op zijn honkbalkwaliteiten bereikt zou hebben, is de vraag — hoewel zeker ook niet uitgesloten –, maar op basis van zijn opoffering voor ’the greater good’, zou het hem wel toekomen.

Coverfoto: MLB Photos via Getty

Sander Grasman
Recreatief sporthistoricus en vice-voorzitter van de Nederlandse Fred McGriff-fanclub.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen