20 jaar na 9/11: First pitch van de hoop

Twee Wereldoorlogen (op D-Day na) of een Spaanse Griep kon MLB niet stoppen. We weten nu dat een andere pandemie dat wel lukte, maar ook twintig jaar geleden werd de league stilgelegd. Aanleiding toen waren de vreselijke aanslagen in New York, Washington en de verijdelde aanslag waarbij passagiers de terroristen wisten te stoppen. De Verenigde Staten staat deze week stil bij de gebeurtenissen van toen. Bij SportAmerika willen we ook terugblikken op die week waarin de wereld veranderde en het honkbal stopte.

END OF NORMAL

Het leek die avond in Orange County een heel normale wedstrijd. Voor de Seattle Mariners, oppermachtig in de AL destijds, een niemendalletje tegen middenmoter Anaheim. De Mariners wonnen voor de 104e keer dat seizoen. Op die 10e september 2001. Starter Freddy Garcia won zijn zestiende wedstrijd en kreeg in acht innings slechts 3 hits tegen. Ismael Valdez deed het namens de Angels een pak minder met 9 hits en 3 runs. Met 3 RBIs was David Bell, naast Garcia, de gevierde man bij de Mariners, die met 5-1 zegevierden. Ichiro Suzuki was de leadoff hitter en de Japanner bleef voor de tweede avond op rij verstoken van een hit. Een tegenvaller voor de toekomstig MVP en Rookie of the Year, maar het belangrijkste was dat zijn Seattle weer won. Toch?

Het duel in Anaheim begon rond 19.00 uur plaatselijke tijd en eindigde ruim drie uur later. Aan de oostkust van de VS wees de kalender op dat moment al 11 september aan. Op die dag werd eens te meer duidelijk hoe onbeduidend een paar wedstrijden zonder hits zijn. Of een 104e zege van het seizoen. Die dag, die datum, staat voor altijd in het geheugen van de Amerikanen gegrift. En niet alleen daar.

Rond 15.00 uur kwam deze schrijver thuis van school en hoorde iets over een ongeluk in het World Trade Center in New York. Ietsje later werd al heel snel en heel pijnlijk duidelijk dat het geen ongeluk betrof. De beelden van het tweede vliegtuig in het WTC, de aanslag op het Pentagon en alle andere vreselijke gebeurtenissen die dag gingen de wereld over. Die avond leek het de UEFA een goed idee om PSV nog in de Champions League te laten spelen tegen het Franse Nantes. Iets met belangrijkste bijzaak?

OPEENS ALLES ANDERS

In de VS waren ze daar vanzelfsprekend niet mee bezig. Daar waren de gedachten bij New York, Washington en bij al die families waar getreurd, gezocht en gerouwd werd. Sport is dan totaal onbelangrijk en het was dan ook heel logisch dat de competities werden stilgelegd. Die wedstrijd in Anaheim, die zege van Seattle, was het laatste duel in het “oude” Amerika. Het Amerika dat zich misschien wel onaantastbaar waande. Iemand die zich zeker onaantastbaar waande in die tijd was Barry Bonds. De outfielder van de Giants had twee dagen voor de aanslagen zijn 61e, 62e en 63e homerun van het seizoen geslagen. Hij liep daarmee nu voor op het schema van Mark McGwire, toen deze in ’98 tot 70 dingers kwam. Bonds zou ’t jaar afsluiten met 73 homeruns.

Natuurlijk smulden de Amerikanen van die klappen en de bijbehorende statistieken, maar op die 11e september 2001 viel ook het belang van die tikken van Bonds volledig weg. Bonds en Ichiro speelden voor een team aan de westkust, weliswaar van hetzelfde land, maar ver weg van het rampgebied. Natuurlijk voelden de Giants, de Angels en de Mariners de pijn, maar nergens werd dit zo gevoeld als in New York, waar de Yankees net een serie tegen de Red Sox achter de rug hadden. Achter Andy Pettitte wonnen de titelhouders op 9 september hun laatste wedstrijd voor de aanslagen met 7-2 en maakten daarmee de sweep compleet.

De New York Mets sloten in datzelfde weekend een road trip van zeven wedstrijden af, waarvan ze er zes wonnen. Na een sweep in Philadelphia leken ook de Marlins kanonnenvoer voor de ontketende Mets. Ze moesten alleen op zondag nog even winnen om er een perfecte road trip van te maken, maar dit feest ging niet door. De Marlins wonnen met 4-2, maar met een 6-1 record konden de Mets tevreden naar hun homestand toewerken. Dat die pas op 21 september zou beginnen, kon niemand in New York vermoeden op het moment dat ze huiswaarts keerden.

ONBELANGRIJK

Over de aanslagen zelf gaan we het op deze plek niet hebben. Wel over de manier waarop de MLB op deze enorme tragedie reageerde. Dat er op die tragische dag niet gespeeld ging worden, was logisch — al dacht de Europese voetbalbond daar op die dag dus nog even anders over. Al betrekkelijk snel na de aanslagen kwam commissioner Bud Selig met de mededeling dat er een streep door de wedstrijden van die avond ging. Een paar dagen later deelde Selig mee dat de competitie op 17 september hervat zou worden. Al zouden ze het willen, had dit ook niet veel eerder gekund. Het vliegverkeer lag immers een tijdje stil en veel spelers en teams zaten enige tijd vast op een ‘vreemd’ vliegveld.

Spelers waren aangedaan, teams waren volledig uit het veld geslagen en de fans hadden ook wel iets anders aan hun hoofd. Nergens was dit zo te merken als in New York. De Yankees waren bezig aan een sterk seizoen, maar dat alles verbleekte bij het leed dat hun stad werd aangedaan. De spelers en staf probeerden zo goed en zo kwaad als ’t kon wat hulp en troost te bieden. Bij de stadgenoot ging het weliswaar de laatste weken goed, maar veel kans op de play-offs gaven de Mets zichzelf toch niet meer. Hun toenmalige thuisbasis, Shea Stadium, deed in de dagen na 11 september dienst als uitvalsbasis voor hulpdiensten en op de parkeerplaatsen werden hulpgoederen opgeslagen.

DRAAD OPPAKKEN

De NFL had besloten de wedstrijden in het weekend na de aanslagen te schrappen. Na dat weekeinde pakte de MLB de draad weer op. De impact van de aanslagen was ongekend, dus eenvoudig was dit niet. Lang niet iedereen was het eens met ’t besluit, maar uiteindelijk werden op maandag 17 september de eerste ballen weer gegooid. De Mets waren het eerste team uit New York dat in actie kwam. Zij wonnen op een emotionele avond in Pittsburgh met 4-1 van de Pirates.

Een dag later was het de beurt aan de Yankees. Zij brachten een bezoek aan de Chicago White Sox en maakten iets opmerkelijks mee. De ‘arrogante’ Yankees zijn niet de populairste club in de VS, maar in de weken na de ramp omarmden de Amerikanen opeens Derek Jeter, Scott Brosius, Tino Martinez, Mike Mussina en hun teamgenoten. Het voelde vreemd, maar de doorgaans uitgejouwde Yankees kregen in vrijwel elke stad die ze nog aandeden een staande ovatie. De teams uit The Big Apple speelden daarnaast met caps van de NYPD en de NYFD. De politie en de brandweer, de ware helden op en na 11 september. En natuurlijk waren er vlaggen. Veel Amerikaanse vlaggen. Maar daarover later nog wat meer.

EMOTIONELE TERUGKEER

Het waren de New York Mets die op 21 september, tien dagen na de aanslagen, als eerste sportclub uit New York weer een thuiswedstrijd speelden. De tegenstander kwam uit Atlanta en de Braves waren verwikkeld in een strijd met de Phillies om de divisietitel. New York zat daar een wedstrijd of vijf achter. Deze vrijdagavond ging het niet over winst of verlies. Over een mogelijke bananenschil richting het postseason of over andere zaken waar het in de sport zo vaak om te doen is. Op deze vrijdagavond ging het over veel meer. New York ontwaakte heel, heel langzaam uit de ergste nachtmerrie die een stad kan treffen en deze wedstrijd van de Mets was een manier om dit, indien mogelijk, beter te laten verlopen. Sport was, zoals het eigenlijk ooit bedoeld is, een afleiding.

Eenmaal op het veld was dit voor de spelers anders. De emoties waren er. Het laat niemand onberoerd dat er een eerbetoon is aan alle slachtoffers van die ramp. Burgemeester Rudy Giuliani was één van de aanwezigen en Diana Ross en Liza Minnelli namen deel aan de ceremonie voorafgaand aan dit duel. Maar er werd dus gespeeld. Het waren de bezoekers die in de derde inning op voorsprong kwamen, maar de thuisploeg maakte direct gelijk. In de achtste was er opnieuw een voorsprong voor de Braves. En toen kwam daar in de gelijkmakende achtste inning Mike Piazza naar het slagperk.

De catcher uit Pennsylvania, die een groot deel van zijn loopbaan voor de Dodgers speelde, maar in 1998 in New York was neergestreken. De dertiger die al zoveel had meegemaakt. Al negen keer een ASG speelde, een batterij aan Silver Slugger Awards won. Die Mike Piazza liet New York in de achtste inning juichen zoals het zelden had gejuicht. Met één uit en één honk bezet joeg hij een pitch van Steve Karsay de duisternis van de avond in. De lucht droeg de bal de tribunes in en zorgde daar voor een enorme ontlading. Met zijn homerun gaf Mike Piazza niet alleen de Mets een 3-2 voorsprong (en een uiteindelijke overwinning), maar bovenal gaf hij New York iets belangrijkers: afleiding. Even niet denken aan rampspoed, maar vreugde om iets banaals als een homerun.

