Hall of Fame ballot: Jasper Roos

Dit jaar publiceren meerdere SportAmerika-redacteuren hun persoonlijke Hall of Fame ballot. Uiteraard hebben ze geen van allen een officiële stem, maar mochten ze die wel hebben gehad, zouden ze hem zó hebben gebruikt. Wil je vooraf nog even alle namen en een korte beschrijving van de genomineerden lezen? Dat kan hier. Als format voor het stembiljet gebruiken we dat van de officiële Hall of Fame tracker, de onovertroffen Ryan Thibodeaux.

Vandaag: SportAmerika managing editor en MLB-hoofdredacteur Jasper Roos.



Longread alert!

Disclaimer vooraf: ik stem eigenlijk altijd op 10 spelers. In principe kan ik elk jaar wel tien Hall-waardige mannen vinden en ik vind het argument om de Hall of Fame extreem klein te houden onzin. Het is een museum. Geschiedenis is geschiedenis.

Disclaimer, part deux: er staan meerdere steroïdengebruikers op mijn lijst. Voor de meeste leg ik hieronder uit waarom ik ze wel de Hall in stem, maar houd één ding in je achterhoofd: voor 2003 was er geen officiële steroïdenlijst in MLB en was HGH (Human Growth Hormone) bijvoorbeeld nog helemaal niet verboden. Maakt dit het gebruik van prestatiebevorderende middelen oké? Natuurlijk niet. Maar zoals ik al zei: de Hall of Fame is een museum. De ‘Steroid Era’ en zijn spelers hoort bij de geschiedenis.

Dit is mijn stembiljet in alfabetische volgorde.

BARRY BONDS

Hier hoeven we niet te lang bij stil te staan. Ik ben al jaren een uitgesproken voorstander van het toevoegen aan de Hall of Fame van Barry Bonds en Roger Clemens, twee van de gezichten van het dopingdecennium van Major League Baseball. Voor Bonds geldt misschien nog wel het meest: hij was al een Hall of Famer voor hij, op zeer late leeftijd, aan de prestatiebevorderende middelen ging. Zijn statistieken waren misschien niet zo overweldigend geweest als ze nu zijn, maar niemand zou een trip naar de Hall hebben geblokkeerd als Bonds in 2000 al gestopt was met honkballen.

Als we er vanuit gaan dat Bonds inderdaad tijdens het seizoen 1999 (op zijn 34e) met zijn steroïdengebruik begon, zoals over het algemeen wordt aangenomen, en we de seizoenen 2000-2007 niet meenemen, komen we op de volgende statistieken over een 14-jarige carrière (1986 – 1999):

Barry Bonds’ stats pre-doping (1986 – 1999)

Vertel me meer over hoe Bonds niet in de Hall of Fame hoort. Uiteraard moeten we geen oog dichtknijpen voor het valsspelen dat Bonds deed in de jaren 2000-2007, waarin hij de hele league aan gort sloeg terwijl hij opzwol tot Hulkiaanse proporties. Gooi die stats er voor mijn part allemaal uit. Barry Bonds is een Hall of Famer, any day of the week.

MARK BUEHRLE

Denk ik dat Mark Buehrle op dit moment een Hall of Famer is? Nee. Denk ik dat hij een paar jaar op de ballot moet overleven en serieus besproken en bekeken moet worden? Ja. Deze keuze heb ik afgelopen week al uitgebreider toegelicht op deze website, dus ik zal dit stukje kort houden. Ik geef dit jaar een stem aan de lefty en niet aan een speler als bijvoorbeeld Omar Vizquel, die ook in 2021 niet de Hall ingestemd zal worden, maar die wel ruimschoots de 5% zal halen om volgend jaar opnieuw verkiesbaar te zijn. Deze manier van tactisch stemmen is waardeloos, maar het ingestelde maximum van 10 spelers per stembiljet speelt ook mij hier parten. Een limiet instellen is onzinnig. Als er meer dan 10 Hall-waardige spelers op het biljet staan, moet je op ze kunnen stemmen. Don’t hate the player, hate the game.

ROGER CLEMENS

De zaak voor Clemens is enorm vergelijkbaar met die van Bonds. Ook Clemens begon pas op later leeftijd met verboden middelen. Voor hem geldt dat hij tijdens het seizoen 1998 voor het eerst anabolen injecteerde, ook op 35-jarige leeftijd. Laten we op hem dezelfde exercitie los als op Bonds, en pakken we voor hem 1984-1998, komt Clemens op de volgende stats:

Roger Clemens’ stats pre-doping (1986 – 1998)

Er zijn meer dan genoeg werpers in de Hall die niet zulke statistieken kunnen overleggen. Alleen op basis van deze periode is Clemens al een Hall of Famer. Hij is uiteraard een waanzinnige klojo voor het gebruiken van steroïden in de latere fase van zijn carrière, maar hij was heus de enige niet; sterker nog, de hele league stond stijf van de doping. Met en zonder doping was Clemens één van de beste werpers aller tijden. Welcome to Cooperstown, Rocket.

TODD HELTON

Om maar meteen het grootste discussiepunt rondom Todd Helton uit de wereld te helpen: ja, hij speelde zijn thuiswedstrijden in Coors Field, waar de bal verder en harder vliegt dan elders. Grofgezegd leverde hem dit een statistisch voordeel van zo’n 20% ten opzichte van zijn uitwedstrijden. Allemaal prima. Hij OPS’te nog steeds .855 met een OBP tegen de .400 in uitwedstrijden, sooooo….

Helton’s carrière was vooral lang. Liefst 17 jaar speelde hij op het hoogste niveau, bij de Colorado Rockies. Hij finishte als tweede in de National League Rookie of the Year-verkiezing van 1998, achter werper Kerry Wood van de Chicago Cubs. Van de 11 spelers die dat jaar RoY-stemmen kregen (AL en NL) is hij met afstand de beste, meest productieve geworden (Ben Grieve? Rolando Arrojo? Mike Caruso? Sidney Ponson? Travis Lee? Kerry Ligtenberg? Brad Fullmer? Hoe dan?!). Shout-outs naar Magglio Ordonez en de dan al 33-jarige ‘rookie’ Orlando Hernandez, dat wel.

Oh, en hij sloeg in 1999 een cycle.

De stats springen niet van de pagina, maar Helton verzamelde 61.8 WAR en zoals ik in het Buehrle-artikel al concludeerde: vrijwel iedere speler die tijdens zijn carrière 60 WAR of meer waard is geweest, bevindt zich in de Hall of Fame. Helton was een gevreesde slagman voor de ‘Blake Street Bombers’, een 90’s lineup vol boppers (Larry Walker, Vinny Castilla, Dante Bichette, etc.). Good enough for me.

ANDRUW JONES

Dit wordt het jaar dat Andruw Jones een jump gaat maken, let maar op. De 10 Gold Gloves, Silver Slugger, vijf All-Star Games en tweede plek in MVP voting komen nog even bovenop zijn 62.7 WAR. Zijn grote probleem blijft de enorme keldering van zijn stats op al jonge leeftijd (en de vreemde 51 homeruns in 2005, waar hij voorheen nooit boven de 36 uitkwam…). Stopt Andruw op zijn 30e, in 2007, zou hij al veel eerder, veel hoger op de lijst hebben gestaan. Van zijn 31e tot zijn 35e kraterde de Curaçaoenaar echter en was hij geen schim meer van de superster die hij tussen zijn 19e en 29e was. De crash was echt… bijna ongelooflijk. Je blijft als fan achter met de gedachte: “Wat als zijn afname op een iets glijdendere schaal had plaatsgevonden?”

Toch behoorde Andruw 10 jaar lang tot de beste spelers in de league en was hij defensief de top in het outfield (met Ken Griffey Jr.). Is dat Hall of Fame-waardig? Ik vind van wel.

JEFF KENT

De meeste homeruns van alle tweedehonkmannen aller tijden en níet in de Hall of Fame? Dat gaan we even rechtzetten. Laten we voorop stellen: Jeff Kent was een eikel van een kerel, op en naast het veld. Zijn teamgenoten in Toronto, New York en Cleveland mochten hem niet en het feit dat hij op zijn 29e al vier keer getrade was, zegt genoeg. Dat neemt niet weg dat hij, eindelijk in de juiste situatie beland, vanaf zijn 29e in San Francisco tot een ster uitgroeide. In zijn eerste jaar ‘thuis’ (hij komt uit Bellflower, Californië en ging naar college bij UC Berkeley) en onder ‘players manager’ Dusty Baker, ramde Kent direct 29 ballen over de hekken, acht meer dan zijn vorige career high.

Tussen zijn 29e en 37e sloeg hij 253 homeruns — hij eindigde zijn carrière met 377 bommen. Vijf keer stond hij in de All-Star Game, vier keer won hij een Silver Slugger Award en in 2000 ontving hij de kroon op zijn carrière: de NL MVP Award, na zijn beste statistische seizoen.

Kent blijft een tricky geval: een laatbloeier, een geweldige slagman, een slechte veldspeler, geen prettig figuur, een opvallende powertoename tijdens het steroïdentijdperk (hij is overigens nooit gepakt of verdacht), maar intussen wel sneaky de all-time-leider voor homeruns door een tweedehonkman. Negen jaar lang was Kent een gevreesde clutch hitter, een absolute superster en iemand wiens ‘aftakeling’ ook heel geleidelijk verliep. In zijn laatste jaar in de league, in 2008, sloeg de toen al 40-jarige Kent nota bene nog .280 met 12 homeruns. Hij zal genoeg tegenstanders hebben, maar van mij mag hij de Hall of Fame in.

MANNY RAMIREZ

Een tweede plek in de Rookie of the Year-verkiezing van 1994 (achter, of all people, Bob Hamelin), 12 (!) All-Star Games, zeven keer in de Top 6 van MVP-stemming, 555 homeruns, 1831 RBI’s en …. een enorm dopingverleden. Twee positieve tests en bijbehorende schorsingen kort achter elkaar (in 2009 en 2011) zijn heel problematisch. Waarom zijn die meer problematisch dan in het geval van Clemens en Bonds? Omdat er ten tijde van Clemens en Bonds ‘officieel’ geen verbod op het gebruik van bepaalde middelen was, terwijl Manny Ramirez twee keer positief testte in een periode waarin het grijze gebied al ruimschoots zwart-wit was.

Ik zet Manny echter op mijn ballot om dezelfde redenen dat ik Bonds en Clemens erop zet: voor hij gepakt werd, was hij al een Hall of Famer. Eén kleine kanttekening: Ramirez werd in 2003 al genoemd als ‘verdachte’. Hoewel hij niet officieel in het Mitchell Report van 2007 voorkwam, stonden zowel Manny als teamgenoot David Ortiz op de lijst van 100 spelers die in 2003 positief testten op het gebruik van doping. Die lijst zou geheim moeten zijn gebleven, maar hij lekte jaren later. Ook onder andere Alex Rodriguez, Sammy Sosa en Bonds stonden erop; geen verrassingen daar.

In tegenstelling tot Ortiz, die van een nobody tot een superster uitgroeide ten tijde van het dopinggebruik, was Manny in 2003 al 10 jaar lang één van de beste hitters in baseball. 347 homeruns, 1140 RBI’s, 1.010 OPS, 157 OPS+ en bijna 3000 total bases: Manny was een beest. Begon hij in 1998 al te dopen, toen hij van 26 homeruns in 1997 naar 45 in 1998 sprong? Misschien. Hij sloeg er echter ‘clean’ in 1995 en ’96 ook al 31 en 33. Het zal misschien nooit duidelijk worden wanneer Manny met valsspelen begon. Hij was een geweldige speler die het niet zo nauw nam met de regels. Zolang dit de informatie is waar ik het mee moet doen, is hij een Hall of Famer.

SCOTT ROLEN

Het is eigenlijk een beetje gek dat we elk jaar krom moeten liggen om een Hall of Fame-pleidooi voor Scott Rolen te maken. Over Rolen’s Hall-waardigheid kan ik heel kort zijn: hij ging naar Jasper High School in Jasper, Indiana. Vakje inkleuren, klikken, verzenden, welcome to Cooperstown.

Los van deze instant Hall of Fame-kwalificatie is Rolen één van de tien beste derdehonkmannen in de geschiedenis van de sport. Acht van hen zijn all opgenomen in de Hall en de negende gaat zodra hij op de ballot verschijnt (Adrian Beltre). Rolen hoort daar gewoon tussen, als voormalig Rookie of the Year (1997), achtvoudig Gold Glove-winnaar, zevenvoudig All-Star en Silver Slugger Award-winnaar. In 2006 won hij met de Cardinals de World Series, nadat hij .421 met een 1.213 OPS sloeg in de playoffs. Met 70.1 WAR staat Rolen op gelijke hoogte met Hall of Famer Gary Carter en een fractie achter Derek Jeter (71.3 WAR). Hij laat onder meer Tim Raines, Tony Gwynn, John Smoltz en Ivan Rodriguez achter zich. Done deal.

GARY SHEFFIELD

Hé, nog een doper. Ik kan hier net zo goed mijn stukjes voor de andere steroïdengebruikers op de lijst plakken. Even kijken. Vóór zijn dopinggebruik:

  • Meervoudig All-Star: check.
  • Een absolute eikel: check
  • Meervoudig Silver Slugger-winnaar: check.
  • Meervoudig Top 6 MVP: check.

Gary Sheffield was een waanzinnig talent, ooit bijgenaamd ‘The Natural’, die veel meer uit zijn carrière had kunnen halen (en veel minder betwist de Hall-stemming in zou zijn gegaan) als hij in de eerste tien jaar van zijn loopbaan de boel wat serieuzer had opgevat. Tussen 1988 en 1998 was ‘Shef’ één van de betere spelers in de league. Hij voerde in 1993 als 24-jarige de NL aan in slaggemiddelde en total bases en sloeg twee keer meer dan 100 runs over de plaat. Een 140 OPS+ over dat decennium geeft aan dat Sheffield echt wel een potje kon ballen.

Dat hij tussen 1999 en 2009, van zijn 30e tot zijn 40e, ineens helemaal ham ging in de powerstats is natuurlijk overduidelijk niet normaal. Toch, over die periode is zijn OPS+…. ook 140, net als zijn ‘cleane’ decennium. Sheffield gaf in 2004 al toe dat hij, op advies van Bonds, steroïden had gebruikt (‘the cream’, net als de slugger), maar dat hij het voor zijn geblesseerde knie nodig had. Hij werd in 2007 genoemd in het Mitchell Report, omdat de FBI een adressticker voor Sheffield had gevonden tijdens een zoektocht bij het BALCO laboratorium. Sheffield heeft dit overigens nooit ontkend.

Lang verhaal kort: ja, weer een doper. Ja, weer eentje wiens (22-jarige!) carrière in twee delen opgedeeld kan worden. Weer iemand die ik, kijkend naar deze lijst, naar Cooperstown stuur.

BILLY WAGNER

Als Billy Wagner een handvol innings meer gegooid had, of een corpus opgebouwd had zoals Trevor Hoffman, dan was hij inmiddels al een Hall of Famer. Helaas voor hem stokte de productie op 903 innings, ondanks een 16-jarige carrière (1995 – 2010), waarin hij met Mariano Rivera en Hoffman tot de meest dominante relievers in de sport behoorde. Sterker nog, Wagner is de nummer 3 closer in de geschiedenis van de sport. Het feit dat hij maar moeizaam op de lijst stijgt, toont echter opnieuw aan hoe moeilijk het is voor een reliever om voldoende stemmen te krijgen om in de Hall of Fame opgenomen te worden.

Dit is zomaar een greep uit Wagner’s all-time stats en bijbehorende all-time ranglijstposities onder werpers met minimaal 750 innings op hun naam.

  • 422 saves (#6)
  • 2.31 ERA (#2, achter Rivera)
  • 187 ERA+ (#2, achter Rivera)
  • 0.998 WHIP (#2, achter Addie Joss)
  • 11.9 K/9 (#1)
  • 33.2% strikeout rate (#1)
  • .187 Batting Average Against (#1)

Zoek je naar een definitie van pure dominantie, vind je het in Wagner’s stats. De lefty stopte in 2010 op 38-jarige leeftijd met honkballen, na zijn beste ERA-seizoen ooit (1.43 in 69.1 IP). Hij knalde voor de vierde keer in zijn loopbaan door de 100 strikeouts heen (104) en werd voor de zevende keer verkozen tot de All-Star Game. Toch hield hij het na dat jaar in Atlanta voor gezien. Wagner was een monster op de heuvel — en dat voor een te klein geachte Division III-werper uit Virginia.

Wagner’s levensverhaal is opzich al de moeite van het lezen waard, want het staat bol van tragedie en volharding, maar het meest indrukwekkende was altijd de 100 mph heater die uit zijn kleine lichaam kwam, vooral omdat er tijdens zijn loopbaan maar weinig werpers waren die triple digits haalden op de speed gun. Hij completeerde een combined no-hitter in 2003 en was tijdens zijn carrière één van de meest gevreesde relievers in MLB. Er bevinden zich veel mindere werpers dan Billy Wagner in de Hall of Fame.

NIET OP MIJN BALLOT

  • Bobby Abreu: ik ga er volledig vanuit dat Abreu dit jaar gaat overleven. Volgend jaar krijgt hij mijn stem.
  • A.J. Burnett: lag op koers, maar zijn lichaam liet hem in de steek.
  • Michael Cuddyer: nope.
  • Dan Haren: zie Burnett.
  • LaTroy Hawkins: carrière was meer lang dan goed.
  • Tim Hudson: Als hij het op de ballot overleeft, zie ik mezelf in de toekomst nog wel eens op hem stemmen.
  • Torii Hunter: Hall of Very Good (en daar is niets mis mee)
  • Andy Pettitte: deed min of meer wat Mark Buehrle deed, maar dan mét steroïden.
  • Aramis Ramirez: nope.
  • Curt Schilling: ik stem niet op racisten, antisemieten of complotgekkies, ook niet als ze goed waren. Schilling is dat alles (en meer).
  • Sammy Sosa: een nobody zónder doping, een superster mét doping. Nope.
  • Nick Swisher: nope.
  • Shane Victorino: nope.
  • Omar Vizquel: volgend jaar weer een plekje voor hem. Het zou zoveel makkelijker zijn geweest op hem te stemmen als hij ook maar een klein beetje kon slaan..
  • Barry Zito: Hall of Very Good.

Coverfoto: Hall of Fame

Jasper Roos
Hoofdredacteur. Schrijft voornamelijk over honkbal. Praat regelmatig in een microfoon. Pitch-sequence-aficionado. Shoeless Joe Jackson is een Hall of Famer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen