Home Blog Pagina 348

In Memoriam: Dick Allen (1942 – 2020)

0

Maandagnacht werd bekendgemaakt dat Phillies- en White Sox-icoon Dick Allen op 7 december is overleden. Eén van de meest gevreesde slagmensen van de jaren ’60 n ’70, stierf op 78-jarige leeftijd na een strijd met kanker. Hij is de zoveelste superster uit de Golden Era die dit jaar is overleden. Eerder ontvielen de honkbalwereld al Tom Seaver (In Memoriam) , Lou Brock (In Memoriam), Bob Gibson (In Memoriam), Whitey Ford (In Memoriam) en Joe Morgen (In Memoriam).

Richard Anthony Allen werd op 8 maart 1942 geboren in Wampum, Pennsylvania, een plaatsje niet ver bij Pittsburgh vandaan. Waar Wampum zelf slechts 717 inwoners kende, groeide Allen op in het nabijgelegen Chewton, waar het inwoneraantal niet boven de 488 uitschoot. Hoewel ‘Dickie’ Allen uitblonk in basketbal, switchte hij al snel naar honkbal. De reden? Er was meer geld te verdienen in honkbal en hij wilde voor zijn moeder en acht broers en zussen zorgen.

De Philadelphia Phillies zagen het talent in Allen en legden hem voor $70.000 vast. In 1960 begon hij als kortestop in de NY-Pen League, waar hij voor het eerst de later zo kenmerkende bril begon te dragen. De bril hielp, want Allen ramde zichzelf een weg door de Phillies Minor League en was hard op weg naar de Majors.

ROOKIE OF THE YEAR

In 1963 was Allen klaar voor het grote werk, maar de Phillies — een club met een rampzalig racistische geschiedenis en cultuur — hielden de boot af. Philadelphia was de laatste National League-organisatie die een gekleurde speler op het roster had; pas in 1957 was het zo ver. De eerste zwarte speler werd pas in 1961 aan de club toegevoegd (Wes Covington).

Intussen groeide Allen uit tot een Minor League-ster, maar dat ging allemaal niet zonder horten of stoten. Aangezien hij afkomstig was uit een progressief dorpje, waar wit en zwart naast en door elkaar leefden, was Allen niet gewend aan de racistische uitingen die hij in de andere Minor League-steden tegenkwam. Na aanpassingsproblemen groeide hij uit tot de MVP van de International League (AAA), na .289 met 33 homeruns en 97 RBI’s te slaan. In september 1963 debuteerde hij.

In 1964 zou Richie Allen, zoals de Phillies hem persé wilden noemen, full-time in de Major League uitkomen. Zijn rookiejaar is één van de beste seizoenen van een rookie in de Major Leagues ooit. Hij leidde de Major League in runs (125), driehonkslagen (13) en total bases (352). Hij werd na afloop van zijn eerste volledige seizoen dan ook gekroond tot Rookie of the Year van 1964.

Rookie of the Year Dick Allen, met kenmerkende bril, in 1964 (AP archief)

PROBLEMEN BIJ DE PHILLIES

Al tijdens zijn fantastische rookieseizoen deed Allen stof opwaaien in Philly. Zo stond de club erop hem overal als ‘Richie Allen’ aan te duiden. Daar was de slugger zelf echter niet van gediend, want “Richie klink alsof ik een klein kind ben en ik ben 22.” Ook later in zijn Phillies-loopbaan ging het mis tussen Allen en de fans. Hij haalde weliswaar nog drie keer de All-Star Game, maar in 1965 barstte de bom definitief.

Nadat teamgenoot Frank Thomas (niet de MVP-slugger uit de jaren ’90) met een knuppel richting Allen had geslagen, gooiden de Phillies Thomas eruit. Dit incident werd door de fans gezien als ‘een zwarte man die een witte man zijn baan kost’. Allen droeg na dit incident in thuiswedstrijden vaak zijn helm in het veld ter bescherming tegen de batterijen die naar zijn hoofd werden gegooid. Dit in combinatie met veelal racistische opmerkingen deed hem besluiten te vertrekken bij de Phillies.

MVP IN CHICAGO

Vanuit Philadelphia vertrok hij naar de St. Louis Cardinals en Los Angeles Dodgers, waarna hij in het seizoen 1972 terecht kwam in bij de Chicago White Sox. Hier zou hij zijn beste seizoen doormaken onder coach Chuck Tanner. Tanner besloot ‘Crash’, zoals zijn bijnaam inmiddels luidde, defensief neer te zetten op het eerste honk. Hierdoor zou hij zich meer kunnen concentreren op het slaan. Dit werkte geweldig. Allen sloeg bijna geheel alleen de White Sox naar de tweede plaats in de American League West. Zijn 37 homeruns, 113 RBI’s, .420 OBP en 1.023 OPS maakten van hem American League MVP van 1972. Hij verkreeg bij de stemming aan het eind van het seizoen 96% van de stemmen.

EINDE CARRIÈRE

In de jaren na zijn glorietijd bij de Chicago White Sox ging Allen nog twee jaar terug naar Philadelphia waarna hij zijn carrière afsloot bij de Oakland A’s. In zijn laatste seizoen speelt hij nog 54 wedstrijden voor de A’s. Zijn laatste wedstrijd speelde hij in een doubleheader tegen de White Sox, waarna hij zijn carrière abrupt beëindigde.

HOMERUNS

Dick Allen stond bekend om zijn enorme verre en krachtige homeruns. Zijn bekendste homerun sloeg hij op 29 mei 1965 in dienst van de Phillies. In een wedstrijd tegen Chicago Cubs sloeg hij een bal het Connie Mack Stadium uit. De bal, gegooid door pitcher Larry Jackson, eindigde 525 feet of 160 meter verderop.

HALL OF FAME

Ondanks een Rookie of the Year Award, MVP Award en zeven optredens in All-Star-wedstrijden werd Allen nooit toegelaten tot de Hall of Fame. Zijn uitgesproken karakter paste niet in het beeld waaraan een zwarte man in die tijd moest voldoen en hij lag regelmatig overhoop met fans en journalisten. Hoewel in latere jaren meer waardering groeit voor de slugger, komt zijn nominatie voor de Hall of Fame te vroeg.

In 2014 verschijnt de Hall of Fame zaak voor Dick Allen voor de Golden Era Committee. Dit comité beslist over de introductie van spelers uit de jaren 1947–1972 die nog niet toegelaten zijn tot Cooperstown. Allen komt in 2014 één stem te kort, waarna veel mensen hem zien de beste speler die nog niet in de Hall of Fame geïntroduceerd is.

De Phillies braken begin 2020 protocol door het rugnummer van Allen (15) voor hij verkozen wordt in Cooperstown aan de wilgen te hangen. Zijn Hall of Fame-zaak zou begin december weer voorkomen bij het vernieuwde Golden Age Hall of Fame committee. De vergadering werd door corona echter verplaatst naar december 2021. Helaas is dus nu gebleken, dat Dick Allen zijn mogelijke (en dan terechte) uitverkiezing niet meer mee zal maken.

Coverfoto: AP archief

Hall of Fame Ballot: Sander Grasman

0

Dit jaar publiceren meerdere SportAmerika-redacteuren hun persoonlijke Hall of Fame-ballot. Uiteraard hebben ze geen van allen een officiële stem, maar mochten ze die wel hebben gehad, zouden ze hem zó hebben gebruikt. Wil je vooraf nog even alle namen en een korte beschrijving van de genomineerden lezen? Dat kan hier. Als format voor het stembiljet gebruiken we dat van de officiële Hall of Fame tracker, de onovertroffen Ryan Thibodeaux.

Vandaag: Sander Grasman.



Als vice-voorzitter van de Nederlandse Fred McGriff-fanclub ben ik bevooroordeeld over de dopingzondaars van zijn generatie. Zonder de opgeblazen statistieken van zijn eveneens opgeblazen collega’s had McGriff mogelijk al lang zijn welverdiende plek in Cooperstown ingenomen. Hij werd echter gedurende zijn loopbaan tot een bijrol gedegradeerd door veel minder getalenteerde of ijdele spelers (I’m looking at you, Mr. Bonds), waardoor de statistieken die aan het begin van zijn honkballersbestaan een plaquette in de Hall of Fame zouden hebben gegarandeerd, plots beduidend minder waardevol waren geworden.

Nu zwicht ik echter voor de argumenten om spelers als Roger Clemens, Barry Bonds, etc. toch op te nemen op mijn ballot — al zal ik eerlijk bekennen dat ik dit met enige tegenzin typ. Veel van de dopingzondaars waren nou eenmaal een product van hun tijd en zouden louter op basis van hun talent ook uitverkozen zijn. Dat laatste blijft wel een absoluut vereiste. Tijd dus om deze periode uit het honkbal te accepteren en de belangrijkste vertegenwoordigers ervan op te nemen in het museum van de honkbalgeschiedenis.

BARRY BONDS

Laten we de koe dan maar maar meteen bij de hoorns vatten. Natuurlijk waren de homerunrecords in de nadagen van zijn carrière het resultaat van snoepen uit de verboden trommel, maar al lang daarvoor had Bonds aangetoond een uniek talent te zijn. Voordat zijn ijdelheid hem opdroeg de strijd aan te gaan met Sammy Sosa en Mark McGwire voor de nationale spotlights heeft de zoon van Bobby Bonds en neef van Willie Mays al meerdere geweldige seizoenen gespeeld en zelfs drie MVP Awards in de kast kunnen zetten.

Was het een sympathieke man? Absoluut niet, maar zo kan ik er op deze lijst nog een handvol noemen. Werd hij nog beter dankzij het gebruik van doping? Ja, absoluut. Was Bonds voor die tijd al een van de drie beste spelers in de Major League? Ook op deze vraag is voor mij het antwoord ja en daarmee vervallen eigenlijk de eerste twee vragen. Tijd dus om Bonds de Hall of Fame in te stemmen.

ROGER CLEMENS

Wat dat betreft kunnen we het verhaal hierboven knippen en hier weer inplakken. Ook hij spinde garen bij het gebruik van prestatiebevorderende middelen, maar zijn prestaties van voordat hij begon te gebruiken rechtvaardigen een stem op de werper. Net als bij Bonds zal niemand bestrijden dat Clemens’ statistieken behoren tot de beste van zijn generatie en dus is het weer de vraag of zijn dopinggebruik hem zou moeten uitsluiten. Zoals hierboven al gezegd, is daarop mijn antwoord nu nee.

MANNY RAMIREZ

We blijven even bij de dopingzondaars. Wat Manny Ramirez onderscheidt van de bovenstaande jongens, is dat hij maar liefst tweemaal betrapt is. Dat Ramirez een eigengereide speler was, wisten we al langer. Manny being Manny werd in zijn tijd in Boston een staande uitdrukking. Manny ging zijn eigen gang. Het maakte hem geen populair persoon bij het journaille en ook een deel van de achterban wist nauwelijks wat ze van hem moesten denken. Daarbij hielpen zijn jaarlijkse transferverzoeken natuurlijk ook niet.

Ondanks zijn lastige persoonlijkheid zullen weinig honkbalvolgers betwisten dat Ramirez een meer dan uitstekende slagman was. Ook hij had dat al lang en breed bewezen voor hij überhaupt in verband werd gebracht met dopinggebruik. Batting champ, twaalfvoudig All Star, twee World Seres-titels, .312 slaggemiddelde over zijn gehele carrière, 555 HRs, 69.3 bWAR, etc, etc. Als we bij zondaars als Bonds en Clemens hun misstappen accepteren, dan ook in dit geval. Op basis van zijn talent was de Dominicaan al één van de beste, daar had hij geen PEDs voor nodig.

GARY SHEFFIELD

Ok, de laatste zure dopingappel waar we doorheen moeten bijten is Gary Sheffield. Van alle snoeperds zijn zijn statistieken het minst sterk, maar rechtvaardigen alsnog een uitverkiezing tot de Hall of Fame. Net als Ramirez werd hij eenmaal batting champ en sloeg hij gedurende zijn loopbaan meer dan 500 homeruns. Ik val in herhaling, maar ook in zijn geval was zijn naam en reputatie al ruim gevestigd, voordat hij steun zocht in prestatiebevorderende middelen. Als we consequent blijven, dan moeten we dus ook op Sheffield stemmen.

ANDRUW JONES

Tussen 1998 en 2006 waren er maar twee spelers met een hoger WAR-gemiddelde dan Andruw Jones: Alex Rodriguez en Barry Bonds. Bijna tien jaar lang was onze landgenoot een schoolvoorbeeld van een ‘five tool player’. De eerste seizoenen van zijn carrière leek het een kwestie van tijd tot Jones zou toetreden tot de 30-30-club. De snelheid waarmee hij veel hoge klappen wist binnen te hengelen, smolt op de honken echter al voor zijn 25e verjaardag als sneeuw voor de zon. Wel bleef hij tien jaar achter elkaar meer dan 25 homeruns per jaar slaan, met zelfs een indrukwekkende uitschieter in 2005: 51 dingers.

Maar boven alles is Andruw Jones de beste centerfielder sinds Willie Mays. Maar liefst tien keer won hij een Gold Glove. Veel van zijn opvolgers kijken bij hem de kunst af. Waarom is het dan überhaupt nog een discussie of Jones in Cooperstown zal belanden? Weinig spelers zullen zo snel van de absolute top naar beneden zijn gekukeld als Jones. The Curaçao Kid is nog geen 30 jaar oud of de eerste kwade voortekenen van verval dienen zich aan. Daarna gaat het snel. Na zijn vertrek bij de Atlanta Braves komt het nooit meer goed met hem. In zijn laatste vijf seizoenen komt hij niet verder dan 1,7 WAR. Niet per jaar, maar over die gehele periode. Toch mogen we het trieste einde van zijn loopbaan het eerste deel niet laten ondersneeuwen. Jones behoorde bijna een decennium lang tot de absolute crème de la crème.

TODD HELTON

In 2000 werd Jeff Kent uitgeroepen tot MVP in de National League. Er zijn sindsdien misdadigere uitverkiezingen voorbijgekomen, maar als je het mij vraagt had die eer dat jaar niet naar Kent, maar naar Todd Helton moeten gaan. Offensief waren de twee dat jaar aan elkaar gewaagd met een gelijk bWAR, maar waar Kent verdedigend een zwakke schakel vormde, blonk Helton aan die kant van de bal ook uit.

Sinds Larry Walker vorig jaar eindelijk zijn verdiende plekje in Cooperstown toebedeeld heeft gekregen, kunnen we hopelijk de molensteen die Coors Field vormt voor alle slagmannen van de Colorado Rockies afleggen. Natuurlijk is het niet verkeerd om de helft van je wedstrijden in de ijle lucht van Denver af te werken, maar ook buitenshuis was Helton een gevreesd slagman. Zoals gezegd was hij dus ook defensief een waardevolle speler. Uit de drie Gold Gloves, vier Silver Sluggers en vijf uitverkiezingen voor de All-Star Game kunnen we opmaken dat Helton een van de beste spelers van zijn generatie was. Al werd ook hij, net als Jones, de laatste seizoenen van zijn loopbaan geteisterd door blessures.

SCOTT ROLEN

Hoewel het verval van Scott Rolen minder drastisch en vooral dramatisch was dan dat van Andruw Jones, is één blik op de statistieken van Rolen genoeg om te zien dat het met hem vanaf zijn 30e snel bergafwaarts ging. De derdehonkman was de jaren ervoor echter de beste speler op zijn positie en hoorde stelselmatig bij de beste vijf à zes spelers in MLB. Hij sloeg in 10 seizoenen telkens meer dan 20 homeruns en kwam in zijn gehele loopbaan tot het respectabele WAR van 70.1.

Bovendien was Rolen defensief ook nog eens een uitblinker. Achtmaal mocht hij een Gold Glove in ontvangst nemen. Daarnaast is de speler uit Indiana zevenvoudig All-Star en werd hij in zijn eerste volledige seizoen uitgeroepen tot Rookie of the Year. Als kers op de taart won hij in dienst van de St Louis Cardinals in 2006 de World Series, waar hij samen met een zekere Albert Pujols een goede combinatie vormde. Scott Rolen was dus een complete speler, die behoorde tot de beste van zijn generatie en gedurende zijn carrière bijna alles won wat er te winnen valt. Next stop: Cooperstown.

OMAR VIZQUEL

Wie naar mijn lijst kijkt, zal opmerken dat ik defensieve kwaliteiten hoog aansla. Je moet van goede huizen komen om te verdedigen dat Vizquels knuppel van Hall of Fame-kaliber is, maar verdedigend zul je nauwelijks een betere korte stop vinden. De beste defensieve speler op een dusdanig cruciale plek verdient het wat mij betreft om opgenomen te worden in de Hall of Fame, al zullen statistieken als WAR voor een dergelijke speler altijd achterblijven. Ondanks dat hij aan slag geen uitblinker was, kwam hij in zijn 24-jarige carrière toch tot 2.877 hits, wat hem op de eeuwige ranglijst van korte stops op de vijfde plaats zet achter Derek Jeter, Honus Wagner, Cal Ripken Jr. en Robin Yount.

MARK BUEHRLE

Een andere goede fielder was Mark Buehrle. Dat is niet iets waar werpers vaak om geroemd zullen worden, maar toch een fijne bijkomstigheid. De werper, die in 2005 de World Series won met de Chicago White Sox, gooide minder hard dan de meeste toppitchers, maar behoorde in een tijd die gedomineerd werd door gedopeerde spelers alsnog tot de allerbeste. Buehrle speelde vijf All-Star Games, won vier Gold Gloves, gooide zowel een perfect game als een no-hitter en vrat jaarlijks meer dan 200 innings op. Wil je meer lezen over de prestaties van Buehrle, lees dan dit stuk op onze site, waarin wij onder andere diens statistieken tegen het licht houden en ze vergelijken met andere Hall of Famers.

BILLY WAGNER

Net als Vizquel was Billy Wagner een specialist. Goede relievers moeten er staan op belangrijke momenten en elke fout die ze maken kan kostbaar zijn. Toch krijgen ze weinig liefde als het gaat om Hall of Fame-stemmen. Dat geldt ook voor Wagner. Op basis van zijn statistieken was hij één van de beste pitchers van zijn generatie. Wagner gooide ongekend hard voor iemand van zijn beperkte lengte. Bovendien blinkt de pitcher uit in alle belangrijke categorieën: ERA, ERA+, WHIP, K/9, Strike out rate en slaggemiddelde tegen. Tijd dus dat deze uitmuntende closer de Hall of Fame ingaat.

NIET OP MIJN BALLOT

  • Curt Schilling: Hij zou niet de eerste onsympathieke speler zijn die wordt verkozen tot de Hall of Fame, maar er zijn grenzen. Schilling zaait haat en mag niet op deze manier bevestigd worden.
  • Jeff Kent: Goede slagman, zwakkere veldspeler. Valt zeker een zaak voor te maken, maar valt bij mij net van het ballot af.
  • Bobby Abreu: Wat voor Kent geldt, gaat ook voor Abreu op.
  • Sammy Sosa: In tegenstelling tot de slagmannen op mijn ballot, zou Sosa zonder medische hulp nooit een Hall of Famer zijn geworden.
  • Andy Pettitte: Goede pitcher bij een geweldig team, maar geen Hall of Famer.
  • A.J. Burnett: Goed, maar niet geweldig.
  • Michael Cuddyer: Verre van.
  • Dan Haren: Leek op weg, maar lichaam viel te vroeg uit elkaar.
  • LaTroy Hawkins: Misschien als hij zijn Air Miles inzet.
  • Tim Hudson: Schurkt er tegenaan, maar viel net van mijn ballot af.
  • Torii Hunter: Goede speler, maar net niet goed genoeg voor de Hall of Fame.
  • Aramis Ramirez: Geen Hall of Famer.
  • Nick Swisher: Idem.
  • Shane Victorino: Ibidem.
  • Barry Zito: Fantastische start van zijn carrière, maar de wielen gingen er te snel af.

Coverfoto: Hall of Fame

Jackson houdt play-off hoop Ravens in leven

0

In Baltimore streden dinsdagavond twee ploegen voor hun laatste kans om de play-offs te halen. Voor de Cowboys zou dat moeten gebeuren via divisiewinst in de NFC East. Een divisietitel is voor de Ravens heel ver weg, maar een wild-card ligt nog wel in het verschiet. Lamar Jackson hielp zijn team uiteindelijk langs de Cowboys. De voormalig MVP stond een week langs de kant vanwege COVID-19, maar liet gisteravond zien volledige hersteld te zijn.

Run first

Weliswaar zou Jackson een voortreffelijke wedstrijd spelen, maar daar leek het in het begin zeker niet op. Zijn eerste drive van de avond resulteerde al snel in een interception. Een field goal bracht de Cowboys aan de leiding. De Ravens bouwden, zoals gewoonlijk, op hun sterke running game. Gus Edwards, J.K. Dobbins en Jackson zelf waren al vroeg succesvol met hun runs. Een schitterende run van Jackson op fourth down, waarmee hij zijn eerdere fout goed maakte, bracht de thuisploeg aan de leiding.

De Cowboys gaven zich niet zo maar gewonnen. Na een uitstekende kick-off return stond Andy Dalton al snel in de redzone. Daar vond hij Michael Gallup voor zijn eerste touchdown van de avond. In plaats van die goede lijn door te trekken, ging ook Dalton daarna in de fout. In een vergelijkbare situatie als die met Jackson werd ook zijn pass onderschept. Baltimore profiteerde optimaal door een touchdown van Miles Boykin. Bij rust stond de thuisploeg voor met 17-10.

Derde kwart beslissend

Dit off-season werd Greg Zuerlein als kicker binnengehaald door de Cowboys. Doorgaans één van de meest betrouwbare kickers in de NFL wist echter niet zijn gebruikelijke niveau te halen. Twee gemiste field goals van 52 en 53 yards kwamen Dallas duur te staan. Weer profiteerde Jackson, dit keer met een prachtige touchdown pass op Marquise Brown. Aan het eind van het derde kwart stond het 24-10 en was de wedstrijd grotendeels beslist

Met hun running game (294 rushing yards) speelde de thuisploeg de wedstrijd gedecideerd uit: 34-17. Door deze overwinning blijven de Ravens in de race om een wild-card voor de play-offs. De Colts en Dolphins staan nog slechts één wedstrijd voor op de Ravens in de jacht op de felbegeerde play-off plaatsen. Voor de Cowboys lijkt het seizoen nu toch echt voorbij. Ze staan twee wedstrijden achter op Washington en New York. Gezien het niveau van de ploeg uit Dallas zal niemand meer een cent geven voor de kansen van de Cowboys.


Lees hier de recap van de wedstrijden gespeeld op maandagavond

Coverfoto: Nick Wass / AP Images

Bills oppermachtig, Washington met de upset

0

De Monday Night Football double header in week 13 had twee gezichten. De ontmoeting tussen de Bills en 49ers leek aan elkaar gewaagd, terwijl de verwachting was dat de Steelers over het Football Team heen zouden lopen. Niets was echter minder waar. Buffalo had weinig te duchten van San Francisco en Washington beroofde Pittsburgh van haar ongeslagen status.

49ers hebben niets in te brengen tegen Josh Allen | 34 – 24

Tegen de San Francisco 49ers speelde Josh Allen één van zijn beste duels van het seizoen. Dat dit optreden (32/40, 375 yards, 4 TD) niet per se geldt als hét beste optreden zegt genoeg over de groei die de ruwe diamant doormaakte. Er waren slechts weinigen die een franchise quarterback in hem zagen, maar inmiddels is duidelijk dat hij dat weldegelijk is. Met zijn sterke arm en hoge nauwkeurigheid bereikte hij vier verschillende receivers voor een touchdown. Zijn passer rating van 139,1 is veelbelovend, maar zijn grootste makke is consistentie. Daarbij speelt echter wel mee dat offensive coordinator Brian Daboll graag zijn spel aanpast aan de tegenstander. Daar werd de passing game van Allen dit seizoen dikwijls het slachtoffer van.

Ongeluk blijft San Francisco parten spelen

De ziekenboeg is grotendeels leeggestroomd bij de 49ers, maar blessures in het begin van dit seizoen lijken hen de kop te kosten. Ook met een volledig gezonde selectie had een nederlaag tegen Buffalo tot de mogelijkheden behoord. Het zijn echter de verliespartijen in de beginweken geweest die de Niners fataal werden. Overigens hield het ongeluk niet op bij blessures. Door het verloop van het coronavirus in hun eigen Santa Clara County mochten ze niet meer in hun thuisbasis spelen. Daarom vond dit duel plaats in het stadion van de Arizona Cardinals. Het was het enige stadion waar de Bills – ware het op miraculeuze wijze – verloren van een NFC West team. Het bracht de 49ers echter geen geluk.

49ers offense komt tekort

Running backs Jeff Wilson en Raheem Mostert speelden een goed duel, maar het was niet voldoende. Datzelfde gold voor wide receivers Deebo Samuel en Brandon Aiyuk. Head coach Kyle Shanahan moest het grootste deel van het seizoen om blessures heen coachen en dat bleek zelfs hem te machtig. Overigens is het mogelijk dat quarterback Jimmy Garoppolo en tight end George Kittle dit seizoen nog terugkeren. Laatstgenoemde is een serieuze upgrade, maar een terugkeer van Jimmy G lijkt minder noodzakelijk. Nick Mullens doet het uitstekend en is misschien wel een betere fit in de Shanahan offense.

Bills offense en defense beide in topvorm

Buffalo had dit seizoen dikwijls last van het omgekeerde LA Rams syndroom. De defensieve prestaties bleven namelijk vaak achter bij die van de offense. Zeer verrassend, aangezien de Bills defense de laatste jaren tot de top vijf in de NFL behoorde. Ogenschijnlijke upgrades hadden echter meer tijd nodig om te wennen en blessures van Tremaine Edmunds en Matt Milano bleken hardnekkig. Inmiddels zijn de off-season versterkingen gewend en spelen Edmunds en Milano op volle kracht. Een opsteker voor Buffalo dat de puzzelstukjes richting de play-offs op hun plek vallen.

Tegen de 49ers werd niet de defensieve vorm bereikt die we kennen van voorgaande seizoenen, maar het was voldoende om ze onder de 25 punten te houden. Intercepties van Tre’Davious White en Micah Hyde waren daarin beslissend Tegelijkertijd was de offense onder leiding van Allen ontketend en scoorde tegen deze sterke defense maar liefst 34 punten. Naast Allen was er nog een aanvallende uitblinker: Cole Beasley. De kleine slot receiver ving negen passes voor 130 yards en één touchdown. Een record voor een speler van zijn lengte (1,73m).

Buffalo in vorm

De balans tussen offense en defense die dit seizoen zo vaak zoek was bij Buffalo werd eindelijk gevonden. Als de Bills dit vast kunnen houden, gaan ze in het post-season een grote rol spelen. Voor San Francisco geldt dat hun off-season vroeger begint dan voorafgaand aan dit seizoen werd aangenomen. Het staat echter buiten kijf dat ze volgend seizoen weer meedoen om de prijzen als de ziekenboeg leeg blijft.


Wederopstanding Alex Smith duurt voort tegen Steelers | 23 – 17

Als er nog steeds twijfel bestond over de Comeback Player of the Year is dat na gisteravond niet meer zo. Washington quarterback Alex Smith is op weg om na een horrorblessure zijn team naar de play-offs te brengen. Tegen de ongeslagen Pittsburgh Steelers haalde hij net niet de 300 yards, maar desondanks was zijn optreden sterk (31/46, 296 yards, TD). Hij spreidde zijn passes voornamelijk over tight end Logan Thomas, wide receiver Cam Sims en running back J.D. McKissic. Thomas ving ook de eerste touchdown van het Football Team. De tweede kwam op naam van running back Peyton Barber. De man die de meeste punten op zijn naam zette, was kicker Dustin Hopkins. Hij raakte drie van zijn drie field goals en ook beide extra punten zaten tussen de palen.

Steelers offense mist scherpte én James Conner

Met de nederlaag tegen Washington verliezen de Steelers in één klap hun ongeslagen status. De nederlaag heeft echter meer implicaties dan alleen een “slechter” record. Het was het onvermijdelijke resultaat na enkele weken waarin Pittsburgh met de hakken over de sloot won van mindere tegenstanders. Ondanks de 11 overwinningen zal dit Mike Tomlin zorgen baren. De defense past absoluut bij een 11-1 record. De offense echter absoluut niet. Tegen het Football Team wisten ze slechts zes van de 15 third down pogingen te verzilveren en de rushing attack kwam niet verder dan 21 yards. Zonder James Conner bestaat er nauwelijks een aanval over de grond.

Pittsburgh defense begint scheurtjes te vertonen

Echter, een enigszins degelijke passing game van Ben Roethlisberger zou in veel gevallen voldoende moeten zijn voor de winst. Ware het niet dat de defense inmiddels ook zwakke plekken krijgt. Eerder dit seizoen verloor men Devin Bush en inmiddels is ook zijn vervanger, Robert Spillane, geblesseerd. Zorgwekkend, aangezien een Steelers team met een verzwakte defense een stuk minder angst inboezemt. Kortom, het record ziet er goed uit, maar de post-season ambities kunnen wel eens als een nachtkaars uitgaan als de defense haar kracht niet terugvindt. Dat geldt zeker als de receivers hun ballen niet weten vast te houden. Vorige week was het Diontae Johnson met de butterfingers, dit keer was het Eric Ebron.

Football Team vindt weg omhoog

Het Washington Football Team heeft een heel ander verloop van het seizoen dan de Steelers. Het begin was slecht en er hebben inmiddels al drie quarterbacks under center gestaan. Het talent begint zich echter langzaamaan te openbaren. Defensive end Chase Young is het hele seizoen al van de buitencategorie, maar Terry McLaurin en Antonio Gibson draaien iedere week een stukje beter. Gisteravond had wide receiver Sims een breakout night, terwijl McKissic consistente productie liet zien. Zowel in de defense als offense is er dus voldoende talent en beide units groeien in het seizoen. Met de huidige staat van de NFC East lijken de play-offs zo maar binnen handbereik.


Lees hier de recaps van de vroege en late duels op zondag. Beluister hier de honderdste SportAmerika American Football Podcast!

Cover foto: Ross D. Franklin/AP

DeVonta Smith: receiver van het allerhoogste niveau

Rondale Moore en Kyle Pitts zijn de afgelopen weken al uitgebreid besproken en geanalyseerd, maar na zijn prestatie van afgelopen weekend is het nu tijd om het te hebben over de beste receiver van college football: Alabama’s DeVonta Smith.


ELITE COLLEGE RECEIVER


We beginnen maar meteen met het meest spectaculaire moment van zijn zoveelste monsterweekend. Tegen LSU noteerde hij na acht catches een totaal van 231 yards en scoorde hij drie touchdowns. Het hoogtepunt was zijn derde touchdown catch van de wedstrijd, wat meteen ook zijn beste catch is uit zijn Alabama-carrière.

Alles aan deze catch is zo ontzettend goed dat het bijna illegaal zou moeten zijn. Het begint al bij zijn route running, waarmee hij zijn directe opponent twee of drie keer opnieuw aan het denken zet. Toch doet LSU cornerback Derek Stingley Jr (de beste corner in college football) het alles behalve slecht. Sterker nog: veel beter dan dit kun je niet verdedigen. Als je dan vervolgens zo’n catch om de oren krijgt, kun je dat alleen maar accepteren en applaudisseren. Er zijn maar weinig NFL-receivers (laat staan college-receivers) die deze kwaliteit hebben en het ook elk weekend laten zien.

ONVOORSTELBAAR SNEL

Dat Alabama receivers enorme snel en atletisch zijn is inmiddels bij American Football-fans alom bekend. We hoeven alleen maar de namen Henry Ruggs II, Jerry Jeudy en Jaylen Waddle te noemen en je weet genoeg. DeVonta Smith past perfect in dat lijstje en is van de drie zelfs de beste receiver. Misschien zelfs wel met afstand. Dit komt omdat hij inmiddels al vier jaar lang bij Alabama alles en iedereen voor schut loopt te zetten en zo’n beetje alles al heeft meegemaakt. Geen verdediger of verdediging kan hem meer verrassen en er is niets waar hij geen antwoord op heeft. Week in week uit komt hij in de sterkste college football conference met speels gemak over de 100 receiving yards heen. Sterker nog: de kans is groter dat Smith over de 200 yards receiving heen gaat dan dat hij minder dan 100 yards receiving noteert.

Hoe komt dit? Het antwoord: veelzijdigheid. Slot receiver, slant receiver, wheel routes, receiver screen, vertical route, fade route. Noem het allemaal maar op en Smith kan het. Zie bijvoorbeeld deze wheel route. Hier laat hij zien precies te weten wanneer hij moet excelleren en zijn verdediger achter zich moet laten. Je moet een behoorlijk snelle defensive back zijn om Smith dan nog terug te halen.

FOOTBALL IQ

Hij maakt tevens extreem goed gebruik van zijn teamgenoten om hem heen. Zet hem in een stack formation met twee mede-receivers om hem heen en hij weet precies wat hij moet doen om vrij te komen en zijn verdediger compleet weerloos achter te laten. Het moment hieronder vat dit goed samen. Smith start aan de binnenkant en heeft een medespeler aan de buitenkant. Op het moment dat ze de coverage herkennen (man-to-man) creëren ze chaos. Beide receivers crossen elkaar, waarna Smith een gaatje heeft op zijn verdediger. Dit is het kleine moment dat hij nodig heeft om (niet eens op volle snelheid) de bal te vangen en de endzone te bereiken.

En voor wie zich afvraagt hoe hij omgaat met contact en yards after the catch; meer dan prima. Het is geen Jerry Jeudy of Jaylen Waddle, maar zijn niveau is desondanks enorm hoog. Combineer dit met zijn enorme snelheid en momenten zoals hieronder zullen ook in de NFL vaak gaan voorkomen. Let ook vooral op de route running vanuit de slot-positie: stap naar links en vervolgens naar rechts. Verdediger is kansloos, waarna Smith zijn moves activeert en vervolgens amper tot niet meer te tackelen is.

CONCLUSIE

Net zoals in de 2020 NFL Draft zal er in de 2021 NFL Draft ook meer dan genoeg offensief geweld beschikbaar zijn. Namen als Rondale Moore, Kyle Pitts en alle QB’s die beschikbaar zijn zullen normaal gesproken hun naam in de eerste ronde al langs horen komen. DeVonta Smith is met rassenschreden de eerste ronde ingestroomd en daagt nu zelfs Ja’Marr Chase van LSU uit in de strijd om de beste receiver in de 2021 NFL Draft. Smith is een top 15 pick waard, en met genoeg NFL-teams die wapens voor hun QB kunnen gebruiken in die top 15 is de kans groot dat Smith zomaar eens die top 15 zou kunnen halen. Smith is en blijft namelijk een van de beste en meest succesvolle receivers die het college football ooit gezien heeft.

Photo: Sean M. Haffey/Getty Images

Columbus Crew en Seattle Sounders treffen elkaar in MLS-finale

0

De twee ploegen die in de MLS-finale gaan strijden om het 25e kampioenschap zijn bekend. Afgelopen zondagavond plaatste Columbus Crew zich voor de finale door in de Eastern Conference Final New England Revolution te verslaan. Seattle Sounders kwalificeerde zich in de nacht van maandag op dinsdag door in een spectaculaire wedstrijd tegen Minnesota United aan het langste eind te trekken. Seattle is dus nog een overwinning verwijderd van titelprolongatie.

SUCCESVOL ZONDER ‘NEDERLANDERS’

Columbus Crew plaatste zich voor het eerst sinds 2008 voor de finale van de MLS Cup, de grote finale van het seizoen. Columbus nam het in de Eastern Conference Final op tegen New England Revolution. In een vrij gelijkopgaande wedstrijd had de ploeg uit Boston de bal vaker en langer in het bezit, maar Columbus creëerde de meeste kansen. In de eerste helft waren de betere kansen dan ook voor de Crew, maar de twee ploegen gingen zonder doelpunten de rust in. Een kwartier na rust viel de enige treffer van de wedstrijd. Jonathan Mensah legde een vroege voorzet beheerst terug op middenvelder Artur, die met een geplaatst schot de rechterhoek vond.

In het resterende gedeelte van de wedstrijd ontstonden er, op een klein slotoffensief van Revolution na, geen kansen meer en dus kon Columbus het bereiken van de finale gaan vieren. Normaliter spelen er bij Columbus Crew geregeld enkele Nederlanders mee, maar dit was tegen New England niet het geval. Keeper Eloy Room werd positief getest op het coronavirus, maar hoopt er in de MLS-finale weer bij te zijn. Verdediger Vito Wormgoor kampt met een enkelblessure en mist het einde van het seizoen. Aanvaller Youness Mokhtar zat de gehele wedstrijd op de bank.

BELANGRIJKE INVALBEURT LEERDAM

Kelvin Leerdam heeft in de nacht van maandag op dinsdag met Seattle Sounders de MLS-finale bereikt. De ploeg van trainer Brian Schmetzer was in de Western Conference Final, dankzij een fraaie comeback met 3-2 te sterk voor Minnesota United. Na een half uur nam Minnesota United de leiding door een doelpunt van Emanuel Reynoso. Bakaye Dibassi leek vervolgens de wedstrijd in de 67e minuut te beslissen met de 0-2. Toch konden de Sounders zorgen voor een ommekeer. Na de invalbeurt van Leerdam twintig minuten voor tijd zorgde Will Bruin in de 75e minuut voor de 1-2. Vlak voor tijd maakte Raúl Ruidíaz de gelijkmaker. De wedstrijd leek zodoende af te stevenen op een verlenging, maar niets was minder waar. Diep in de blessuretijd kopte Gustav Svensson raak uit een corner en tekende dus voor de winnende treffer.

Seattle Sounders is dus nog steeds in de race om de MLS-titel te prolongeren. De ploeg uit de staat Washington veroverde de MLS-titel al in 2016 en 2019. In de nacht van 12 op 13 december wacht de eindstreid in het MAPFRE Stadium in Columbus. Columbus Crew mag thuis aantreden omdat die ploeg beter presteerde in het reguliere seizoen.

Coverfoto: Major League Soccer

Hall of Fame ballot: Jasper Roos

0

Dit jaar publiceren meerdere SportAmerika-redacteuren hun persoonlijke Hall of Fame ballot. Uiteraard hebben ze geen van allen een officiële stem, maar mochten ze die wel hebben gehad, zouden ze hem zó hebben gebruikt. Wil je vooraf nog even alle namen en een korte beschrijving van de genomineerden lezen? Dat kan hier. Als format voor het stembiljet gebruiken we dat van de officiële Hall of Fame tracker, de onovertroffen Ryan Thibodeaux.

Vandaag: SportAmerika managing editor en MLB-hoofdredacteur Jasper Roos.



Longread alert!

Disclaimer vooraf: ik stem eigenlijk altijd op 10 spelers. In principe kan ik elk jaar wel tien Hall-waardige mannen vinden en ik vind het argument om de Hall of Fame extreem klein te houden onzin. Het is een museum. Geschiedenis is geschiedenis.

Disclaimer, part deux: er staan meerdere steroïdengebruikers op mijn lijst. Voor de meeste leg ik hieronder uit waarom ik ze wel de Hall in stem, maar houd één ding in je achterhoofd: voor 2003 was er geen officiële steroïdenlijst in MLB en was HGH (Human Growth Hormone) bijvoorbeeld nog helemaal niet verboden. Maakt dit het gebruik van prestatiebevorderende middelen oké? Natuurlijk niet. Maar zoals ik al zei: de Hall of Fame is een museum. De ‘Steroid Era’ en zijn spelers hoort bij de geschiedenis.

Dit is mijn stembiljet in alfabetische volgorde.

BARRY BONDS

Hier hoeven we niet te lang bij stil te staan. Ik ben al jaren een uitgesproken voorstander van het toevoegen aan de Hall of Fame van Barry Bonds en Roger Clemens, twee van de gezichten van het dopingdecennium van Major League Baseball. Voor Bonds geldt misschien nog wel het meest: hij was al een Hall of Famer voor hij, op zeer late leeftijd, aan de prestatiebevorderende middelen ging. Zijn statistieken waren misschien niet zo overweldigend geweest als ze nu zijn, maar niemand zou een trip naar de Hall hebben geblokkeerd als Bonds in 2000 al gestopt was met honkballen.

Als we er vanuit gaan dat Bonds inderdaad tijdens het seizoen 1999 (op zijn 34e) met zijn steroïdengebruik begon, zoals over het algemeen wordt aangenomen, en we de seizoenen 2000-2007 niet meenemen, komen we op de volgende statistieken over een 14-jarige carrière (1986 – 1999):

Barry Bonds’ stats pre-doping (1986 – 1999)

Vertel me meer over hoe Bonds niet in de Hall of Fame hoort. Uiteraard moeten we geen oog dichtknijpen voor het valsspelen dat Bonds deed in de jaren 2000-2007, waarin hij de hele league aan gort sloeg terwijl hij opzwol tot Hulkiaanse proporties. Gooi die stats er voor mijn part allemaal uit. Barry Bonds is een Hall of Famer, any day of the week.

MARK BUEHRLE

Denk ik dat Mark Buehrle op dit moment een Hall of Famer is? Nee. Denk ik dat hij een paar jaar op de ballot moet overleven en serieus besproken en bekeken moet worden? Ja. Deze keuze heb ik afgelopen week al uitgebreider toegelicht op deze website, dus ik zal dit stukje kort houden. Ik geef dit jaar een stem aan de lefty en niet aan een speler als bijvoorbeeld Omar Vizquel, die ook in 2021 niet de Hall ingestemd zal worden, maar die wel ruimschoots de 5% zal halen om volgend jaar opnieuw verkiesbaar te zijn. Deze manier van tactisch stemmen is waardeloos, maar het ingestelde maximum van 10 spelers per stembiljet speelt ook mij hier parten. Een limiet instellen is onzinnig. Als er meer dan 10 Hall-waardige spelers op het biljet staan, moet je op ze kunnen stemmen. Don’t hate the player, hate the game.

ROGER CLEMENS

De zaak voor Clemens is enorm vergelijkbaar met die van Bonds. Ook Clemens begon pas op later leeftijd met verboden middelen. Voor hem geldt dat hij tijdens het seizoen 1998 voor het eerst anabolen injecteerde, ook op 35-jarige leeftijd. Laten we op hem dezelfde exercitie los als op Bonds, en pakken we voor hem 1984-1998, komt Clemens op de volgende stats:

Roger Clemens’ stats pre-doping (1986 – 1998)

Er zijn meer dan genoeg werpers in de Hall die niet zulke statistieken kunnen overleggen. Alleen op basis van deze periode is Clemens al een Hall of Famer. Hij is uiteraard een waanzinnige klojo voor het gebruiken van steroïden in de latere fase van zijn carrière, maar hij was heus de enige niet; sterker nog, de hele league stond stijf van de doping. Met en zonder doping was Clemens één van de beste werpers aller tijden. Welcome to Cooperstown, Rocket.

TODD HELTON

Om maar meteen het grootste discussiepunt rondom Todd Helton uit de wereld te helpen: ja, hij speelde zijn thuiswedstrijden in Coors Field, waar de bal verder en harder vliegt dan elders. Grofgezegd leverde hem dit een statistisch voordeel van zo’n 20% ten opzichte van zijn uitwedstrijden. Allemaal prima. Hij OPS’te nog steeds .855 met een OBP tegen de .400 in uitwedstrijden, sooooo….

Helton’s carrière was vooral lang. Liefst 17 jaar speelde hij op het hoogste niveau, bij de Colorado Rockies. Hij finishte als tweede in de National League Rookie of the Year-verkiezing van 1998, achter werper Kerry Wood van de Chicago Cubs. Van de 11 spelers die dat jaar RoY-stemmen kregen (AL en NL) is hij met afstand de beste, meest productieve geworden (Ben Grieve? Rolando Arrojo? Mike Caruso? Sidney Ponson? Travis Lee? Kerry Ligtenberg? Brad Fullmer? Hoe dan?!). Shout-outs naar Magglio Ordonez en de dan al 33-jarige ‘rookie’ Orlando Hernandez, dat wel.

Oh, en hij sloeg in 1999 een cycle.

De stats springen niet van de pagina, maar Helton verzamelde 61.8 WAR en zoals ik in het Buehrle-artikel al concludeerde: vrijwel iedere speler die tijdens zijn carrière 60 WAR of meer waard is geweest, bevindt zich in de Hall of Fame. Helton was een gevreesde slagman voor de ‘Blake Street Bombers’, een 90’s lineup vol boppers (Larry Walker, Vinny Castilla, Dante Bichette, etc.). Good enough for me.

ANDRUW JONES

Dit wordt het jaar dat Andruw Jones een jump gaat maken, let maar op. De 10 Gold Gloves, Silver Slugger, vijf All-Star Games en tweede plek in MVP voting komen nog even bovenop zijn 62.7 WAR. Zijn grote probleem blijft de enorme keldering van zijn stats op al jonge leeftijd (en de vreemde 51 homeruns in 2005, waar hij voorheen nooit boven de 36 uitkwam…). Stopt Andruw op zijn 30e, in 2007, zou hij al veel eerder, veel hoger op de lijst hebben gestaan. Van zijn 31e tot zijn 35e kraterde de Curaçaoenaar echter en was hij geen schim meer van de superster die hij tussen zijn 19e en 29e was. De crash was echt… bijna ongelooflijk. Je blijft als fan achter met de gedachte: “Wat als zijn afname op een iets glijdendere schaal had plaatsgevonden?”

Toch behoorde Andruw 10 jaar lang tot de beste spelers in de league en was hij defensief de top in het outfield (met Ken Griffey Jr.). Is dat Hall of Fame-waardig? Ik vind van wel.

JEFF KENT

De meeste homeruns van alle tweedehonkmannen aller tijden en níet in de Hall of Fame? Dat gaan we even rechtzetten. Laten we voorop stellen: Jeff Kent was een eikel van een kerel, op en naast het veld. Zijn teamgenoten in Toronto, New York en Cleveland mochten hem niet en het feit dat hij op zijn 29e al vier keer getrade was, zegt genoeg. Dat neemt niet weg dat hij, eindelijk in de juiste situatie beland, vanaf zijn 29e in San Francisco tot een ster uitgroeide. In zijn eerste jaar ’thuis’ (hij komt uit Bellflower, Californië en ging naar college bij UC Berkeley) en onder ‘players manager’ Dusty Baker, ramde Kent direct 29 ballen over de hekken, acht meer dan zijn vorige career high.

Tussen zijn 29e en 37e sloeg hij 253 homeruns — hij eindigde zijn carrière met 377 bommen. Vijf keer stond hij in de All-Star Game, vier keer won hij een Silver Slugger Award en in 2000 ontving hij de kroon op zijn carrière: de NL MVP Award, na zijn beste statistische seizoen.

Kent blijft een tricky geval: een laatbloeier, een geweldige slagman, een slechte veldspeler, geen prettig figuur, een opvallende powertoename tijdens het steroïdentijdperk (hij is overigens nooit gepakt of verdacht), maar intussen wel sneaky de all-time-leider voor homeruns door een tweedehonkman. Negen jaar lang was Kent een gevreesde clutch hitter, een absolute superster en iemand wiens ‘aftakeling’ ook heel geleidelijk verliep. In zijn laatste jaar in de league, in 2008, sloeg de toen al 40-jarige Kent nota bene nog .280 met 12 homeruns. Hij zal genoeg tegenstanders hebben, maar van mij mag hij de Hall of Fame in.

MANNY RAMIREZ

Een tweede plek in de Rookie of the Year-verkiezing van 1994 (achter, of all people, Bob Hamelin), 12 (!) All-Star Games, zeven keer in de Top 6 van MVP-stemming, 555 homeruns, 1831 RBI’s en …. een enorm dopingverleden. Twee positieve tests en bijbehorende schorsingen kort achter elkaar (in 2009 en 2011) zijn heel problematisch. Waarom zijn die meer problematisch dan in het geval van Clemens en Bonds? Omdat er ten tijde van Clemens en Bonds ‘officieel’ geen verbod op het gebruik van bepaalde middelen was, terwijl Manny Ramirez twee keer positief testte in een periode waarin het grijze gebied al ruimschoots zwart-wit was.

Ik zet Manny echter op mijn ballot om dezelfde redenen dat ik Bonds en Clemens erop zet: voor hij gepakt werd, was hij al een Hall of Famer. Eén kleine kanttekening: Ramirez werd in 2003 al genoemd als ‘verdachte’. Hoewel hij niet officieel in het Mitchell Report van 2007 voorkwam, stonden zowel Manny als teamgenoot David Ortiz op de lijst van 100 spelers die in 2003 positief testten op het gebruik van doping. Die lijst zou geheim moeten zijn gebleven, maar hij lekte jaren later. Ook onder andere Alex Rodriguez, Sammy Sosa en Bonds stonden erop; geen verrassingen daar.

In tegenstelling tot Ortiz, die van een nobody tot een superster uitgroeide ten tijde van het dopinggebruik, was Manny in 2003 al 10 jaar lang één van de beste hitters in baseball. 347 homeruns, 1140 RBI’s, 1.010 OPS, 157 OPS+ en bijna 3000 total bases: Manny was een beest. Begon hij in 1998 al te dopen, toen hij van 26 homeruns in 1997 naar 45 in 1998 sprong? Misschien. Hij sloeg er echter ‘clean’ in 1995 en ’96 ook al 31 en 33. Het zal misschien nooit duidelijk worden wanneer Manny met valsspelen begon. Hij was een geweldige speler die het niet zo nauw nam met de regels. Zolang dit de informatie is waar ik het mee moet doen, is hij een Hall of Famer.

SCOTT ROLEN

Het is eigenlijk een beetje gek dat we elk jaar krom moeten liggen om een Hall of Fame-pleidooi voor Scott Rolen te maken. Over Rolen’s Hall-waardigheid kan ik heel kort zijn: hij ging naar Jasper High School in Jasper, Indiana. Vakje inkleuren, klikken, verzenden, welcome to Cooperstown.

Los van deze instant Hall of Fame-kwalificatie is Rolen één van de tien beste derdehonkmannen in de geschiedenis van de sport. Acht van hen zijn all opgenomen in de Hall en de negende gaat zodra hij op de ballot verschijnt (Adrian Beltre). Rolen hoort daar gewoon tussen, als voormalig Rookie of the Year (1997), achtvoudig Gold Glove-winnaar, zevenvoudig All-Star en Silver Slugger Award-winnaar. In 2006 won hij met de Cardinals de World Series, nadat hij .421 met een 1.213 OPS sloeg in de playoffs. Met 70.1 WAR staat Rolen op gelijke hoogte met Hall of Famer Gary Carter en een fractie achter Derek Jeter (71.3 WAR). Hij laat onder meer Tim Raines, Tony Gwynn, John Smoltz en Ivan Rodriguez achter zich. Done deal.

GARY SHEFFIELD

Hé, nog een doper. Ik kan hier net zo goed mijn stukjes voor de andere steroïdengebruikers op de lijst plakken. Even kijken. Vóór zijn dopinggebruik:

  • Meervoudig All-Star: check.
  • Een absolute eikel: check
  • Meervoudig Silver Slugger-winnaar: check.
  • Meervoudig Top 6 MVP: check.

Gary Sheffield was een waanzinnig talent, ooit bijgenaamd ‘The Natural’, die veel meer uit zijn carrière had kunnen halen (en veel minder betwist de Hall-stemming in zou zijn gegaan) als hij in de eerste tien jaar van zijn loopbaan de boel wat serieuzer had opgevat. Tussen 1988 en 1998 was ‘Shef’ één van de betere spelers in de league. Hij voerde in 1993 als 24-jarige de NL aan in slaggemiddelde en total bases en sloeg twee keer meer dan 100 runs over de plaat. Een 140 OPS+ over dat decennium geeft aan dat Sheffield echt wel een potje kon ballen.

Dat hij tussen 1999 en 2009, van zijn 30e tot zijn 40e, ineens helemaal ham ging in de powerstats is natuurlijk overduidelijk niet normaal. Toch, over die periode is zijn OPS+…. ook 140, net als zijn ‘cleane’ decennium. Sheffield gaf in 2004 al toe dat hij, op advies van Bonds, steroïden had gebruikt (’the cream’, net als de slugger), maar dat hij het voor zijn geblesseerde knie nodig had. Hij werd in 2007 genoemd in het Mitchell Report, omdat de FBI een adressticker voor Sheffield had gevonden tijdens een zoektocht bij het BALCO laboratorium. Sheffield heeft dit overigens nooit ontkend.

Lang verhaal kort: ja, weer een doper. Ja, weer eentje wiens (22-jarige!) carrière in twee delen opgedeeld kan worden. Weer iemand die ik, kijkend naar deze lijst, naar Cooperstown stuur.

BILLY WAGNER

Als Billy Wagner een handvol innings meer gegooid had, of een corpus opgebouwd had zoals Trevor Hoffman, dan was hij inmiddels al een Hall of Famer. Helaas voor hem stokte de productie op 903 innings, ondanks een 16-jarige carrière (1995 – 2010), waarin hij met Mariano Rivera en Hoffman tot de meest dominante relievers in de sport behoorde. Sterker nog, Wagner is de nummer 3 closer in de geschiedenis van de sport. Het feit dat hij maar moeizaam op de lijst stijgt, toont echter opnieuw aan hoe moeilijk het is voor een reliever om voldoende stemmen te krijgen om in de Hall of Fame opgenomen te worden.

Dit is zomaar een greep uit Wagner’s all-time stats en bijbehorende all-time ranglijstposities onder werpers met minimaal 750 innings op hun naam.

  • 422 saves (#6)
  • 2.31 ERA (#2, achter Rivera)
  • 187 ERA+ (#2, achter Rivera)
  • 0.998 WHIP (#2, achter Addie Joss)
  • 11.9 K/9 (#1)
  • 33.2% strikeout rate (#1)
  • .187 Batting Average Against (#1)

Zoek je naar een definitie van pure dominantie, vind je het in Wagner’s stats. De lefty stopte in 2010 op 38-jarige leeftijd met honkballen, na zijn beste ERA-seizoen ooit (1.43 in 69.1 IP). Hij knalde voor de vierde keer in zijn loopbaan door de 100 strikeouts heen (104) en werd voor de zevende keer verkozen tot de All-Star Game. Toch hield hij het na dat jaar in Atlanta voor gezien. Wagner was een monster op de heuvel — en dat voor een te klein geachte Division III-werper uit Virginia.

Wagner’s levensverhaal is opzich al de moeite van het lezen waard, want het staat bol van tragedie en volharding, maar het meest indrukwekkende was altijd de 100 mph heater die uit zijn kleine lichaam kwam, vooral omdat er tijdens zijn loopbaan maar weinig werpers waren die triple digits haalden op de speed gun. Hij completeerde een combined no-hitter in 2003 en was tijdens zijn carrière één van de meest gevreesde relievers in MLB. Er bevinden zich veel mindere werpers dan Billy Wagner in de Hall of Fame.

NIET OP MIJN BALLOT

  • Bobby Abreu: ik ga er volledig vanuit dat Abreu dit jaar gaat overleven. Volgend jaar krijgt hij mijn stem.
  • A.J. Burnett: lag op koers, maar zijn lichaam liet hem in de steek.
  • Michael Cuddyer: nope.
  • Dan Haren: zie Burnett.
  • LaTroy Hawkins: carrière was meer lang dan goed.
  • Tim Hudson: Als hij het op de ballot overleeft, zie ik mezelf in de toekomst nog wel eens op hem stemmen.
  • Torii Hunter: Hall of Very Good (en daar is niets mis mee)
  • Andy Pettitte: deed min of meer wat Mark Buehrle deed, maar dan mét steroïden.
  • Aramis Ramirez: nope.
  • Curt Schilling: ik stem niet op racisten, antisemieten of complotgekkies, ook niet als ze goed waren. Schilling is dat alles (en meer).
  • Sammy Sosa: een nobody zónder doping, een superster mét doping. Nope.
  • Nick Swisher: nope.
  • Shane Victorino: nope.
  • Omar Vizquel: volgend jaar weer een plekje voor hem. Het zou zoveel makkelijker zijn geweest op hem te stemmen als hij ook maar een klein beetje kon slaan..
  • Barry Zito: Hall of Very Good.

Coverfoto: Hall of Fame

White Sox bijten (weer) spits af, halen Lance Lynn

0

Waar de White Sox vorig jaar rond deze tijd als eerste het off-season openden, toen met het vastleggen van Free Agent en All-Star-catcher Yasmani Grandal, is het in 2020 opnieuw de ploeg uit Chicago die het bal opent. Vanmorgen vroeg kwam naar buiten dat de Chicagoans werper Lance Lynn (33) van de Texas Rangers hebben overgenomen in ruil voor Dane Dunning (25) en reliefprospect Avery Weems (23). Lynn, Cy Young Award-kandidaat in 2019 en 2020, heeft nog een contract voor één seizoen, ter waarde van een schamele $8 miljoen ($9.3 inclusief signing bonus, die vermoedelijk door de Rangers wordt betaald).

Het binnenhalen van Lynn geeft de White Sox nu drie van de top 7 in de American League Cy Young-verkiezing van 2020: Dallas Keuchel werd dit jaar vijfde, Lynn zesde, Lucas Giolito zevende.

Het is de tweede trade in een jaar tijd tussen de Rangers en White Sox. Op 10 december 2019 ruilden de twee teams Nomar Mazara (naar Chicago) voor Steele Walker (naar Texas). Mazara werd vorige week door de White Sox aan de straat gezet. Bij de White Sox volgt een reünie tussen Lynn en manager Tony La Russa. De werper debuteerde in 2011 bij de Cardinals onder de Hall of Famer Baseball Person. De club was naar verluidt ook geïnteresseerd in Cincinnati’s Sonny Gray, maar de prijs voor Gray was te hoog.

ROTATIEDIEPTE

Waar Lynn voor de Texas Rangers de ace van de rotation was, halen de White Sox hem voorlopig als rotatiediepte. De bebaarde werper uit Indianapolis bezet voorlopig de derde plek in de vijfkoppige rotatie, achter Lucas Giolito en Dallas Keuchel (maar vóór Dylan Cease en Michael Kopech).

Rondom de trade deadline van 2020 werd er al druk door de beide clubs onderhandeld over Lynn, maar Texas vroeg de absolute hoofdprijs voor de pitcher. Gezien het pakketje dat de White Sox nu naar het zuiden sturen, is het de vraag hoe extreem de prijs een paar maanden geleden dan was. Opzich is het geen gekke move om een werper binnen te halen die over de laatste twee seizoenen in Texas 22-14 met een 3.57 ERA (3.13 FIP) ging. In 2019 gooide Lynn maar liefst 246 strikeouts in 208.1 innings.

STERKE NUMMER DRIE

Hoewel hij in 2020, zeker over de laatste weken van het verkorte seizoen, bij lange na niet de Lance Lynn van de anderhalf jaar ervoor was, waren het vooral de Houston Astros die zijn nummer hadden. Tegen de mede-Texanen gooide Lynn 11.2 innings: 20 hits, 16 runs (15 earned), 5 homeruns en een 11.57 ERA. Tegen de rest van de league deed Lynn het beduidend beter. Met 72.1 innings, 44 hits, 18 runs (16 earned), 8 homeruns en een 1.99 ERA blonk hij uit.

De White Sox hopen nu de ‘rest of the league’-versie van Lynn binnen te halen. In de tussentijd is de club nog niet uitgedeald. Hoewel de Southsiders de prijs voor George Springer te hoog lijken te vinden, wordt er volgens Ken Rosenthal wel onderhandeld (The Athletic, dus abonnement nodig) met zowel Joc Pederson als Michael Brantley. Daarnaast zouden de Sox één van de gegadigden zijn voor Trevor Bauer, met wiens kamp naar verluidt actief wordt gesproken over een meerjarige deal.

DUNNING EN WEEMS

In ruil voor Lynn ontvangen de Rangers Dane Dunning en lefty reliefprospect Avery Weems. De hoofdprijs in de deal is overduidelijk Dunning, die in het verkorte pandemieseizoen zijn Major League-debuut maakte. Dunning veroverde de harten van White Sox-fans door in zeven starts een 3.97 ERA te noteren, met 35 strikeouts en slechts 13 walks in 34 innings. Het feit dat hij dit deed nadat hij in 2019 aan de kant stond door een Tommy John-operatie, was nog indrukwekkender. De 25-jarige rechtshandige werper kwam een aantal seizoenen geleden naar de White Sox als derde onderdeel van de trade Adam Eaton trade met de Washington Nationals. De andere twee werpers in die deal waren Lucas Giolito en Reynaldo Lopez.

Dunning zal in 2021 naar alle waarschijnlijkheid een plekje aan het eind van de rotation van de Rangers krijgen, terwijl de club door een soort-van rebuild gaat.

Weems maakte een aantal weken geleden een enorm verrassende opwachting in de White Sox prospect top 10 van Baseball Prospectus (abonnement nodig). Dit is echter schromelijk overdreven, want andere publicaties hebben hem beduidend lager. MLB.com, Baseball America en FutureSox.com plaatsten Weems allemaal buiten de prospect top 30 van de club. Dat wil overigens niet zeggen dat hij niet kan pitchen. De voormalig zesde ronde draftselectie gooide een goed 2019 in Rookie Ball. Dat gezegd: hij is bijna 24 en moet hij nog in Single-A beginnen. Op korte termijn is er dus niet teveel te verwachten.

Coverfoto: Mike Ehrmann/Getty

Rams langs Cardinals, Giants verrassen Seahawks

0

Wie dacht dat de NFC West niet spannender kon worden, had het grondig mis. In een rechtstreeks duel speelden de Rams en Cardinals wederom een essentieel duel in de ranking in hun divisie. Los Angeles trok aan het langste eind door een langverwachte synergie tussen offense en defense. In Seattle dachten de Seahawks wel eventjes komaf te maken met de Giants om zo hun leiderspositie in de NFC West te verstevigen. Dat was echter buiten de uitstekende defense van de G-Men gerekend. Russell Wilson werd aan banden gelegd en de Giants scoorden net voldoende om de gigantische upset te realiseren.


Rams offense vergeet ditmaal niet de defense te belonen | 38-28

Het was wederom de defense van de Los Angeles Rams die het verschil maakte. Dit keer wist de offense echter ook mee te komen en dat leidde tot een sterke overwinning op divisierivaal Arizona. Cardinals quarterback Kyler Murray had het zwaar en dat valt dan ook van zijn gezicht af te lezen. De Rams defense had hem goed in de tang getuige de interceptie en twee fumbles. De interceptie van Troy Hill leidde tot een pick-six en dat was voldoende om de wedstrijd in het slot te gooien.

Rams offense op dreef

Na een minder optreden in de vorige speelronde was Jared Goff ditmaal van hoog niveau. Hij voltooide maar liefst 37 van zijn 41 passes voor een totaal van 351 yards en één touchdown. Hij wist ook zelf nog een touchdown te scoren. Zoals vaker dit seizoen wist hij ook veel van zijn receivers te bereiken. Robert Woods en Cooper Kupp vingen beide voor meer dan 70 yards terwijl tight end Gerald Everett de 44 yards haalde. Over de grond lijkt Cam Akers zich steeds meer te ontwikkelen tot de nummer één, maar ook Darrell Henderson blijft zijn steentje bijdragen. De aanval was in zijn totaliteit goed voor 463 yards. Daarmee vormden ze de perfecte aanvulling op hun sterke defense.

Murray te inconsistent en onzeker

Waar Kyler Murray dit seizoen nog uit de startblokken schoot en zelfs als MVP-kandidaat werd genoemd, zijn die geluiden nu volledig verstomd. Hij voltooide slechts 21 van zijn 39 passes voor een schamele 173 yards met drie touchdowns en één interceptie. Het was niet voldoende om zijn defense te helpen tegen de ontketende Rams offense. De Arizona offense wist met 232 aanvallende yards nog maar net meer dan de helft van die van Los Angeles te behalen. Murray was te inconsistent en is erg onzeker onder druk. Met drie verliespartijen op rij lijkt het ineens lastig om mee te doen in de play-offs.


Giants verrassen Seahawks en winnen vier duels op rij | 17 – 12

In Seattle voltrok zich een verrassing van formaat. De thuisspelende Seahawks vonden geen antwoord op de defensieve machine van de New York Giants en beten er ultiem hun tanden op stuk. De Giants, met nota bene back-up quarterback Colt McCoy op het veld, produceerden net genoeg offense om hun vierde wedstrijd op rij te winnen.

Zouteloze eerste helft

De eerste helft was geen aangenaam kijkstuk voor de neutrale footballfan. De flitsende Seahawks-offense, waarvan we zo genoten in het begin van het seizoen, was in geen velden of wegen te bespeuren. De Giants-defensie legde alle sleutelspelers lam en zette Russell Wilson constant onder druk. Meer dan een field goal werd er niet gescoord in de eerste helft en dat was dan nog in de eerste drive van de game.

Niet dat de Giants daar zelf veel tegenover zetten. Ook bij New York sputterde offensief de machine. Dat was geen grote verrassing, aangezien de G-Men moesten aantreden zonder Daniel Jones en het met Colt McCoy moesten rooien. Aan het eind van de eerste helft leken de Giants even de controle over de wedstrijd te verliezen toen ze een punt geblokkeerd zagen door Ryan Neal. De Seahawks konden de bal echter niet in de eindzone houden en dus moesten ze tevreden zijn met twee puntjes via een safety.

Running game en defense doorslaggevend voor Giants

Na de rust hadden de Giants een overduidelijk strijdplan klaar. Defensief moest Russell Wilson verder onder druk gezet worden, terwijl offensief de focus naar de running game ging. Die strategie wierp zijn vruchten af. Vooral Wayne Gallman deed de Seahawks pijn en haalde in totaal 135 yards. Ook de ouwe getrouwe Alfred Morris deed zijn duit in het zakje met 39 yards en een touchdown.

De Seahawks konden daar lange tijd niets tegenover zetten. Wilson hield de bal te lang bij zich en lag meer op de grond dan hem lief was. Hij werd maar liefst vijf keer gesackt. Bovendien wierp hij opnieuw een interceptie; zijn vijfde in evenveel games. Zijn grote kanonnen, D.K. Metcalf (5 receptions, 80 yards) en Tyler Lockett (6 receptions, 63 yards) werden vakkundig in bedwang gehouden. Pas in het vierde kwart konden de Seahawks opnieuw scoren, via een touchdown-pass naar Chris Carson. Daarna kregen de Seahawks zelfs nog een kans om de game te winnen in de slotminuten van het vierde kwart. De Giants-defensie deed echter wat het moest doen en ze hielden de Seahawks uit hun eindzone.

De Seahawks zullen hun wonden moeten likken na deze pijnlijke nederlaag. Te meer omdat ze opnieuw de leiding in de NFC kwijt zijn aan de LA Rams. De Giants, daarentegen, leven op een roze wolk en hebben nu al vier wedstrijden op rij gewonnen. Ze staan aan de kop van de NFC East en worden hoe langer hoe meer de topfavoriet om die divisie binnen te halen.


Patriots vegen de vloer aan met Herbert en de Chargers | 45 – 0

Het prachtige SoFi Stadium vormde het decor voor een interessant duel tussen de New England Patriots en de LA Chargers. Justin Herbert kreeg de kans om zich te herpakken na de mindere prestatie van vorige week. Voor de Patriots was het een must-win game na winst van enkele andere teams in de play-off race. Helaas voor ons werd het geen spannende pot. De New England Patriots waren op alle vlakken beter en maakten brandhout van de LA Chargers. Ze lieten geen enkel puntje toe en zetten er zelf 45 op het bord. Een statement van Bill Belichick en de zijnen.

De onverwachte ster van de avond bij de Patriots was Gunner Olszewski. De return-specialist scoorde een touchdown bij een punt-return van 70 yards. Later in de game bracht hij nogmaals de bal op indrukwekkende wijze 60 yards terug in het veld. Als kers op de taart ving hij ook nog eens een touchdown-pass van Jarrett Stidham. Die mocht diep in het vierde kwart de degelijke Cam Newton (12/19, 69 yards, 48 rushing yards, 3 TOT TD) komen vervangen. Zijn collega aan de overkant had een complete off-day. Justin Herbert voltooide minder dan 50% van zijn passes en gooide twee intercepties. Eén daarvan werd gevangen door J.C. Jackson die daarmee al zijn zevende pick van het seizoen realiseerde.

De Chargers zijn nu officieel uitgeschakeld voor de play-offs dit seizoen en de roep om head coach Anthony Lynn te ontslaan, klinkt luider en luider. Zeker omdat hij de hulpeloze Herbert heel de wedstrijd liet zwemmen, terwijl er al bij de rust niets meer te rapen viel voor de Chargers. De Patriots behouden met de winst nog een waterkansje op de play-offs. Ze zullen dan wel hun resterende games allemaal moeten winnen. Dat wordt geen lachertje met tegenstanders als de LA Rams, Miami Dolphins en Buffalo Bills.


Overige duels

De quaterback zorgen bij de Philadelphia Eagles blijven bestaan. In en tegen Green Bay hadden ze geen schijn van kans. Het tegenovergestelde gold voor de Jaguars en Broncos. Tegen respectievelijk de Vikings en Chiefs deden beide teams aardig goed mee. Geen van beide wist echter voor een verrassing te zorgen.

Philadelphia Eagles @ Green Bay Packers | 16 – 30

Aaron Rodgers hoort bij de club van 400 touchdowns en in Philadelphia hebben ze een quarterback crisis. Het duel kan niet beter samengevat worden. Met een 20-3 achterstand werd de meelijwekkende Carson Wentz vervangen voor rookie Jalen Hurts die uiteindelijk betere statistieken liet noteren. Het was echter niet zodanig dat de QB-controverse direct beëindigd kon worden. Die soap duurt nog wel even voort in the city of brotherly love. De Packers speelden het duel comfortabel uit richting de 30-16 winst.

Jacksonville Jaguars @ Minnesota Vikings | 24 – 27

De ontmoeting tussen de Jaguars en Vikings bleek een onverwachte kraker van jewelste. Dat kwam voornamelijk op het conto van een disfunctioneel Vikings team. De Jacksonville offense kreeg maar liefst vier turnovers te verwerken. Dat het tot overtime kwam, mag vooral Vikes kicker Dan Bailey zich aanrekenen. Hij raakte twee van zijn drie field goal pogingen en slechts één van zijn drie extra punten. Ware het niet voor een ontketende Dalvin Cook in de tweede helft, dan waren de Jaguars een stukje verder verwijderd geweest van de tweede draft pick.

Denver Broncos @ Kansas City Chiefs | 16 – 22

De Denver Broncos deden verrassend goed mee in deze wedstrijd en maakten het de Chiefs knap lastig. Het duurde zelfs tot het derde kwart eer de Chiefs hun eerste en enige touchdown wisten te scoren. Een pass van Patrick Mahomes (25/40, 318 yards, 1 TD) naar zijn uiterst betrouwbare tight end Travis Kelce. Kelce haalde maar liefst 136 yards en was de beste receiver bij de Chiefs. De Broncos waren vooral verdedigend erg goed, maar konden uiteindelijk de weinige kansjes die ze kregen niet verzilveren. Met de zege zijn de Chiefs nu zeker van de play-offs in de AFC.


Lees hier de recaps van de vroege duels op zondag!

Cover foto: Rick Scuteri/AP Photo

Saints naar play-offs, Browns verslaan Titans

0

Het was een avond vol gekte in de NFL. De Jets en Jaguars wonnen bijna een wedstrijd en de Lions kwamen terug van een achterstand. Comebacks van de Texans en Titans kwamen net iets te kort. Daarnaast plaatsten de Saints zich al voor de play-offs. Hieronder de recaps van de doldwaze vroege zondagwedstrijden.


Taysom Hill gooit Saints naar de play-offs | 21-16

De eerste drive van de wedstrijd tegen de Falcons was er eentje die Taysom Hill niet snel zal vergeten. Eerst noteerde hij met 43 yards zijn langste run van zijn NFL-carriere, om vervolgens zijn eerste touchdown pass te gooien. Tre’Quan Smith viel de eer ten deel om als eerste receiver een touchdown van Hill te vangen. De thuisploeg probeerde snel met een antwoord te komen. Deze wedstrijd was hun laatste kans om nog uitzicht te houden op play-off deelname. Veel meer dan een paar field goals wist de Atlanta offense echter niet te produceren. Matt Ryan lag stevig aan de ketting bij de Saints defense, die de laatste weken op zeer hoog niveau presteert.

Hill had inmiddels de smaak te pakken. Hij gooide vlak voor rust zijn tweede touchdown pass naar Jared Cook. Ondanks de twee touchdowns lukte het de Saints nog niet om definitef afstand te nemen van de Falcons. Door drie field goals van Younghoe Koo, één van de beste kickers dit jaar, bleef de achterstand van de thuisploeg beperkt: 14-9.

Fumbles

Er zijn opvallend veel gelijkenissen tussen het optreden van Taysom Hill en dat van Teddy Bridgewater vorig jaar. Beiden namen de plek van de geblesseerde Drew Brees in en deden dat meer dan uitstekend. Bridgewater bleef vijf duels ongeslagen, Hill zou zijn derde overwinning op rij behalen in het duel met de Falcons.

Een versnelling van de Saints, ingezet door wie anders dan Alvin Kamara, bracht de bezoekers al vroeg in de tweede helft op een ruimere voorsprong. Gezien het niveau van de defense van New Orleans leek er weinig meer te halen voor de Falcons. Helemaal toen de Saints direct in de redzone terecht kwamen na een fumble van Ryan. Diep in de redzone ging Hill echter ook in de fout. Dat was precies wat de Falcons nodig hadden om een slotoffensief te starten

Falcons dichtbij

Diep in het vierde kwart gooide Ryan eindelijk zijn eerste touchdown van de wedstrijd. Russel Gage Jr. bracht de Falcons tot op vijf punten. Met een paar minuten op de klok kreeg de QB van Atlanta vervolgens zelfs nog de kans om de wedstrijd over de streep te trekken. Geholpen door prachtige catches van Calvin Ridley en Julio Jones kwamen de Falcons dichtbij de endzone van de Saints. Op het belangrijkste moment van de dag stond de Saints defense er echter weer en weerhield men de thuisploeg van scoren. Ook een hail mary in de slotseconden werd goede verdedigd.

Door de winst blijven de Saints op weg naar de 1st seed in de NFC. Wederom zag vooral de defense er indrukwekkend uit. Als het team van Sean Payton dat niveau kan vasthouden zit er dit seizoen mogelijk nog veel in het vat.


Goede eerste helft genoeg voor Browns tegen Titans | 41-35

De Cleveland Browns leken op weg om de Titans te vernederen. In de eerste helft was er geen enkele manier waarop de ploeg uit Tennessee de bezoekers af wisten te stoppen. De ruststand was 38-7 in het voordeel van Cleveland. Toch werd het nog spannend en kregen de Titans nog een kans om terug in de wedstrijd te komen.

Daar zag het in de beginfase niet naar uit. De opening drive leverde Cleveland een field goal op, maar daarna was quarterback Baker Mayfield niet te stoppen. Alle vijf de overige drives in de eerste helft leverden een touchdown op. De mooiste was de derde. Donovan Peoples-Jones ving de bal over 75 yards voor de score en de 24-7 voorsprong.

De Titans konden hier niet heel veel tegenover stellen. In de eerste helft kwam de ploeg tot een touchdown, maar verloor het ook twee keer de bal door een fumble. Het slechte spel van de Titans kwam vooral omdat de verdediging van de Browns Derrick Henry in toom wist te houden. De runningback was de afgelopen weken in topvorm, maar kwam zondag niet verder dan 60 yards en hij was één van de spelers die de bal in de eerste helft verloor.

MyCole Pruitt touchdown

Door de ruime achterstand waren de Titans gedwongen om na rust vooral voor de passing game te kiezen en dat was niet zonder succes. Onder leiding van Ryan Tannehill en Corey Davis kwam Tennessee steeds wat dichterbij. Hierbij hadden ze ook wel geluk, want een fumble van A.J. Brown werd opgepikt door MyCole Pruitt voor zijn tweede touchdown van de dag.

De Browns hadden aanvallend niet meer het succes van de eerste helft en kwamen niet verder dan een field goal. Hierdoor mochten de Titans hoop blijven houden op een zege, ook al ging Cleveland met een 41-21 voorsprong het vierde kwart in. De aanval van de Titans begon ineens ook te sputteren en lang kwamen er geen punten meer op het bord. Op het moment dat het doek wel definitief gevallen leek voor de thuisploeg wist Jeremy McNichols met minder dan anderhalve minuut op de klok de endzone te vinden.

Je zou zeggen “niets aan de hand” met de bal in bezit en een voorsprong van twee scores, maar Baker Mayfield verloor de bal door een fumble en met een return van 53-yards waren de Titans direct in de redzone. Tannehill vond Cameron Batson, die ondanks de poging van de Browns om hem het veld uit te duwen nog net zijn voeten in het veld kreeg voor de touchdown, de eerste in zijn loopbaan.

De Titans waren genoodzaakt om een onside kick te proberen, maar mooier dan dit werd het niet voor de thuisploeg. Cleveland viel op de bal en wist zo de zege binnen te halen. Door de overwinning staan de Browns nu op 9-3 en hebben ze gegarandeerd een winning record, voor het eerst sinds 2007. Met een wedstrijd tegen de Jets nog te gaan, moet het wel heel raar lopen wil de ploeg uit Cleveland de play-offs nog missen. De Titans zagen de Colts langszij komen op 8-4 en gaan door het betere winrecord in de divisie aan de leiding.


Overige duels

De Jacksonville Jaguars en de New York Jets waren heel dichtbij een zege. De Jaguars verloren na verlenging en de Jets gaven een bijna zekere zege uit handen door een touchdown in de slotseconden. De Indianapolis Colts leken eveneens op weg een overwinning weg te geven, maar zij wisten zich net op tijd te herstellen.

Indianapolis Colts @ Houston Texans | 26-20

Het duel tussen de twee divisierivalen was in de eerste helft een heerlijke shootout. Beide teams wisselden touchdowns en field goals constant af en de verdediging leek maar geen grip te krijgen op de opponent. De Colts stonden halverwege met 24-20 voor. Na rust veranderde alles. De verdedigingen overheersten ineens en aanvallend bakten beide teams er niets meer van. De Colts scoorden nog twee punten, uiteraard door de defense via een safety. De Texans leken hierdoor in de slotfase de wedstrijd naar zich toe te trekken, maar Deshaun Watson verloor de bal door een fumble op de vijandelijke 7-yard lijn met minder dan anderhalve minuut te gaan, waardoor de Colts ontsnapten met een overwinning.

Cincinnati Bengals @ Miami Dolphins | 7-19

Het begin van de wedstrijd was nog voor de Bengals door een 72-yard touchdown van Tyler Boyd. Het zou de laatste score van de middag blijken voor de bezoekers. Diezelfde Boyd en Xavien Howard werden later van het veld gestuurd na een handgemeen. Pas in de tweede helft kwamen Tua en de Dolphins los. Jakeem Grant, receiver van de Dolphins, kreeg het zwaar te verduren deze wedstrijd. Tot twee keer toe werd hij hard geraakt door Mike Thomas, die daar eigenlijk het veld voor uit had moeten worden gestuurd. Dat dit niet gebeurde, leidde tot heftige reacties bij coach Brian Flores. Meerdere Dolphins werden uiteindelijk wel weggestuurd, maar Mike Thomas mocht blijven staan. De Dolphins winnen en blijven daarmee in de race om de play-offs.

Detroit Lions @ Chicago Bears | 34-30

Met Mitchell Trubisky trokken de Bears ten strijde om te vechten voor de laatste play-off hoop. Hets coren lukte, mede door een prima optreden van Trubisky (26/34, 267 yards, 1 TD). De defense, normaal gesproken hun sterke punt, liet ze in deze wedstrijd in de steek. Matthew Stafford zorgde voor een daverende verrassing door de Lions terug te laten komen van een achterstand van 10 punten in het laatste kwart. Er leek bij Stafford (27/42, 402 yards, 3 TD’s, 1 INT) een last van zijn schouders te zijn gevallen na het vertrek van Matt Patricia. Voor beide teams is het seizoen zo goed als klaar, maar vooral voor de Bears zijn de druiven zuur na deze nederlaag.

Las Vegas Raiders @ New York Jets | 31-28

De Jets-fans zagen Trevor Lawrence al door hun handen glippen. Het grote talent is de beloning voor een seizoen zonder overwinningen en eigenlijk datgene wat de fans in New York op dit moment echt willen. Bijna wisten de Jets echter een wedstrijd te winnen. In het vierde kwart kwamen de Jets terug van een 24-13 achterstand om met 28-24 de leiding te nemen. Nadat de Raiders niet wisten te scoren op de daaropvolgende drive leek de zege bijna een zekerheid. Een first down was genoeg voor de overwinning. Die kwam niet en de ploeg uit Vegas kreeg een laatste kans. De verdediging van de Jets begreep net op tijd wat de bedoeling was, want de safeties waren nergens meer te bekennen en Carr kon Henry Ruggs III met vijf seconden te gaan vrij in de endzone vinden voor de beslissende score.

Coverfoto: Derick E. Hingle/USA TODAY Sports