YANKEES GEVEN HOOP

De New York Yankees speelden ruim twee weken na de aanslagen hun eerste thuiswedstrijd (5-1 winst op de toenmalige Devil Rays). Net als de Mets speelden ook zij een rol in de verwerking. En deze rol werd steeds belangrijker. Zoals gezegd veranderden de Yankees van een lievelingsvijand in een publiekslieveling en dit werd eens te meer duidelijk tijdens de play-offs. De Yankees legden beslag op de titel in de AL East en namen het in de ALDS op tegen de Oakland A’s, een team dat 102 wedstrijden won en daarmee na Seattle (116-46) het beste record had.

Na twee wedstrijden leek deze best-of-5 de kant van Oakland op te vallen, maar de Yankees wisten zich te herpakken, Games 3 en 4 te winnen en vervolgens de allesbeslissende wedstrijd eveneens naar zich toe te trekken. Deze wederopstanding moest wel symbool staan voor een stad die zo zwaar getroffen was. De mensen in New York en ver daarbuiten konden zich met deze Yankees identificeren en de zo gehate pinstripes werden in de harten gesloten.

De volgende horde op weg naar de vierde opeenvolgende Fall Classic lag in Seattle. Tijdens het reguliere seizoen leken de Mariners onverslaanbaar, maar ook zij hadden vijf wedstrijden nodig om zich van de Indians te ontdoen. Vijf wedstrijden duurde de ALCS tegen de Yankees ook. De ploeg van manager Joe Torre had een missie en de Mariners bleken niet meer dan een vervelende mug die even geplet moest worden. New York opende met twee zeges in Seattle, werd daarna in Game 3 thuis met 14-2 van het veld geslagen, om de volgende twee duels in winst om te zetten.

DE AVOND VAN GEORGE W. BUSH

New York zat nog middenin een nachtmerrie, maar de Yankees zorgden ervoor dat deze werd afgewisseld met flarden van een mooie droom. Voor het vierde jaar op rij speelden de Yankees de World Series en de drie voorgaande werden gewonnen. Nu moest het gebeuren tegen de Arizona Diamondbacks van onder meer Curt Schilling en Randy Johnson. Net als de Yankees hadden zij in de NLCS aan vijf wedstrijden genoeg om een einde aan het seizoen van de Braves te maken.

Al rap bleek dat dit geen walk in the park werd voor New York. In Phoenix kregen de Yankees er ongenadig van langs. Arizona won de eerste twee duels en scoorde in totaal 13 runs. De Yankees? Die scoorden er één. Toen kwam Game 3, op 30 oktober in de Bronx. In Yankee Stadium was er eerst de vlag die van Ground Zero was gehaald. De gescheurde vlag, waarvan het beeld al meer zei dan duizend woorden. En er was George W. Bush. Niet voor het eerst gooide een zittend president de eerste pitch in de World Series, maar deze was anders. Heel anders.

Met zijn kleding bracht Bush een eerbetoon aan de hulpdiensten. Onder die kleding droeg de president een kogelvrij vest. De angst voor nieuwe aanslagen was er nog steeds, maar Bush liet zich niet tegenhouden. Uit duizenden kelen klonk het “USA! USA” op het moment dat de geplaagde president zijn gang naar de heuvel maakte. Daar aangekomen beantwoordde hij dit met onder meer een duimpje, maar bovenal een perfecte strike over de thuisplaat. Dit optreden van hun president was meer dan alleen een first pitch. Het hielp de Amerikanen in de verwerking en het gaf bovenal hoop. Jaren later is er van Bush’ reputatie rondom de aanslagen niets meer over. Toen was hij echter een baken waaraan iedere Amerikaan naar keek voor steun.

GEEN VOLMAAKTE WERELD

De wedstrijd werd gewonnen door de Yanks, met 2-1. Een dag later wonnen ze opnieuw. Na tien innings werd het 4-3 voor New York. Op de eerste dag van november maakten ze het zelfs nog spannender. Nu waren er twaalf innings nodig om de Diamondbacks met 3-2 op de knieën te krijgen. Na twee kansloze nederlagen in Arizona stonden de Yankees op de drempel van een vierde titel in vier seizoenen. Die titel kwam er niet. De Yankees liepen zich stuk op Curt Schilling en Randy Johnson, waarbij de laatste zelfs in zowel Game 6 als Game 7 een rol speelde.

Het verhaal van de New York Yankees in 2001 kreeg dus niet het gewenste, misschien wel verdiende, einde. Hun run in de play-offs en de manier waarop ze hun wedstrijden wonnen, gaven hun stad misschien wel meer dan een titel ooit kon doen. Het gaf de mensen in New York afleiding in die loodzware maanden na 11 september 2001, maar bovenal gaf de sport de New Yorkers en de Amerikanen hoop.

Coverfoto: Al Bello

Hans Mulder
Dankzij de Braves en de Twins gegrepen door de MLB. Wat later door een simpele videogame besmet met 't ijshockeyvirus en blij dat ik hier beide liefdes mag beschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen