Hall of Fame ballot: Hans Mulder

Dit jaar publiceren meerdere SportAmerika-redacteuren hun persoonlijke Hall of Fame ballot. Uiteraard hebben ze geen van allen een officiële stem, maar mochten ze die wel hebben gehad, zouden ze hem zó hebben gebruikt. Wil je vooraf nog even alle namen en een korte beschrijving van de genomineerden lezen? Dat kan hier. Als format voor het stembiljet gebruiken we dat van de officiële Hall of Fame tracker, de onovertroffen Ryan Thibodeaux.

ANDRUW JONES

Vier keer is scheepsrecht voor Andruw Jones, wat mij betreft. Op ’t moment dat mijn interesse in de MLB groeide, was Jones één van de toppers in de majors. Dat hij ook nog eens over een Nederlands paspoort beschikt, maakte hem nog een stuk interessanter om te volgen. Met een paspoort of gunfactor kom je niet in Cooperstown. Met de juiste statistieken moet dat wél lukken. Andruw Jones was absoluut een no-brainer als we alleen naar zijn tijd in Atlanta kijken. Defensief was hij meer dan uitstekend met 10 Gold Gloves op de schoorsteenmantel. En je mag ook best thuiskomen als je zes seizoenen meer dan 100 runs binnenslaat.

Veel sporters maken, vaak uit financieel oogpunt, tijdens hun loopbaan verkeerde keuzes en Jones is geen uitzondering. Als jonge dertiger verkaste hij eerst naar de Dodgers om vervolgens via de Rangers en de White Sox bij de Yankees terecht te komen. Nergens bleek het gras echter groener dan in Atlanta. De statistieken van Jones doken naar beneden en Andruw kwam nergens ook maar in de buurt van zijn vorm die hij etaleerde in het shirt van de Braves. Hoewel we de ogen niet moeten sluiten voor z’n laatste jaren wil ik Andruw toch vooral beoordelen op basis van zijn prestaties als een Brave. En die prestaties, waarbij we zijn twee homeruns in zijn eerste twee slagbeurten in de World Series niet mogen vergeten, zijn voldoende voor een plek in de Hall of Fame.

BARRY BONDS

Het politiek correcte in mij zegt dat Bonds (en met hem velen) geen plek in de eregalerij verdient. De sportfanaat wint het echter en die vindt dat Barry Bonds wel degelijk tot de allergrootsten gerekend mag worden. De outfielder had een paar jaar nodig om te acclimatiseren in de MLB, maar timmerde er al snel vrolijk op los. Het leidde uiteindelijk tot die beroemde 762 homeruns, bijna 2000 RBIs en een slaggemiddelde van .298.

Wat hij precies clean presteerde en wat met doping zullen we waarschijnlijk nooit weten. Bonds snoepte tijdens zijn loopbaan uit de pot met verboden vruchten, maar veel van zijn collega’s deden dit ook. Daarmee werd in principe weer (min of meer) een level playing field gecreëerd. En als Bonds dan alsnog met kop en schouders boven iedereen uitsteekt, zegt dat in mijn ogen voldoende over zijn talent.

ROGER CLEMENS

De intro is een kwestie van knippen en plakken. Ook in het geval van Clemens woedt er diep van binnen een strijd tussen fatsoen, verstand en liefde voor de sport. De werper was ook niet vies van een spuitje of pilletje meer of minder, maar was bovenal natuurlijk onwaarschijnlijk goed. De cijfers van Roger Clemens spreken voor zich. Zijn 354 wins zijn goed voor een negende plek op de lijst van winningest pitchers in de majors.

De acht boven Clemens zijn stuk voor stuk Hall of Famers. Onder hem volgt ook een hele rits aan Hall of Famers. Tot aan Bobby Matthews, de 25e op de lijst, zelfs allemaal. Natuurlijk heeft Clemens fouten gemaakt. Grote fouten zelfs. Maar wat voor Bonds geldt, geldt ook voor Clemens. Zijn talent was onmiskenbaar en Clemens was één van de meeste dominante pitchers die deze sport ooit zag. Hoewel hij de verkeerde afslag koos, verdient deze grootheid een plek in Cooperstown.

MANNY RAMIREZ

En weer één die zijn hoofd keihard stootte aan de dopinglamp. Maar ook een speler die tijdens zijn hoogtijdagen ongelooflijk mooie dingen deed. Manny Ramirez wond in 2004 een hele stad om zijn vinger toen hij de Red Sox aan hun eerste titel sinds 1918 hielp. Eenvoudig ging dit niet. Als er een documentaire wordt gemaakt over de ALCS tegen de Yankees dan moet dit wel op een bijzondere manier zijn gedaan. Ramirez en David Ortiz stonden aan de basis van die stunt en Ramirez werd even later ook verkozen tot MVP van de World Series. De sweep tegen St. Louis betekende voor de Red Sox meer dan alleen de titel. Tevens werd er afgerekend met de Curse of the Bambino.

Je doet Ramirez tekort als je alleen 2004 eruit pikt. Niet minder dan 12 keer mocht hij opdraven in een All-Star Game en negen keer won hij de Silver Slugger Award. Dit laatste deed hij tussen 1999 en 2006 zelfs acht keer op rij. Natuurlijk kun je hierbij aantekenen dat hij hierbij hulp kreeg van prestatiebevorderende middelen. De kans is echter levensgroot dat zijn concurrenten dit ook kregen. Na de tweede titel, in 2007, ging het langzaam bergafwaarts met Ramirez. De trade naar LA deden hem en zijn statistieken geen goed. Bij de White Sox en de Rays was de eens zo gevreesde hitter in zijn nadagen geen schim van zichzelf. Dit laten we voor het gemak even buiten beschouwing. Ik nomineer Manny dan ook vooral vanwege zijn prestaties in Cleveland en Boston.

JEFF KENT

Nee, Jeff Kent is niet Mister Nice Guy en hij is ook bepaald niet van onbesproken gedrag. De man kon tijdens zijn loopbaan echter wel ontzettend goed overweg met zijn slaghout en op basis daarvan verdient hij de trip naar Cooperstown. Densief was het net een tandje minder dan bijvoorbeeld de Roberto Alomars of Ryne Sandbergs van deze wereld, maar Kent compenseert dit met zijn slagkracht. Van alle tweedehonkmannen in de Hall of Fame heeft Rogers Hornsby momenteel de meeste homeruns (301), maar dit aantal valt in het niet bij de 377 van Kent.

AFVALLERS

  • Todd Helton: Een fractie meer thuiswedstrijden dan uitwedstrijden, maar een groot verschil in prestaties uit en thuis. Daardoor eindigt de eerstehonkman van de Rockies niet op mijn lijstje Hall of Famers. Coors Field zit hem hier dus even dwars…
  • Andy Pettitte: Een twijfelgeval. Of een gevalletje wikken en wegen, waarbij de balans voor Pettitte net naar de verkeerde kant sloeg.
  • Scott Rolen: Net als Pettitte een twijfelgeval. Prima statistieken, maar (nog) niet overtuigd of Rolen daarmee in Cooperstown thuishoort.
  • Curt Schilling: Statistisch niets mis mee, maar de fatsoensrakker in mij zegt dat Cooperstown een persoonlijkheid als Schilling kan missen als kiespijn. Het bloed (of de ketchup?) op zijn kousen beklijft, maar de manier waarop de man tegenwoordig in het leven staat, verdient in mijn ogen geen schoonheidsprijs.
  • Sammy Sosa: Werd pas een grote speler met een pilletje en een spuitje. Zo simpel kan een beredenering soms ook zijn…
  • Gary Sheffield: Heeft de pech in mijn hoofd te moeten wedijveren met Andruw Jones. Was defensief een tandje minder en legt het daarom (dit jaar) af.
  • Omar Vizquel: Was defensief een grootheid, maar schiet aanvallend zoveel tekort dat Cooperstown te ver gaat.
  • Billy Wagner: Groot, maar niet groots. Althans niet groots genoeg om tot de aller besten aller tijden gerekend te mogen worden.
  • Mark Buehrle: Van de nieuwe namen op de lijst kwam Buehrle voor mij het dichtst bij Cooperstown. De twijfel is echter nog te groot om de werper nu al naar de Hall of Fame te sturen.
  • A.J. Burnett: Goede pitcher, maar van een Hall of Famer mag je toch wel wat meer verlangen dan de statistieken die A.J. Burnett kan weerleggen.
  • Dan Haren: Prima werper om in je rotation te hebben, maar de huidige werpers in de HoF dulden Dan Haren bij lange na niet in hun buurt.
  • Tim Hudson: Als Braves-fan toch wel een zwak voor Huddy, maar zie in hem niet direct een Hall of Famer. Zijn cijfers zijn net niet goed genoeg om tot de groten der aarde gerekend te mogen worden.
  • Barry Zito: Was op zijn best als jonge twintiger, maar waar andere topsporters doorgroeien, daar stagneerde de ontwikkeling van Zito. Niet goed genoeg voor de HoF dus.
  • LaTroy Hawkins: Bij Hawkins springen vooral zijn 11 clubs in 21 jaar in het oog. Van zijn prestaties moet de reliever het niet hebben, dus valt hij logischerwijs af.
  • Michael Cuddyer: Af en toe heb je bij het horen van een bepaalde naam het beeld dat ze of al Hall of Famer zijn of in elk geval Hall of Famer worden. Bij Cuddyer heb ik dat beeld totaal niet…
  • Torii Hunter: Prima speler voor met name de Twins en de Angels, maar op dit moment krijgen anderen op de lijst de voorkeur.
  • Nick Swisher: Met alle respect voor Swisher, maar het is bijna een belediging voor de outfielders in de Hall of Fame dat hij überhaupt kans maakt.
  • Shane Victorino: Defensief uitstekend, maar aan slag bepaald niet fameus. Een enkeltje Cooperstown zit er voor Victorino dan ook niet in.
  • Aramis Ramirez: Lange carrière, deed het met name goed bij de Cubs, maar niet overtuigend genoeg om hem op de lijst te zetten.

Coverfoto: Hall of Fame

Hans Mulder
Dankzij de Braves en de Twins gegrepen door de MLB. Wat later door een simpele videogame besmet met 't ijshockeyvirus en blij dat ik hier beide liefdes mag beschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen