That Year In Hockey 2010: Crosby krijgt heldenstatus, Cup terug in Chicago

Helaas ligt de NHL nog tot zeker dinsdag stil, dus moet er een streep door de wekelijkse High Five. Vorige week ging er ook al een streep door de olympische plannen van de NHL. De league gaat de beoogde break gebruiken om de vele uitgestelde wedstrijden in te halen en dus moeten ze het in Beijing doen zonder de beste spelers ter wereld. Om het leed enigszins te verzachten, duiken wij bij SportAmerika de geschiedenisboeken in. Terug naar het jaar 2010. Terug naar het jaar waarin Sidney Crosby zich onsterfelijk maakte en de Chicago Blackhawks eindelijk weer eens wonnen!

WERELDNIEUWS

Het jaar 2010 is nog maar 12 dagen oud als het arme Haïti wordt opgeschrikt door een zware aardbeving. Ruim 230.000 mensen vonden de dood na de beving met een kracht van 7.0 op de Schaal van Richter. In april legt een actieve vulkaan op IJsland het Europese vliegverkeer enige tijd stil en twee maanden later wonnen Mark Rutte en de VVD de parlementsverkiezingen in Nederland. Diens eerste kabinet werd in oktober 2010 geïnstalleerd. In december van dat jaar begon in Tunesië wat later de Arabische Lente zou gaan heten.

De Winterspelen in Vancouver komen later uitgebreider aan bod. Het ijshockeytoernooi werd een spektakel, maar op de langebaan gebeurde ook iets waar we in Nederland niet over uitgepraat raakten. Sven Kramer begon als topfavoriet aan de 10.000 meter en had het goud voor het grijpen. Een vlaag van verstandsverbijstering bij coach Gerard Kemkers liet hem verkeerd wisselen met diskwalificatie tot gevolg. Arjen Robben weet ook alles over een verkeerde wissel, maar in Zuid-Afrika stuitte de Groninger dit keer op de teen van Iker Casillas. Verder commentaar is waarschijnlijk overbodig…

NHL GOES EUROPE

Op 1 oktober 2009 werd het 93e seizoen van de NHL in gang gezet. De Pittsburgh Penguins begonnen als titelverdediger aan deze jaargang. Met een jonge Sidney Crosby en Evgeni Malkin aan het roer wonnen zij in het voorjaar van 2009 hun eerste Stanley Cup sinds 1992. Of sinds het tijdperk Mario Lemieux en Jaromir Jagr kunnen we misschien beter zeggen. Tegenstander in die Stanley Cup Final waren de Detroit Red Wings. De kampioen van 2008. Wat ze in Motown op dat moment nog niet wisten, was dat bij deze nederlaag heel voorzichtig de magere jaren begonnen voor deze roemrijke franchise.

Natuurlijk hadden Pavel Datsyuk, Henrik Zetterberg en al die andere gevestigde namen in Detroit daar in de herfst van 2009 nog geen weet van. Een dag na de officiële opening van het nieuwe seizoen mochten de Wings in Stockholm aan de bak. In het kader van de Premiere Series werkten ze daar twee wedstrijden tegen de St. Louis Blues af. Iets verderop, in Helsinki, kruisten de Blackhawks en Panthers de degens. Waar in Helsinki de zeges netjes werden verdeeld over de twee teams, daar was in Stockholm St. Louis twee keer te sterk voor Detroit.

BIJTENDE DESERT DOGS

Titelverdediger Pittsburgh kwam heel wat beter uit de startblokken. Crosby en de zijnen lieten zien dat die titel in 2009 niet op toeval gebaseerd was en wonnen 9 van de eerste 10 wedstrijden. Die ene nederlaag werd geleden tegen de toenmalige Phoenix Coyotes, waar ook toen al weinig van werd verwacht. Op 7 oktober 2009 waren de Desert Dogs heel verrassend met 3-0 te sterk voor de Penguins, maar achteraf bleek de schande niet zo groot. De Coyotes haalden de play-offs dat seizoen en waren in de Pacific Division de enige die de San Jose Sharks nog enigszins bij konden benen. Dat was destijds overigens één van de zes divisies, gelijk verdeeld over de Eastern en Western Conference.

In de Western Conference baarden ook de Colorado Avalanche opzien. Daar had een legende afscheid genomen en al in de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen werd zijn rugnummer met pensioen gestuurd. Joe Sakic had nogal wat betekend voor de franchise en bij de eerste kans die zich voordeed kreeg de huidige GM een mooi eerbetoon. Dat ook nog eens gepaard ging met een 5-2 zege op de Sharks. Hoewel de club bepaald geen sterke indruk maakte (vijfde in 2008-2009) een seizoen eerder startten de Avs met 10 overwinningen in de eerste 14 duels. Dit alles aan de hand van jonkies Ryan O’Reilly en Matt Duchene.

MYERS MAAKT NAAM

De wedkantoren hadden destijds geen hoge pet op van de Colorado Avalanche, maar ook de Buffalo Sabres werden niet al te hoog ingeschat. Twee jaar eerder stonden ze nog in de Conference Finals, maar zonder Daniel Briere was het toch een pak minder in Buffalo. Tot oktober 2009. Lindy Ruff wist schijnbaar iets los te maken in de groep en won 8 van de eerste 10 wedstrijden. Dat tempo wisten de Sabres niet vast te houden, maar ze zouden al vrij snel de macht in de Northeast Division grijpen en deze uiteindelijk ook winnen. Met hun 100 punten snoerden Jason Pominville, Thomas Vanek en consorten uiteindelijk iedereen de mond.

Tyler Myers was eveneens een zeer belangrijke kracht. De 19-jarige blueliner uit Houston was een jaar eerder als twaalfde gekozen in de draft, debuteerde in 2009 en legde mede dankzij 11 goals en 48 punten uiteindelijk beslag op de Calder Trophy. Myers, die inmiddels de kleuren van de Vancouver Canucks verdedigt, zou in de jaren die volgden nooit meer aan dat aantal punten komen. Hij liet in die verkiezing voor Rookie of the Year onder meer Jimmy Howard, Matt Duchene, Tuukka Rask en John Tavares achter zich. Laatstgenoemde was in de zomer van 2009 door de Islanders als eerste gekozen in de draft.

GEEN VLIEGENDE START

Daniel Briere kwam net al even voorbij. Hij droeg inmiddels het oranje van de Philadelphia Flyers en hoopte in 2009-2010 een gooi te doen naar de Stanley Cup. Een vreemde gedachte was dit niet, want met Mike Richards en Jeff Carter had John Stevens betrekkelijk jonge scherpschutters in de gelederen, terwijl veteraan Chris Pronger achterin de boel in de gaten moest houden. Daarnaast klopten talenten als Claude Giroux en James van Riemsdyk al voorzichtig op de deur.

John Stevens kon niet lang genieten van deze spelersgroep. Zijn Flyers bleken nogal wisselvallig en wisselden ruime zeges af met kansloze nederlagen. Na 25 wedstrijden (13-11-1) moest Peter Laviolette de verwachtingen waar gaan maken. Het lukte de nieuwe coach overigens maar net zich te plaatsen voor de play-offs. Philadelphia eindigde met 88 punten. Eén puntje minder en het postseason was aan hen voorbij gegaan.

RECORD BRODEUR

In hun divisie regeerden de New Jersey Devils, met een uitblinkende Martin Brodeur, en Pittsburgh met harde hand. Brodeur noteerde in december 2009 zijn 104 shutout en brak daarmee het record van Terry Sawchuk, die dit bijna 30 jaar eerder op 103 zette. Brodeur kwam in z’n loopbaan uit op 125 shutouts en is daarmee nog altijd recordhouder. Sawchuk nog altijd tweede overigens.

In de Eastern Conference verzamelden de Washington Capitals maar liefst 33 punten meer dan de Flyers. De 121 punten waren ruim voldoende voor het winnen van de Presidents’ Trophy. Met Bruce Boudreau aan het roer verpulverden de Caps de concurrentie in de Southeast Division. Wat wil je ook als je verreweg de meeste goals in de league scoort. De Vancouver Canucks tikten dat seizoen bijna de 270 goals aan en hadden daarmee op Washington na de meeste doelpunten. Ze kwamen echter niet in de buurt van de ruim 310 treffers van Alex Ovechkin, Nicklas Backstrom, Alexander Semin en al die andere Caps. Niet vreemd dat zij als favoriet aan ’t postseason begonnen.

FENOMENALE SEDIN

De naam viel al. Vancouver Canucks. Met de broertjes Sedin als blikvangers waren zij een klasse apart in de toenmalige Northwest Division. Met 112 punten eiste Henrik Sedin dat seizoen de Hart Memorial Trophy voor zich op en hield Ovechkin en Crosby achter zich. Voorwaar een puike prestaties. Tegen alle verwachtingen in werd Colorado tweede in de divisie. Calgary, dat Dion Phaneuf in een grote trade naar Toronto verscheepte, eindigde als derde, maar hun 90 punten waren niet genoeg voor de play-offs. Het abominabele Edmonton sloot deze jaargang af met 62 punten. Zij waren daarmee het lachertje van dit seizoen en kregen in het najaar van 2009 ook nog eens te maken met een hardnekkig virus. Ook toen dus al.

BLACKHAWKS RUIKEN BLOED

Vancouver zou in de play-offs te maken krijgen met het sterkste team uit de Central Division. Voor de trotse Chicago Blackhawks was de plek in de Conference Finals in ’t voorjaar van 2009 een bevestiging dat met Joel Quenneville de juiste keuze was gemaakt. Coach Q was in 2008-2009 aangesteld als opvolger van Denis Savard, die al na vier potjes zijn congé kreeg. Het was nogal niet wat waar Quenneville over kon beschikken in The Windy City. Patrick Kane en Jonathan Toews waren jonge twintigers, maar toch ook al gevestigde namen. Duncan Keith was de man vanaf de blauwe lijn en dan waren er nog Patrick Sharp, Marian Hossa en een prima Kris Versteeg. Dit gezelschap zette Detroit op 10 punten op weg naar de divisietitel.

STERRENENSEMBLE IN SAN JOSE

Rest ons nog de Pacific door te nemen. Daar vinden we een andere topfavoriet terug. De San Jose Sharks hadden al jaren een prima team op het ijs staan en voor velen waren zij de gedoodverfde titelkandidaat. Joe Thornton, Patrick Marleau, Dany Heatley, Dan Boyle en Joe Pavelski waren zomaar wat namen op het roster. De eerste drie zouden tijdens de Spelen in Vancouver zelfs een lijn voor Team Canada vormen. Dan was er nog de betrouwbare Evgeni Nabokov onder de lat en alle ingrediënten waren aanwezig voor een derde divisietitel op rij. Op zes punten van Team Teal werden de Coyotes knap tweede. Achter hen pakten de Kings ook een startbewijs voor de play-offs.

In 2008 was de NHL gestart met iets dat zou uitgroeien tot een prachtige traditie. Op de eerste dag van dat jaar troffen de Buffalo Sabres en Pittsburgh Penguins elkaar in het Ralph Wilson Stadium. De Winter Classic was geboren en keerde dus ook in 2010 terug op de kalender. Op de historische grond van Fenway Park waren de Boston Bruins, na OT, met 2-1 te sterk voor de Flyers. Nadat twee keer een bezoekend team de beste was in de Winter Classic was het nu eindelijk de beurt aan de “thuisploeg”.

OLYMPISCHE SPELEN 2010

Wat in 2010 niet op de kalender stond, was de All-Star Game. In de laatste CAO was overeengekomen dat de spelers uit de NHL beschikbaar waren voor de Olympische Spelen. Dat jaar gehouden in Vancouver, waardoor de Canucks noodgedwongen een dijk van een road trip voor de kiezen kregen, zodat alles in en rond het eigen General Motors Place gereed gemaakt kon worden voor het grootste sportevenement ter wereld.

Natuurlijk begon het gastland als dé favoriet voor het goud, maar er waren meer kapers op de kust. Dat bleek al in de eerste ronde. Canada veegde met 8-0 de vloer aan met de Noren, maar had een shootout nodig om een fenomenale Jonas Hiller en diens Zwitsers op de knieën te krijgen. De groepsfase werd afgesloten met de burenruzie tegen de VS.

Een wedstrijd waarin alle spelers elkaar door en door kennen en de Verenigde Staten waren niet van zins de gouden plak zomaar aan Canada te overhandigen. Zij hadden met wat minder moeite van Zwitserland gewonnen en eveneens de Noren op een zware nederlaag getrakteerd. Nu werd ook Canada aan de zegekar gebonden: 5-3.

FAVORIETEN NIET IN DE PROBLEMEN

In groep B waren de Letten kanonnenvoer voor Rusland, Tsjechië en Slowakije. Met onder meer Marian Hossa en Zdeno Chara in de ploeg won Slowakije na een SO van Rusland, maar eindigde desondanks als derde in deze groep. Dat ene punt leverde de Russen uiteindelijk de groepswinst op. Zij versloegen Tsjechië, dat op hun beurt weer van Slowakije won. Of Ovechkin en consorten later nog zo gelukkig waren met die eerste plaats valt te betwijfelen. Door de tussenronde werden zij in de kwartfinale aan Canada gekoppeld.

De twee Scandinavische grootmachten hadden in groep C geen moeite met Wit-Rusland en Duitsland. Zweden en Finland kwamen elkaar pas in de laatste groepswedstrijd tegen en waren toen al zeker van kwalificatie. De Tre Kronor wonnen de stammenstrijd met 3-0, maar lieten zich in de kwartfinale verrassen door Slowakije. Finland daarentegen legde, met goals van Valtteri Filppula en Niklas Hagman, de Tsjechen met 2-0 over de knie. Zij plaatsten zich daarmee voor de halve finale.

GASTLAND KOMT OP GANG

Daarin troffen ze de Amerikanen, die in de kwartfinale de nodige moeite hadden met Jonas Hiller. Alweer. De goalie speelde destijds voor Anaheim en was bij vlagen niet te passeren dat toernooi. Het lukte de VS twee keer en dat was voldoende voor een plek bij de beste vier. Aan de andere kant van het schema vinden we Canada. Zij poetsten Duitsland in de tussenronde met 8-2 van het ijs. Tegen de Russen zou het heel wat lastiger worden in de kwartfinale. Toch?

Na 24 minuten stond er een verbazingwekkende 6-1 voorsprong voor het gastland op het scorebord. Met een goal en twee assist was Dan Boyle één van de drijvende krachten. Canada deed het in de laatste 36 minuten rustig aan en won met 7-3. Deze winst was echter meer dan een zege alleen. Het was een statement. Canada leek warmgedraaid na een moeizame groepsfase.

De Canadezen begonnen als topfavoriet aan hun halve finale tegen Slowakije, maar hier haperde de motor weer een beetje. Een goede eerste periode leverde hen een 2-0 voorsprong op, maar het was de 3-0 van Ryan Getzlaf die als gamewinner de boeken in is gegaan. De Europeanen kwamen namelijk nog akelig dichtbij in de derde periode: 3-2. Die andere halve finale, tussen de VS en Finland, was al na één periode geen wedstrijd meer. De Amerikanen denderden naar een 6-0 voorsprong en konden zich vervolgens sparen voor de finale.

ZINDERENDE EINDSTRIJD

Die finale werd gespeeld op de laatste dag van de Spelen. Het zou tevens één van de hoogtepunten van deze Winterspelen worden. De VS bewees lopende het toernooi een prima uitdager te zijn en de ploeg rook bloed. Zat een tweede Miracle on Ice er echt in? Misschien iets minder heroïsch dan die in 1980, maar legendarisch zou ’t zeker zijn. Dan Canada, gestart als topfavoriet, maar lang niet altijd ging het van het spreekwoordelijke leien dakje. De kwaliteit op het ijs moest echter voldoende zijn om de gouden medaille in eigen land te houden.

Er ontwikkelde zich een prachtig duel tussen twee van de zwaargewichten in het ijshockey. Roberto Luongo en Ryan Miller waren aan elkaar gewaagd, maar zeker ook de skaters die de goalies voor zich zagen. Op de shot clock was het verschil minimaal, maar wel in het voordeel van Canada. Dankzij Jonathan Toews was dit ook het geval op het scorebord. De captain van de Blackhawks had een prachtig moment gekozen voor zijn eerste van het toernooi. Voor Corey Perry was het z’n vierde toen hij na 7 minuten, op aangeven van ploeggenoot Getzlaf, in de tweede periode voor de 2-0 zorgde.

Amerikanen en Olympische Spelen. Het blijft iets fascinerends. De menigte op de tribune was tegen hen, het scoreverloop zat tegen, maar de VS weigerde te capituleren. De aansluitingstreffer van Ryan Kesler gaf hoop, maar dit leek in de derde periode uitgestelde teleurstelling. Amerika joeg op de gelijkmaker, maar dreigde te falen in deze missie. Tot 25 seconden voor tijd opeens Zach Parise zich kroonde tot held van de Amerikaanse natie. Een OT was noodzakelijk en daarin hadden de Amerikanen het momentum na hun late gelijkmaker.

SID THE KID VERLOST

De Canadezen hadden echter Sidney Crosby. Het gehele toernooi lag de superster van de Penguins onder een vergrootglas en tot aan de finale vond hij drie keer het net. Er zullen vast mensen geweest zijn die dit wat karig vonden, maar hen werd na bijna 8 minuten in OT het zwijgen opgelegd. Een pass van Jarome Iginla vond Crosby en de Penguins-captain was er eigenhandig verantwoordelijk voor dat een land van pure euforie ontplofte. Hij verschalkte Ryan Miller, schonk Canada het vurig gewenste goud en wist dat zijn gamewinner voor eeuwig in de boeken staat: 3-2.

CAPS STELLEN WEER TELEUR

Terug na de NHL, want dit ging na de Spelen ook weer gewoon verder. Twee maanden na die succesvolle Spelen gingen de play-offs van start. Washington won de Presidents’ Trophy en was logischerwijs favoriet om hun eerste Cup te winnen. De eerste ronde tegen Montreal begon voortvarend. Ovechkin en Backstrom deden hun werd met respectievelijk 10 en 9 punten prima, maar bij een 3-1 voorsprong in de best-of-7 was al het scorend vermogen opeens verdwenen dankzij een prima Jaroslav Halak. De Canadiens kantelden de serie en wonnen Game 7 in Washington met 2-1.

In die eerste ronde hadden de Red Wings het verrassend moeilijk met de Phoenix Coyotes. Aangezien de Desert Dogs, ondanks hun overnameperikelen, hier het hoger geplaatste team waren, speelden zij Game 7 thuis. Daar lieten de Wings het achterste van hun tong zien en walsten ze aan de hand van Datsyuk en Lidstrom, met elk twee goals, met 6-1 over de Coyotes heen. De Devils en de Sabres waren elk als eerste geëindigd in hun divisie, maar dat telde niet meer in het postseason. De Flyers stuurden de Devils huiswaarts en Boston schakelde Buffalo uit.

GAGNE IN DE SPOTLIGHTS

Die twee teams kwamen elkaar tegen in de tweede ronde. Het werd een serie om niet snel te vergeten. De Bruins namen een 3-0 voorsprong en deelden in Game 4 een flinke tik uit door 32 seconden voor tijd 4-4 te maken. Simon Gagne hield de hoop van de Flyers levend door in OT de winnende te scoren. Pas later werd duidelijk hoe belangrijk die goal was. Philadelphia won vervolgens Game 5 en Game 6. Boston nam in Game 7 een 3-0 voorsprong, maar het geluk van de Flyers was dat er nog lang te spelen was. James van Riemsdyk, Scott Hartnell en Daniel Briere trokken de stand gelijk. De ware heldenrol was opnieuw voor Gagne. Op de PP schoot hij de Flyers in de derde periode naar de Conference Final.

Kennen we de Canadiens nog? Zij die zo verrassend te sterk waren voor Washington? In de tweede ronde moesten ook de Penguins eraan geloven. Weer maakten de Habs het spannend en waren er zeven wedstrijden nodig. In Pittsburgh werd Game 7 met 5-2 gewonnen. Na 25 minuten spelen hadden ze de fans in Steel City al stil door een 4-0 voorsprong te nemen. In het westen was het allemaal wat minder spannend. San Jose had slechts vijf wedstrijden nodig tegen Detroit en Chicago maakte in zes wedstrijden een einde aan het seizoen van de Sedins en hun Vancouver Canucks.

HAWKS EN FLYERS DENDEREN DOOR

Na wat spannende series in de tweede ronde vielen de Conference Finals vies tegen. Voor het eerst sinds 1992 plaatsten de Blackhawks zich voor de Stanley Cup Final. Een sweep tegen de Sharks liet de fans in Chicago dromen van een eerste Cup sinds 1961. Een tijd waarin Stan Mikita en Bobby Hull er nog furore maakten. De finale van de Eastern Conference was al evenmin spannend. Montreal had het kruit verschoten en weinig in te brengen tegen de vliegende Flyers. De Canadiens wonnen Game 3, maar daar bleef het bij. Philadelphia ging op voor hun eerste titel sinds ’75. Toen waren het Bobby Clarke en de Broadstreet Bullies. Nu was het woord aan Claude Giroux, Simon Gagne en al die anderen.

THUISVOORDEEL

In Game 1 van de SCF leken de teams alsnog een All-Star Game te willen spelen. De verdedigende taken werden vergeten met als gevolg een doelpuntenfestival. Troy Brouwer deed het met 2 goals en een assist prima namens Chicago, maar Briere stak ‘m met 4 punten de loef af. Toch was het Brouwer die het laatst lachte. Zijn Blackhawks wonnen nipt met 6-5. Het tweede duel bracht minder goals, maar minstens zoveel spanning. Treffers van Marian Hossa en Ben Eager in de tweede periode legden de basis voor een 2-1 zege van Chicago. Claude Giroux kroonde zich in Game 3 tot goudhaantje door in OT de winnende 4-3 te scoren. Hij hield daarmee de serie levend voor de Flyers en hun situatie verbeterde toen ze Game 4 met 5-3 wonnen.

Met 2 goals en 2 assists werd Dustin Byfuglien de held in de vijfde wedstrijd van deze SCF. In Chicago leidde hij de Blackhawks naar een 7-4 overwinning. De ploeg stond daarmee op de drempel van de titel. Eén overwinning scheidden de Blackhawks nog van eeuwige roem en glorie. Eerst moest er echter nog een wedstrijd in Philadelphia worden afgewerkt en de eerste vijf wedstrijden in de finale gingen telkens naar de thuisploeg.

KANE YOU BELIEVE IT?!

In Game 6 leek die reeks te stoppen. Chicago had diep in de derde periode een voorsprong, maar vier minuten voor tijd trok Hartnell de stand gelijk. Toch zou het goedkomen voor de Hawks. De verlenging was vier minuten oud toen Patrick Kane aan de aandacht ontsnapte en Michael Leighton klopte. Voor Kane was het zijn tiende van de play-offs. Voor de Blackhawks hun eerste titel in meer dan 40 jaar. Dat er 11 jaar later een smet op deze titel kwam te liggen, daar stond niemand in 2010 nog bij stil. Toen vierde Chicago feest en dat zou de stad in 2013 en 2015 opnieuw mogen doen.

Cover photo: Todd Korol/Reuters

Hans Mulder
Hans Mulder
Dankzij de Braves en de Twins gegrepen door de MLB. Wat later door een simpele videogame besmet met 't ijshockeyvirus en blij dat ik hier beide liefdes mag beschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Gerelateerde artikelen