Hall of Fame ballot 2022: Sander Grasman

Ook dit jaar onthullen meerdere SportAmerika MLB-redacteuren hun Hall of Fame-ballot. Zeker in 2022, wanneer er een grote groep PED-gebruikers op de lijst staan, is er voldoende ruimte voor een frisse discussie. Wil je alle genomineerden nog even op een rijtje hebben, dan kun je hier meer lezen. Net als vorig jaar gebruiken we het stembiljetformat van Ryan Thibodaux (@MrTibbs op Twitter), de onofficiële Hall of Fame-tracker van het internet.

Redacteur Sander Grasman is de derde SportAmerika’er die zijn ballot openbaart.

Vorig jaar was ik eindelijk overstag gegaan om de dopingzondaars het voordeel van de twijfel te gunnen, als de statistieken voor hun vermeende dopinggebruik dat echter toelieten. Dit jaar brengt ene Alex Rodriguez deze keuze weer aan het wankelen. Hoe weeg je de prestaties van een notoire valsspeler van wie allerminst vaststaat wanneer hij zichzelf chemisch begon te versterken? Mogelijk is zijn hele carrière gebouwd op het gebruik van prestatiebevorderende middelen.

Ook persoonlijke voorkeur speelt hierin natuurlijk een rol. A-Rod staat niet bepaald hoog op mijn lijst van favoriete spelers — dat geldt overigens voor een groot aantal spelers op deze ballot –, maar David Ortiz wel. Big Papi was ook één van de vele spelers die in het Mitchell Report aangewezen werd als dopingzondaars, maar toch zet ik voor zijn naam als eerste een vinkje. Ik zal dus zeker niet beweren dat ik geheel objectief ben in mijn keuzes.

DAVID ORTIZ

86 jaar wachtten de Boston Red Sox in 2004 op een nieuwe titel. Ted Williams en Carl Yastrzemski waren gekomen en gegaan in Beantown zonder eindwinst. Weinig spelers waren zo belangrijk voor de BoSox in het doorbreken van The Curse of the Bambino als David Ortiz. Eerder nog dan zijn 541 homeruns, 55.3 bWAR als DH of 141 career OPS+ zou ik Papi Cooperstown instemmen om zijn prestaties in de playoffs. Niet alleen in ’04, maar ook in ’07 en ’13 was de slugger van grote waarde in het winnen van de World Series.

ANDRUW JONES

Nog een persoonlijke voorkeur. The Curaçao Kid voerde in 2005 het homerunklassement aan met 51 dingers, sloeg in zijn hele carrière 434 homeruns en tussen 1998 en 2007 was hij elk jaar goed voor minimaal 25 homeruns. Met een OPS+ van 111 is hij een bovengemiddelde slagman, maar boven alles is hij in mijn ogen vooral de beste centerfielder sinds Willie Mays.

BARRY BONDS & ROGER CLEMENS

Het lot van deze twee lijkt aan elkaar gekoppeld. Dat blijkt ook wel uit de stemmen die ze de afgelopen jaren ontvingen. Ofwel laten de stemmers hun prestaties voor zich spreken – en dan vooral die van voor hun dopinggebruik – of ze vinden dat de twee een uitverkiezing niet verdienen op basis van hun vals spel. Het lijkt om een principiële keuze te gaan en men heeft inmiddels hun stelling ingenomen. Kleine kans dus dat hun kansen dit jaar veel zullen verschillen van voorgaande edities. Voor mij gaat dat inmiddels ook op en dus stem ik ook dit jaar weer voor het tweetal.

GARY SHEFFIELD

Is Gary Sheffield Barry Bonds lite of Barry Bonds Gary Sheffield on steroids? Dat laatste is lastig te zeggen, want Sheffield was al Sheffield on steroids. Toch gaat in mijn ogen voor de oud-Marlin hetzelfde op als zijn opgepompte tijdgenoot: zijn schone statistieken waren al Hall of Fame-waardig en dus verdient hij ook mijn stem. De neef van Dwight Gooden sloeg meer dan 500 homeruns, was jaarlijks een kandidaat voor de MVP (zonder hem ooit te winnen) en zijn bWAR van 60,5 had een stuk hoger gereikt als hij niet zo’n slechte veldspeler was geweest (of vaker als DH was opgesteld).

SCOTT ROLEN

Scott Rolen was seizoenen achter elkaar een van de beste slagmannen in de Major League. Daarnaast was hij ook een meer dan uitstekende derdehonkman. Zevenvoudig All Star, World Series-winnaar in 2006 met de St. Louis Cardinals en acht Gold Gloves in de kast. Met 70,1 bWAR en een career OPS+ van 122 heeft Rolen zijn plaqueje in de Hall of Fame wel verdiend.

TODD HELTON

Natuurlijk heeft het Todd Helton geen windeieren gelegd dat hij Coors Field zijn thuishaven mocht noemen, maar het zou hem schromelijk tekort doen om al zijn succes daarop af te schuiven. Niet alleen was Helton ook buitenshuis heel goed, zijn statistieken zijn er simpelweg te goed voor. Zeker de eerste helft van zijn carrière was hij één van de sterkste slagmannen in de league. Bovendien was hij een positieve teamgenoot, wat zeker niet van iedereen op deze lijst gezegd kan worden.

BILLY WAGNER

Closers worden vaak weggezet als ‘one trick ponies’, maar het vergt ijzeren zenuwen om de heuvel op te stappen als de wedstrijd over de streep getrokken moet worden. Billy Wagner was één van de beste closers uit de historie van de sport en dus mijn stem voor de Hall of Fame waardig.

MARK BUEHRLE

Het blijft een lastige afweging om te kiezen tussen langdurige top, zoals in het geval van Mark Buehrle, of kortstondige uitblinkers als Tim Lincecum en Jake Peavy. Die laatste twee wonnen Cy Youngs, waren een paar jaar de allerbeste, maar zagen hun vlam ook heel snel uitdoven en verdwenen voor hun dertigste naar de marge. Buehrle bleef innings vreten voor zijn White Sox en gooide en passant ook een no-hitter en een perfect game. Bovendien was hij belangrijk in de door de Southsiders gewonnen World Series. Voorlopig blijf ik trouw aan mijn pick van vorig jaar.

TIM LINCECUM

Ik had met mijn laatste stem heel veel kanten op kunnen gaan, sinds Omar Vizquel zijn eigen glazen ingooide, maar koos uiteindelijk niet voor A-Rod of Manny Ramirez (draaideurdopeurs), Jeff Kent (tot zijn 30e een gemiddelde slagman, maar dat veranderde in 1998 – trek hieruit je eigen conclusies) of Jake Peavy, maar dus wel voor Tim Lincecum. Zijn piek was uitermate kort, maar een ERA+ van 170 en twee Cy Youngs in zijn eerste twee volledige seizoenen zegt wel wat over zijn dominantie. Lincecum won bovendien drie World Series met zijn Giants, al was zijn inbreng in zeker die laatste overwinning gering.

ZIJ DIE DE LIJST NIET HAALDEN

Op alfabetische volgorde de afvallers die mijn lijstje net niet haalden:

  • Bobby Abreu: Lang goed, nooit absolute top. In mijn Hall of Very Good, voorlopig.
  • Carl Crawford: Heel goed in Tampa, daarna geen schim meer van zichzelf. Hij vond dat zelf overigens ook wel best.
  • Prince Fielder: Had al een zwak voor zijn vader Cecil en dat gold ook voor hem. Sluit een stem voor hem in de toekomst niet uit, maar voor nu een te korte piek en te weinig veelzijdig.
  • Ryan Howard: Begon geweldig, maar ging al snel ten onder aan blessures.
  • Jeff Kent: Kwal van een vent en werd op verdacht late leeftijd in een verdacht tijdperk ineens een stuk beter.
  • Justin Morneau: Was ooit MVP, maar vraag niet hoe. De volgende Twin die echt in aanmerking gaat komen is zijn collega Joe Mauer.
  • Jonathan Papelbon: Een paar jaar een geweldige closer voor de Red Sox, later vooral onuitstaanbaar.
  • Jake Peavy: Net iets minder dominant dan Lincecum in zijn prime years.
  • Andy Pettitte: Goede pitcher in een geweldig team, maar met een ERA van 3.80+ en als toegegeven dopingzondaar valt hij buiten mijn lijst.
  • Manny Ramirez: Vorig jaar nog wel op mijn lijst, maar nu niet. Noem mijn wispelturigheid een ode aan Manny being Manny.
  • Alex Rodriguez: Ik ben het nooit eens met Jose Canseco, maar in zijn haat jegens A-Rod ga ik een heel eind met hem mee. De kortestop was een onverbeterlijke valsspeler en ik durf mijn hand voor geen van zijn prestaties in het vuur te steken.
  • Jimmy Rollins: Lid van de 30-30-club, eenmalig MVP, maar ook niet meer dan Hall of Very Good.
  • Curt Schilling: In deze lijst vol met verschrikkelijke figuren spant hij de absolute kroon. Wilde zijn naam eigenlijk uit de lijst hebben, maar ik heb hem er graag tussen. Dan kan ik hem actief negeren.
  • Sammy Sosa: Sosa was zonder doping niet goed genoeg. Hij heeft zijn moment in de spotlights gehad.
  • Mark Teixeira: Als ik ooit terugkom op mijn besluit om de dopingzondaars het voordeel van de twijfel te geven, is de voor zover ik weet schone Tex zeker een optie.
  • Omar Vizquel: Extreem huiselijk geweld en seksueel misbruik van een kwetsbare jongen zijn meer dan genoeg reden om Omars borderline Hall of Fame-cv aan de kant te schuiven.

Coverfoto: Hall of Fame

Sander Grasman
Recreatief sporthistoricus en vice-voorzitter van de Nederlandse Fred McGriff-fanclub.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen