NHL At The Rink: Gretzky en Oilers zetten wereld op z’n kop

We zitten een beetje in een schemergebied wat NHL betreft. Het seizoen 2024-2025 ligt volledig en compleet achter ons, de draft en free agency zijn geweest en het nieuwe seizoen is een steeds iets groter stipje aan de verre horizon. Om de tijd door te komen, hebben wij besloten onze NHL At The Rink weer eens van stal te halen. In deze editie blikken we terug op één van de allergrootste – zo niet, de grootste – trades in de historie. Die van Wayne Gretzky naar de LA Kings. En pakken en passant ook de natuurlijke opvolger van The Great One in Edmonton even mee…

HET WERELDNIEUWS IN 1988

Tja, voor kinderen uit de jaren 80 heeft het jaartal 1988 een magische klank. En ook voor kinderen uit de jaren 60, 70, 90 en alles daaromheen… Eindelijk. Eindelijk rekende Het Nederlands Elftal af met spoken uit het verleden. Eindelijk was die oh zo felbegeerde hoofdprijs op het voetbalveld voor ons! Een naslagwerk, nog altijd gekoesterd door ondergetekende, beschreef het gebeuren in het toenmalige West-Duitsland op de cover heel simpel in één woord: Hebbes! Wijlen Jules Deelder schreef er een gedicht over en bij gebrek aan succes daarna worden we bij elk EK of WK nog altijd herinnerd aan dat gewonnen EK daar in München.

In Eindhoven en omgeving was dat jaar dankzij de gewonnen Europacup 1 nog magischer. Op weg naar hun gewonnen finale tegen Benfica rekende PSV onder meer af met het Real Madrid van Don Leo Beenhakker. De Nederlandse sport trok zo in het voorjaar en de zomer van 1988 de succesvolle lijn door die al in de winter was ingezet. Tijdens de Winterspelen in het Canadese Calgary kroonde Yvonne van Gennip zich dat jaar namelijk als koningin van het ijs met drie gouden medailles. Op deze plek mogen we ook de zilveren plak van sprinter Jan Ykema op de 500 meter niet vergeten.

Gebeurde er verder nog iets dat jaar? Wel degelijk! En lang niet altijd positief… Het jaar 1988 is namelijk ook in de boeken gegaan als het jaar waarin Osama Bin Laden terreurgroep Al Qaida oprichtte. Dit was ook het jaar van de aanslag op Pan Am Vlucht 103. Een ramp die al snel de naam kreeg van de Schotse plaats waar het vliegtuig explodeerde: Lockerbie. Minder zwaar nieuws was er ook in 1988. Het internet stond nog in de kinderschoenen, maar het eerste virus werd al wel verspreid via het in aanbouw zijnde world wide web…

DE MOEDER ALLER TRADES

Ook in de NHL heeft het jaar 1988 een bijzondere betekenis. Het is het jaar waarin de Edmonton Oilers hun vierde Stanley Cup in vijf jaar winnen. En daarmee een heuse dynastie op poten zetten. Het is echter ook het jaar – misschien wel voorál het jaar – van de grootste trade in de geschiedenis van die franchise. Vanaf zijn komst naar Edmonton, in 1978, was Wayne Gretzky een meer dan bepalende speler geweest. De levende legende was als tiener al geweldig in de WHA, waar de Oilers tot de fusie met de NHL in 1979 nog in speelden. Dat het altijd nog beter kan, bewees The Great One vanaf 1979-1980.

Voor de volgers van de National Hockey League was het destijds niet de vraag wie de meeste punten zou scoren. Het was enkel de vraag hoevéél punten Wayne Gretzky nu weer zou verzamelen. Die aantallen gingen van 137 in zijn eerste NHL-seizoen voor de Oilers tot 215 in 1985-1986.Een seizoen dat niet eens bekroond werd met de ultieme prijs, want uitgerekend in dat enorm productieve jaar van Gretzky moesten de Oilers de Stanley Cup – hún Stanley Cup – aan de Montreal Canadiens laten.

REVANCHE

Wayne Gretzky zou zijn revanche een jaar later wel krijgen. Na een ongelooflijk spannende serie tegen de Philadelphia Flyers legden Gretzky en de Oilers beslag op hun derde Cup. Dat jaar was het overigens niet Gretzky die tot MVP in de play-offs werd verkozen. Die eer ging naar de piepjonge Ron Hextall. Een emotioneel moment voor Hextall en de Flyers, want de franchise was nog bezig de dood van Pelle Lindbergh te verwerken. Op 26-jarige leeftijd kwam deze getalenteerde goalie uit Zweden om bij een verkeersongeval. Hextall eerde Lindbergh door voortreffelijk te keepen tijdens de Stanley Cup Final in 1987. Helaas voor de club bleef het ultieme eerbetoon uit en wonnen de Oilers Game 7 dat seizoen.

Terug naar Wayne Gretzky en de Oilers dan. Aan het begin van de jaren tachtig waren het de New York Islanders die een dynastie op poten zetten. Dat kunstje hadden de Oilers van hen afgekeken. Hoewel Montreal voorkwam dat Edmonton zomaar een stuk of wat Cups op rij won, wist iedereen dat de tweede helft van dat decennium toebehoorde aan Wayne Gretzky, Mark Messier, Jari Kurri en de Edmonton Oilers. Al kwam er in 1987-1988 wel degelijk een kink in die kabel. Of eigenlijk wel meer dan één, maar daarover straks heel veel meer. Dat seizoen waren het namelijk niet de Oilers, maar aartsrivaal Calgary Flames die beslag legden op de toenmalige Smythe Division. Je zou dit de voorloper van de huidige Pacific kunnen noemen.

Edmonton sloot het reguliere seizoen af op een tweede plaats in de divisie. Teams die dachten nu voor de Cup te kunnen gaan, kwamen in het postseason bedrogen uit. Ontzettend bedrogen uit. Net als de Isles eerder in het decennium wisten de Oilers inmiddels dat het allemaal draaide om de play-offs. Toen die tijd eenmaal was aangebroken, was er geen houden meer aan. Vaak wordt gezegd dat de Stanley Cup de moeilijkste prijs is om te winnen in de Amerikaanse sport, maar de Oilers dachten daar in 1988 heel anders over. Slechts 18 wedstrijden hadden ze nodig om hun vierde Cup in vijf jaar te winnen.

SNELTREIN OILERS

In de eerste ronde snoepten de originele versie van de Winnipeg Jets hen nog een wedstrijd af en hetzelfde deden de Detroit Red Wings in de Conference Final. Zowel de gehate Flames als later de Boston Bruins in de Stanley Cup Final kregen een sweep aan hun broek. Die 18 wedstrijden op weg naar de Cup is nu nog altijd een record. In de recente geschiedenis kwamen de Avalanche nog een heel klein beetje in de buurt. Tot aan de Stanley Cup Final hadden ook zij pas twee nederlagen geleden, maar toenmalig titelhouder Tampa Bay Lightning wenste niet mee te werken aan een sweep en dwong de Avs tot zes wedstrijden.

Voor zijn doen speelde Wayne Gretzky dat seizoen weinig wedstrijden. The Great One moest 16 wedstrijden laten schieten in het reguliere seizoen, maar was ondanks dat nog altijd goed voor 149 punten. Daarvan kwamen er 109 tot stand via een assist en het zal niemand verbazen dat Gretzky voor de verandering weer eens de koning was op dat gebied. Voor het negende jaar op rij. In de play-offs trok Gretzky dat nog even door. Niet alleen mocht hij de Cup in ontvangst nemen. En de Conn Smythe als MVP in het postseason, maar met 31 assists zette hij en passant ook nog even een record dat tot 2024 bleef staan. Dat jaar werd dit record overgenomen door Connor McDavid, die met 34 assists de Oilers bijna aan de Cup hielp. McDavid had daar overigens wel veel meer wedstrijden (25) voor nodig.

Tot zover niets aan de hand. Gretzky had zijn vierde Cup, was als late twintiger al een legendarische speler en de Oilers hadden met hem in de gelederen de garantie op veel meer succes. Het was echter ook een tijd waarin de salary cap nog niet bestond. En met al die sterren liep de salarishuishouding in Edmonton hoog op. Te hoog, zo was de mening van eigenaar Peter Pocklington. De ondernemer vond dat bij zijn NHL-speeltje de broekriem even flink moest worden aangehaald. Toen al gingen er geruchten dat Pocklington zijn geld nodig had voor andere zaken, maar voor het eindoordeel maakte dit geen verschil. De kip met de gouden eieren moest van de loonlijst in Edmonton.

SCHEURTJES…

Een paar alinea’s geleden spraken wel al over een kink in de kabel. Of ruis op de lijn, het is maar welke naam je er aan wilt geven. Walter Gretzky wist al tijdens het seizoen dat zijn zoon Wayne op het trade block zou belanden. Waar dergelijk nieuws tegenwoordig binnen no time online zou staan, kon dit in het tijdperk zonder internet en sociale media nog goed onder de pet gehouden worden. Walter wist hoe graag zijn zoon voor de Oilers speelde, maar weigerde hem in te lichten. Wayne moest de gedachten volledig bij het winnen van een volgende Cup hebben.

Toen die Cup eenmaal binnen was, druppelden er hier en daar al snel wat geluiden door. De superster, met bijna 700 wedstrijden, 583 goals, 1086 assists en een slordige 1669 punten voor de Oilers, mocht zijn heil ergens anders gaan zoeken.  Niet omdat Gretzky niet goed genoeg meer was, maar enkel en alleen om de Pocklington het geld nodig had. Of hem simpelweg niet meer kon betalen. Maar goed, Gretzky van de hand wíllen doen is één. Het volgende punt is om ook daadwerkelijk die daad bij ’t woord te voegen. En ook dat bleek nog niet zo eenvoudig voor Pocklington.

De speler had het namelijk voortreffelijk naar zijn in Edmonton en wilde dat niet zomaar opgeven. Punt van zorg hier was echter wel zijn wederhelft. In juli 1988 trad Gretzky in het huwelijksbootje met actrice Janet Jones. Van haar was bekend dat zij liever niet naar Edmonton verhuisde en dicht op het vuur wilde zitten rond Hollywood. Dat dit haar niet populair maakte bij de achterban van de Oilers moge duidelijk zijn. Rond die tijd staken ook de eerste geïnteresseerde teams hun neus aan het venster. Detroit wilde wel, Vancouver hoopte vurig en Los Angeles zag de komst van Wayne Gretzky ook wel zitten. De Kings hadden hier het “geluk” in de achtertuin van Hollywood te opereren.

GEEN WEG TERUG

Achter de schermen moest Peter Pocklington praten als brugman om Gretzky te overtuigen om te gaan. De superster had hier zelf een flinke vinger in de pap en zag waarschijnlijk ook wel in dat het op deze manier een onwerkbare situatie in Edmonton zou worden. Uiteindelijk eiste Gretzky dat met hem ook Marty McSorley, zijn bodyguard op het ijs, en Mike Krushelnyski naar Californië vertrokken.

Dit alles gebeurde achter de rug om van general manager Glen Sather. Toen deze hoorde dat een trade al in een ver gevorderd stadium was, probeerde hij hier voor te gaan liggen. Tot hij hoorde dat Gretzky al had ingestemd. Met een trade naar de Kings. Er moesten nog meer obstakels genomen worden, want zelfs het Canadese parlement ging zich er mee bemoeien. Een enkele politicus wilde koste wat kost Gretzky behouden voor Canada en de Oilers, maar in een vrije markt leek dat toch vooral een trucje voor de bühne.

KOGEL DOOR DE KERK

Nu er al zoveel over gezegd en geschreven was, konden de Oilers-fans zich al langzaam maar zeker voorbereiden op het slechte nieuws dat ging komen. Op 9 augustus was het moment daar. De partijen maakten wereldkundig dat Wayne Gretkzy vertrok naar Los Angeles. Een grote stad, een fijn klimaat, mooie clubkleuren, maar toch bepaald geen ijshockeygek gebied. Bruce McNall, eigenaar van de Kings en iemand die zich heel erg sterk maakte voor de komst van The Great One, wist dat dit zou gaan veranderen nu deze enorme vis der vissen aan de haak geslagen was.

Logischerwijs ging er ook het een en ander de andere kant op. De getalenteerde Jimmy Carson (107 punten in 1987-1988), Martin Gelinas (de seventh-overall pick van LA dat jaar), de first-round picks van 1989, 1991 en 1993 gingen allemaal richting Edmonton. Oh ja, en $ 15 miljoen. Voor Peter Pocklington ook zeker niet onbelangrijk… De grootste trade in de geschiedenis van de National Hockey League was daarmee definitief een feit.

ZONDER CUP IN LA

Wat daarna volgde, was natuurlijk een hoop drama. En ongeloof. Al dan niet gespeeld. Wayne Gretzky in een ander shirt dan dat van de Oilers. In Canada konden ze zich het niet voorstellen en in Edmonton al helemaal niet. Hun kroonjuweel, hun rijksmonument verliet niet alleen het land, maar ging ook nog eens spelen in een stad waar het allesbehalve draaide om ijshockey. De Kings waren onderdeel van die allereerste expansion in 1967, dus geen onbekende in de NHL. Overdreven veel gepresteerd hadden ze in die eerste twintig jaar nou ook weer niet. En daar moest Gretzky verandering in brengen. Al zou pas jaren later blijken wat de werkelijke waarde was van deze trade voor de sport in deze Amerikaanse staat.

Hoe verging het Wayne Gretzky in LA? Statistisch gezien veranderde er eigenlijk niet zoveel. De superster, nu ook in een decor dat past bij iemand van die status, bleef strooien met passes en pikte regelmatig zijn doelpuntje mee. Het leverde hem ook in Californië “gewoon” seizoenen op met 168 (zijn eerste jaar) en 163 punten op. Wat ’t hem echter niet opleverde, was een volgende Stanley Cup. In 1993 kwamen Gretzky en de Kings heel dichtbij die heilige graal.

Onder debuterend head coach Barry Melrose schopten de Kings het tot de Stanley Cup Final, maar daarin legden ze het in vijf wedstrijden af tegen Patrick Roy en de Montreal Canadiens. Achteraf een historische finale. Niet alleen bleek dit de laatste van Wayne Gretzky, maar ook was het tot nu toe de laatste winst van een Canadese franchise.

VLIEGWIEL-EFFECT IN CALIFORNIË

Wayne Gretzky zou uiteindelijk acht seizoenen de kleuren van LA dragen. Zelf won hij nog de nodige awards en scherpte hij veel records aan. Het lukte The Great One echter niet om dat te doen waar hij min of meer voor werd gehaald: de Stanley Cup naar Los Angeles brengen. Of naar Californië, zo u wilt. De Kings waren zelfs niet de eerste club uit die staat met een Cup. Die eer ging namelijk naar de Anaheim Ducks in 2007.

De Ducks, maar ook de San Jose Sharks in het noorden van de staat, zijn een gevolg van die Gretzky-trade. De grootste aller tijden liet zelfs de mensen in een warme, zonnige staat warmlopen voor een winterse sport. En bepaald niet zonder succes. Beide franchises zagen aan het begin van de jaren negentig het levenslicht en zijn niet meer weg te denken uit de NHL. Mede dankzij Gretzky en die gigantische trade.

NO GRETZKY…NO PROBLEM…?

Donderde het in Edmonton dan nu helemaal in elkaar zonder Gretzky? Zeker niet! Met kleppers als Glenn Anderson, Jari Kurri, Craig Simpson, Esa Tikkanen en natuurlijk Mark Messier en Grant Fuhr stond er nog meer dan genoeg kwaliteit op het ijs. Dit ondervond The Great One zelf in 1990 toen hij met zijn Kings het moest opnemen tegen de Oilers. Dit gebeurde een jaar eerder ook al, maar toen kon LA prima partij bieden. Nu was de serie erg eenzijdig en al na vier duels afgelopen. Gretzky schudde zijn oude maatjes de hand, zoals ook de Blackhawks en Bruins dat daarna nog moesten doen. Edmonton legde in 1990 namelijk beslag op de vijfde Stanley Cup in zeven jaar. En de eerste zonder Gretzky.

Na dat jaar breidde de NHL verder en verder uit. Waar de League in 1990 nog maar 21 franchises kende, daar zitten we nu op een aantal van 32. Logischerwijs maakt dit het winnen van een Cup niet eenvoudiger. In de 35 jaar na hun laatste Cup waren de Oilers er in 2006, 2024 en 2025 weer dichtbij. Die laatste twee jaar liggen natuurlijk nog vers in het geheugen. Waar de absolute ster in de jaren tachtig naar de naam Gretzky luisterde, daar is nu Connor McDavid de grote man. Met in zijn kielzog Leon Draisaitl.

TERUG NAAR HET HEDEN

Een veel groter aantal clubs is echter niet de enige verandering in de NHL ten opzichte van de jaren tachtig. Na een hoop gesteggel in de decennia daarna is besloten een salary cap in te stellen. General managers moeten daardoor anders – creatiever – met hun budget omgaan. Dat budget gaat de komende jaren weliswaar fors omhoog, maar daarmee ook het salaris van de vedettes in de League. Het lukte GM Stan Bowman om Leon Draisaitl alvast langer te binden vorig jaar. De doelpuntenmachine uit Keulen tekende op 1 september bij tot medio 2033. Draisaitl zal 37 zijn als zijn contract met een $ 14 miljoen AAV afloopt.

Het is geen probleem als er één goedbetaalde ster rondloopt. Twee stuks is ook prima binnen het salarishuis te passen. Het wordt vervelender als je ook nog een Darnell Nurse ($ 9.250 miljoen AAV tot 2030) en Evan Bouchard ($ 10.5 miljoen AAV tot 2029) hebt lopen én dan nog ruimte moet vinden voor Connor McDavid. En andere pionnen die je aan de Cup kunnen helpen. Met andere woorden, zijn de Oilers straks in de breedte nog wel sterk genoeg om een serieuze rol van betekenis te kunnen spelen?

HERHAALT DE GESCHIEDENIS ZICH?

Een nieuw contract voor McDavid wordt geschat zo rond de $ 17 miljoen per jaar. Is dit inderdaad het geval, dan zitten de Oilers voor vier spelers al op een slordige $ 50 miljoen aan cap space. De komende jaren gaat die cap space dan wel naar ruim $ 110 miljoen, maar dan nog besla je met $ 50 miljoen al bijna de helft van je salarishuis. Om de overige 19 plekken in te vullen, heeft de general manager van dienst dus nog ongeveer $ 60 miljoen tot zijn beschikking. Een flinke klus, zeker als je weet dat McDavid en Draisaitl het grootste deel van hun contract aan de “verkeerde kant” van de 30 zitten.

McDavid weet dit alles ook. Net als Gretzky heeft hij het geweldig naar zijn zin bij de Oilers, waar Draisaitl is uitgegroeid tot één van zijn beste vrienden. In tegenstelling tot Gretzky heeft McDavid nog géén Cup gewonnen. Hij zal dit heel graag willen doen in Edmonton, maar hoe groot is die kans daadwerkelijk? Wordt dit roster niet te topzwaar als hij voor veel geld bijtekent? Wat de laatste jaren ook duidelijk is geworden, is dat deze Oilers een goede goalie missen. En we weten dat die geld kosten. Geld wat de Oilers eigenlijk nodig hebben voor een uitgebalanceerd roster.

TOEKOMST

Laat er geen misverstand over bestaan. De kans dat McDavid verlengt – en daarmee een volgend Gretzky-trauma in Edmonton voorkomt – is veel groter dan dat hij vertrekt. Mogelijk doet hij dit zelfs al heel snel. De laatste jaren hebben de Oilers echter ook van heel dichtbij kunnen aanschouwen hoe belangrijk het is om een diep-dieper-diepst roster te hebben. Dat is namelijk het geval bij de Panthers. Wat ook het geval is bij de Panthers, is dat geen enkele speler daar meer dan $ 10 miljoen per jaar verdient. Aleksander Barkov is met $ 10 miljoen grootverdiener en mede daardoor kreeg GM Bill Zito de kans dit onwaarschijnlijke roster samen te stellen. Een knap staaltje roster-building en nog onwaarschijnlijk succesvol ook.

Natuurlijk kan de manier van de Oilers ook succesvol zijn. Naast McDavid en Draisaitl hebben ze nog Ryan Nugent-Hopkins en Zach Hyman vastliggen voor de komende seizoenen. Beide heren zijn echter de dertig al gepasseerd. Achter dit tweetal – of drietal als we de onbegrijpelijke contractverlenging van Trent Frederic voor bijna $ 4 miljoen AAV meerekenen – wordt de spoeling dunner. Veel contracten lopen binnen redelijk afzienbare tijd af en door het succes van de laatste jaren lopen binnen deze organisatie niet de grootste talenten rond.

Voor McDavid is het dus onduidelijk hoe zijn club er in de toekomst uit zal zien. Als hij dit laat meewegen in zijn keuze om wel of niet bij te tekenen, dan kan Oil Country alsnog een deja vu krijgen. Dan zou de beste speler van dit moment namelijk ook zomaar kunnen besluiten dat hij bij een andere club een grotere kans maakt op de Stanley Cup.  

Cover photo: Al Seib / Los Angeles Times

Hans Mulder
Hans Mulder
Dankzij de Braves en de Twins gegrepen door MLB. Wat later door een simpele videogame besmet met 't ijshockeyvirus en blij dat ik hier beide liefdes mag beschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Gerelateerde artikelen