Hockey History: Dynasties and Miracles

Aangezien het nog ontbreekt aan duidelijkheid over het nieuwe NHL-seizoen gaan we weer eens terug in de tijd. Veertig jaar om precies te zijn. Een jaar waarin zowel op als naast het ijs veel gebeurde. De Islanders begonnen aan hun dynastie, ene Wayne Gretzky maakte met de Edmonton Oilers de overstap naar de NHL en dan waren er nog de Spelen in Lake Placid. Daar begon al heel, heel voorzichtig de ontmanteling van de machtige Sovjet-Unie. Genoeg gespreksstof dus om nog even een boom op te zetten over het jaar 1980.

WERELDNIEUWS

De wereld was in 1980 nog altijd in de ban van de Koude Oorlog. Dat Ronald Reagan in november van dit jaar werd gekozen tot president van de VS, toen kon dat nog zonder al te veel ophef, maakte het er allemaal niet beter op. Door de inval van de Russen in Afghanistan een jaar eerder waren de spanningen al opgelopen en de Amerikanen besloten de Zomerspelen in Moskou te boycotten. Zo’n 65 landen volgden dit voorbeeld. Nederland deed dit ook, maar toch ook weer niet. Een aantal bonden besloot niet te gaan en tijdens onder meer de openingsceremonie werd niet de nationale driekleur, maar de Olympische vlag gebruikt.

Saddam Hoessein doet voor het eerst van zich spreken in het Midden-Oosten. Diens partij wint de verkiezingen in Irak, Hoessein grijpt de macht en valt in september Iran binnen. Het leidt tot een oorlog die bijna 8 jaar zou duren. In Nederland zorgden de krakersrellen rond de kroning van koningin Beatrix voor ophef. Zij nam het stokje over van haar moeder Juliana op 30 april. Ruim drie weken eerder had Jan Raas in Limburg voor de vierde keer op rij de Amstel Gold Race gewonnen en dit is nog altijd een unieke prestatie.

EERSTE KENNISMAKING

Tussen 1972 en 1979 wilde de World Hockey Association gaan wedijveren met de NHL, maar deze organisatie was geen lang leven beschoren. Toen in juni 1979 de WHA ter ziele ging, maakten vier clubs de overstap naar de NHL. De Edmonton Oilers, de Winnipeg Jets, de New England Whalers (later de Hartford Whalers) en tot slot de Quebec Nordiques.

Met name de komst van Edmonton was interessant. Daar speelde een Canadese tiener die in het laatste seizoen van de WHA tot 43 goals en 104 punten kwam. Wayne Gretzky was de naam en al in zijn allereerste seizoen liet Gretzky zien waarom ze hem later The Great One zouden noemen. Hij schoot 51 keer raak, gaf 86 assists en met 137 punten legde Gretzky beslag op zijn eerste van negen Hart Memorial Trophys.  

Hoewel we 137 punten in de hedendaagse NHL praktisch niet meer zien, was het peanuts bij wat Gretzky in de jaren erna presteerde. Vier keer knalde The Great Onze zelfs door de grens van 200 punten met als hoogtepunt de 215 in 1985-1986. Maar terug naar 1980. In dat team dartelden ook nog Mark Messier en Kevin Lowe rond. Beide spelers zouden, net als Gretzky, de Hall of Fame halen. In hun eerste NHL-seizoen haalden de Oilers maar net de play-offs, maar in de noodzakelijke voorronde werden ze in drie wedstrijden afgeschminkt door de Philadelphia Flyers.

ODE AAN DE BULLIES

Een schande was dit niet, want veel teams verloren dat seizoen van de Flyers. De Broadstreet Bullies hadden in de jaren zeventig al twee keer de Stanley Cup gewonnen en begonnen enorm goed aan het nieuwe decennium. Tussen 14 oktober 1979 en 6 januari 1980 pakten ze in 35 wedstrijden op rij telkens minimaal één punt.

Deze reeks, waarin 25 duels gewonnen werden, is nog altijd ongeëvenaard in de Amerikaanse professionele sport. Tegenwoordig zou je kunnen zeggen dat die serie een stevige basis legde voor de uiteindelijke winst van de Presidents’ Trophy, maar deze werd pas vijf jaar later geïntroduceerd. Met 116 punten mochten de Flyers zich echter wel de beste ploeg van het reguliere seizoen noemen.

Bobby Clarke (57A), Reggie Leach (50G) en Bill Barber (40G) zijn zomaar wat namen die nog over waren gebleven van de oppermachtige Broadstreet Bullies. Geheel in de stijl van die Bullies domineerden de Flyers in 1979-1980 niet alleen op het scorebord, maar ook in de strafbank. Niet minder dan 381 keer mocht de PK acte de présence geven en met 267 strafminuten was Paul Holmgren de grootste schavuit van het gezelschap. Al met al had coach Pat Quinn een team om van te watertanden. Hard, meedogenloos, maar ook nog eens met een technische bagage om u tegen te zeggen. Je zou denken dat dit voldoende moest zijn voor een derde Stanley Cup.

PUZZEL GELEGD

In de eigen Patrick Division liep echter een team dat er heel anders over dacht. Aan het begin van de jaren zeventig betraden de New York Islanders de league en die start verliep bepaald niet vlekkeloos. Met slim scouten en goede draft picks werkten de Isles zich onder Al Arbour langzaam maar heel zeker omhoog. In Clark Gillies, Bryan Trottier en Mike Bossy hadden ze levensgevaarlijke aanvallers opgepikt en in de jaren tachtig kwam al dit talent tot wasdom. Voeg daar ook Denis Potvin aan toe en je krijgt een geweldige mix van zowel aanvallend als verdedigend talent.

Van ’76 tot en met ’79 slechtten de Islanders de grens van 100 punten. In 1979-1980 gebeurde dit niet. De Isles hadden het met name lastig tegen de Bruins en de Red Wings. Van de vier onderlinge wedstrijden tegen die tegenstanders gingen er drie verloren. Daarnaast miste Potvin een groot deel van het reguliere seizoen, maar dit maakte hem tijdens de play-offs des te gevaarlijker. Maar daarover later meer.

Een jaar eerder, dus in ’79, stonden de Canadiens in de Stanley Cup Final tegenover de Rangers. De Habs wonnen voor de vierde keer op rij de Cup en voor hen was winnen wennen geworden. Vrijwel niemand kon op dat moment vermoeden dat hun hegemonie vrijwel ten einde was en de Amerikaanse franchises de dienst uit gingen maken. In ’80 kregen de Canadiens alvast een voorproefje, want al in de tweede ronde vonden zij hun Waterloo tegen de North Stars. De Rangers verging het niet veel beter. Zij liepen zich, eveneens in de tweede ronde, stuk op de veel sterkere Flyers.

VOORSPEL IN LAKE PLACID

We verlaten de NHL even en kiezen voor de afslag naar Lake Placid. Daar werd in februari 1980 gestreden om de Olympische gouden plakken. Of, zoals bij het ijshockey, om het zilver. Het goud was immers alvast klaargelegd voor de Rode Machine uit de Sovjet-Unie. Vier keer op rij veroverde het beste team ter wereld het goud en met spelers als Vladimir Krutov,  Igor Larionov, Sergei Makarov en goalie Vladislav Tretiak lag een vijfde gouden medaille voor het oprapen. Op papier trok Viktor Tikhonov met amateurs naar de VS, maar iedereen wist dat z’n spelers die status alleen op papier hadden. Zij speelden voor de Russische staat. En voor een coach die ze verachtten. 

https://www.youtube.com/watch?v=GdFHKXXPLhg&feature=emb_title

De VS wonnen het goud in 1960 en daarna was het telkens de Sovjet-Unie die met de belangrijkste medaille aan de haal ging. Veel werd er dan ook niet verwacht van Team USA in 1980. Herb Brooks, een goede college-coach, moest er alleen voor zorgen dat het gastland niet uitgelachen werd. In Amerika ging het niet zo lekker en het ijshockey was daar een afspiegeling van. Brooks legde de lat echter hoger. Met voornamelijk studenten uit Minnesota en Boston, twee powerhouses in het college-ijshockey, wilde hij het de Russen moeilijk maken. Brooks werd vreemd aangekeken. Eeuwen geleden had David immers al eens van Goliath gewonnen en een dergelijk wonder kom je niet elke dag tegen.

In de film Miracle On Ice wordt het hele proces mooi weergegeven. Ook dat niet alles pais en vree was bij de Amerikanen. Toch bleef Brooks geloven in zijn missie. Zelfs na de kansloze 10-3 nederlaag tegen de Sovjets in de laatste oefenwedstrijd voor de Spelen. De Russische mannen veegden daarin de vloer van Madison Square Garden aan met de Amerikaanse jochies van Brooks. 

OPMAAT NAAR FINALERONDE

Spelers uit de NHL waren niet welkom in Lake Placid, dus kon het gebeuren dat het spel om de echte knikkers voor Canada al voorbij was na de eerste groepsfase. Zij eindigden als derde in de poule met Finland en de Sovjets. De troepen van Tikhonov verpletterden Nederland (17-4) en Japan (16-0), maar hadden meer moeite met Finland en Canada. Beide teams mochten zelfs even genieten van een voorsprong, maar uiteindelijk kwam het voor de Sovjets altijd weer goed.

De Amerikanen eindigden in hun poule als tweede achter Zweden, maar deden dit op doelsaldo. De twee landen speelden gelijk tegen elkaar en begonnen daardoor elk met een punt aan de finaleronde. De Russen namen een zege op de Finnen mee naar die ronde en Finland begon logischerwijs dus met nul punten.

Op 22 februari stond het immer beladen treffen tussen het gastland en de Sovjet-Unie op het programma. De Amerikanen deden nog mee om de plakken en daarmee was het toernooi volgens velen al geslaagd. Het gezicht was gered en het werd nu zaak om de schade tegen de Russen te beperken. Hoewel de Rode Machine lang niet altijd overtuigde in Lake Placid gaf niemand ook maar een cent voor de kansen van de Amerikaanse studenten. Dat is niet helemaal waar. Herb Brooks geloofde in zijn jongens. En hij had zijn spelers zover gekregen dat deze ook in hem geloofden.

TONIGHT WE SKATE WITH THEM!

De jonge Jim Craig was tijdens het toernooi al een betrouwbare goalie gebleken, maar hij had nu de ondankbare taak de Russen in toom te houden. Bijna tien minuten ging dit goed, maar Craig had geen antwoord een schot dat door Krutov van richting werd veranderd. De achterstand zorgde niet voor wanhoop op de Amerikaanse bank.

Sterker nog, met een vlammend schot bracht Buzz Schneider het evenwicht terug in de eerste periode. Met minder dan drie minuten op de klok herstelde Makarov de Russische voorsprong echter alweer. Craig hield veel tegen, maar toch ook niet alles. Dat gold zeker ook voor zijn collega Tretiak, die bij de 2-2 van Mark Johnson in de fout ging en direct door Tikhonov werd gewisseld.

Die move van hun toch al niet geliefde coach bracht de Russen even van hun stuk. Vladimir Myshkin nam de plek van Tretiak over en kreeg al vroeg in de tweede periode een steuntje in de rug. Aleksandr Maltsev tekende voor de 3-2 en gezien het aantal kansen leek het nu een kwestie van erop en erover voor de Sovjets. Ware het niet dat Jim Craig in de wedstrijd was gegroeid en bijkans niet te passeren was. Dit optreden gaf de Amerikanen moed en zij kropen in de derde periode uit hun schulp. Geholpen door een straf van Krutov zetten ze Myshkin onder druk en dat resulteerde in een onverwachte gelijkmaker van Johnson.

DO YOU BELIEVE IN MIRACLES?!

Het verloop van de wedstrijd verbaasde de Amerikanen zelf ook en die verbazing werd nog groter toen captain Mike Eruzione halverwege de derde de puck opeens voorbij Myshkin ramde voor de 4-3. Het ongeloof was van zowel de Amerikaanse als de Russische gezichten af te scheppen. Een stunt -of beter gezegd een wonder- was in de   maak. De Sovjets waren niet gewend om zo laat in de wedstrijd vanuit een achterstand te spelen en dit was op het ijs terug te zien. Tikhonov had zijn manschappen hier niet echt op voorbereid en de Russen waren de wanhoop nabij.

Natuurlijk kwam er een slotoffensiefje, maar als ze al eens in de buurt van de goal kwamen, was daar altijd nog Craig. Steeds luider schalde het “U-S-A” van de tribunes en overal ter wereld zagen kijkers de klok naar nul kruipen en telden ze de laatste seconden af. Het wonder was geschied! De onverslaanbare Russen kregen klop van een stel Amerikaanse studenten, die daarmee voor altijd hun plek in de geschiedenisboeken kregen.

Herb Brooks, die zijn tranen niet kon bedwingen, stond aan de basis van één van de grootste sportieve stunts in de wereldgeschiedenis. Dat hij zijn mannen na dit mirakel weer met beide benen op de grond kreeg en een paar dagen later een zwaarbevochten zege op Finland boekte, mag ook een prestatie van formaat heten. Die winst leverde de VS uiteindelijk het felbegeerde goud op.

START VAN EEN DYNASTIE

In de NHL ging het leven gewoon door, maar kregen de spelers natuurlijk wel mee wat hun landgenoten in Lake Placid hadden bereikt. Af en toe waren er wedstrijden geregeld tussen spelers uit de NHL en de Sovjet-Unie en niet zelden bleken de Russen simpelweg beter. De profs wisten dus maar al te goed hoe groot de prestatie van Brooks en Team USA was. Zij moesten het vizier ook al snel weer richten op de Stanley Cup Final, want die naderde met rasse schreden.

Die finale startte op 13 mei in Philadelphia. De Flyers hadden in de halve finale eenvoudig afgerekend met de North Stars en stuitten nu op de Islanders, die in zes wedstrijden te sterk bleken voor de Sabres. De onderlinge ontmoetingen tussen de twee rivalen gingen niet alleen gelijk op dit seizoen, beide teams wonnen twee keer, de goals vielen ook nog eens bij bosjes. Verdeeld over de vier duels wist elk team 14 keer te scoren. De ijshockeywereld mocht zich dus opmaken voor een spannende en productieve finale.

Game 1 stelde alvast niet teleur. Tijdens regulation scoorden de teams elk drie keer, maar in OT strafte de frisse Potvin een penalty van Jimmy Watson af. Met z’n tweede van de avond schonk Denis Potvin de Isles een 1-0 voorsprong in de best-of-7. De Flyers lieten dit niet op zich zitten en sloegen in Game 2 ongenadig hard terug. Een hattrick van Paul Holmgren legde de basis voor een duidelijke zege: 8-3.

HOE HET VERDER GING

Van de volgende drie wedstrijden gingen er twee (ruim) naar New York. In het eigen Nassau Coliseum konden zij op 24 mei het vonnis voltrekken. De Flyers waren als favoriet gestart, maar waren niet bestand tegen Potvin en de zijnen. Net als in Game 1 kwam er een OT aan te pas en net als in die wedstrijd trokken de Isles aan het langste eind. Dit keer dankzij Bob Nystrom. Ze klopten de Flyers met 5-4 en wonnen hun eerste Stanley Cup. Voor Trottier, Bossy en die andere toekomstige Hall of Famers zouden er daarna nog drie volgen.


Met de ontketende Gretzky in de gelederen waagden de Oilers een dappere poging de Islanders te overtreffen. Wat aantal Cups betreft (5) lukte hen dit ook. Het lukte Edmonton echter niet om vier Cups op rij te winnen. Dit is overigens geen enkele club nog gelukt na de Islanders. Al Arbour en zijn Isles hebben daarmee de laatste echte dynastie binnen de NHL in handen. Van het eerste team dat de Cup in ontvangst nam, zijn vijf spelers toegetreden tot de Hall of Fame. Naast Bossy, Trottier en Potvin zijn dit winger Clark Gillies en goalie Billy Smith. In 1996 kreeg ook coach Al Arbour deze eer.

NA HET GOUD

Tien jaar na Arbour werd ook Herb Brooks postuum opgenomen in de Hall of Fame. De succescoach van Team USA ging na de Spelen aan de slag bij de Rangers, de North Stars, de Devils en de Penguins. Het succes van Lake Placid kon hij in de NHL echter geen vervolg geven. Op 11 augustus 2003, zes dagen na zijn 66e verjaardag, verongelukte de man die aan de basis stond van de stunt die de wereld schokte.

Eén van zijn spelers, Ken Morrow, kwam na de Spelen bij de Islanders terecht en won vier keer de Stanley Cup. De blueliner is daarmee een uitzondering. Veel van zijn ploeggenoten konden het in de NHL niet maken. Jim Craig was bijvoorbeeld een held tegen de Russen, maar speelde slechts 30 wedstrijden op het hoogste niveau. Neal Broten, een center in het Miracle-team, moest lang op zijn volgende succes wachten. Hij speelde heel lang voor de organisatie van de North Stars, maar had z’n finest moment in het shirt van de Devils. In ’95, 15 jaar na het goud, won Broten met die club de Stanley Cup.

Cover Photo: Heinz Kluetmeier/SI

Hans Mulder
Dankzij de Braves en de Twins gegrepen door de MLB. Wat later door een simpele videogame besmet met 't ijshockeyvirus en blij dat ik hier beide liefdes mag beschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen