Column: De Thunder en Clippers – vastzittend in de subtop?

Thunder
Het jaar 2016 zal voor twee (sub)topploegen in de NBA van cruciaal belang zijn. Bij zowel de Oklahoma City Thunder (23-10) als de Los Angeles Clippers (21-13) zullen momenteel toch ergens wel ‘nu of nooit’-gevoelens komen opborrelen. Jarenlang van nét-niet-goed-genoeg-zijn kunnen soms pijnlijker aanvoelen dan periodes van complete succesloosheid (Wazzup, Philadelphia?).
De Western Conference is wellicht minder hoogstaand in de breedte dan in voorbije jaren, maar is door de aanwezigheid van twee absolute topteams, de Golden State Warriors (30-2) en de San Antonio Spurs (28-6), waarschijnlijk topzwaarder dan ooit tevoren. In 2016 moet blijken of de Thunder en Clippers de sprong kunnen maken naar deze absolute top, of dat zij – ondanks een bijzonder getalenteerde spelerskern en een aantal (redelijk) succesvolle jaren als collectief – op de reset-knop moeten drukken bij het langetermijnbeleid.
Hieronder zal er een kijkje worden genomen naar de situaties waarin de twee teams momenteel verkeren. Vervolgens zal bij beide teams de harde maar noodzakelijke vraag “Eeuwige subtop of toekomstig titelwinnaar?” worden gesteld en – voor zover een 25-jarig, snotneuzerig basketballschrijvertje daar het recht toe heeft – beantwoord.
De Thunder en Clippers lijken enorm veel op elkaar qua selectiesamenstelling. Daarom heb ik hier gekozen om per ‘spelersgroep-categorie’ de teams met elkaar te vergelijken.


Het Dynamic Duo
Beide teams beschikken over twee absolute supersterren. Bij de Thunder zal niemand aan de sterrenstatus van zowel Kevin Durant als Russell Westbrook twijfelen. Maar ook de Clippers hebben twee spelers in hun selectie die jaar in, jaar uit tot de beste 10-15 spelers van de NBA behoren in Blake Griffin en Chris Paul.

Chris Paul (30) mag ondertussen dan wel aan z’n elfde seizoen in de NBA bezig zijn, hij is nog altijd een point guard van het hoogste kaliber. Voor het tiende (!!) achtereenvolgende jaar noteert hij dit seizoen een scoringsgemiddelde van minimaal 17.5 en een assists gemiddelde van 9.0. Dat noemt men ‘First ballot Hall of Fame‘-kaliber, zelfs.

Maar ook over de topkwaliteit van “dunkmachine” Blake Griffin mag geen twijfel bestaan: voor het derde achtereenvolgende seizoen draagt Griffin gemiddeld per wedstrijd bij met minstens 23.0 punten, 8.5 rebounds en 4.0 assists. De wijdverspreide reputatie van Griffins beestachtige atletische vermogen lijkt soms af te doen aan het feit dat hij daarnaast één van de meest complete spelers in de gehele NBA is.

Wat opvalt aan de ontwikkeling in het spel van de twee beste Clippers is de uiteenlopende richtingen die zij op lijken te gaan. Griffin is van ‘non shooter’ uitgegroeid tot misschien wel het effectiefste midrange-scoringswapen in de NBA.


Waar Griffins werkgebied als aanvalswapen steeds verder naar buiten toe is opgeschoven, is Chris Paul met de jaren steeds dichterbij de basket op z’n gevaarlijkst geworden.

Dit onderscheid in favoriete plekken op het veld tref je niet aan bij het superduo van OKC. Kevin Durant scoort altijd en overal met bovengemiddelde efficiëntie…


…en ook Russell Westbrook lijkt het niet veel uit te maken wáár op het veld hij per wedstrijd z’n tegenstanders schade aandoet.


Een ander punt waarop de twee superduo’s van elkaar verschillen is de loopbaanfase waarin zij verkeren. Chris Paul is nu nog altijd wereldtop, maar de geschiedenis leert ons dat spelverdelers boven de dertig vrijwel plots en snel achteruitgaan. Blake Griffin is weliswaar jonger (26) met minder ‘slijtage’ (bezig aan zijn 6e NBA-seizoen) dan Westbrook (27 jaar; 8e seizoen) en Durant (27 jaar; 9e seizoen), feit blijft dat het tweetal supersterren van de Thunder meer prime years voor de boeg heeft dan het tweetal super-Clippers.

De hyper-betrouwbare adjudanten
Zowel Oklahoma City als Los Angeles beschikt over een heel goede derde leider. Bij de Thunder is Serge Ibaka nog altijd van grote waarde. 2015-2016 zal het zesde seizoen op rij worden waarin Ibaka minstens 2.3 blocks gemiddeld per wedstrijd noteert en in de top-5 staat van beste schotenblokkers in de NBA. De wendbaarheid waarmee de 2.08m lange Ibaka de paint verdedigt is nog altijd van een niveau in de buitencategorie.
In aanvallend opzicht is de Congolese center enigszins vastgelopen in zijn ontwikkeling. Dit is het vierde seizoen waarin Ibaka op het offensieve uiteinde voornamelijk fungeert als catch&shoot-optie – veelal wachtend in de hoeken op een kickout-pass van een naar de ring exploderende Westbrook. Waar Ibaka bij de meeste andere teams vanwege zijn atletisch vermogen als een afrollende lobdreiging bij pick&roll’s zou worden gebruikt – à la DeAndre Jordan of Tyson Chandler – moet Air Congo bij de Thunder vooral met schotjes vanuit de middenafstand bijdragen.
Hoewel deze rolverandering drie seizoenen geleden een verbetering (9 ppg –> 13 ppg) opleverde in Ibaka’s scoringsproductie, is de tot Spanjaard genaturaliseerde center sindsdien niet echt verbeterd. Dit jaar scoort Ibaka wederom zo’n dertien punten per wedstrijd. Maar liefst 52% van z’n schotpogingen vinden plaats op minimaal vijf meter afstand van de basket, opmerkelijk genoeg.

De ‘adjudant’ bij de Clippers lijkt in vrijwel geen enkel opzicht op Ibaka van de Thunder. J.J. Redick is geen speler die het moet hebben van zijn fysieke kwaliteiten. Hij is een ware driepuntspecialist. Eén van de beste die de NBA ooit gekend heeft: onder spelers die minimaal 500 wedstrijden hebben gespeeld, staat Redick twaalfde op het all-time leaderboard met z’n gemiddelde van 1.7 gemaakte drietjes per wedstrijd.
Maar Redick is inmiddels, in zijn tiende NBA-seizoen, tot veel meer uitgegroeid dan een eendimensionaal driepuntwapen. Waar Redick in z’n eerste zeven seizoenen (bij de Orlando Magic van Van Gundy/Howard) uitkwam op gemiddeld 21.9 speelminuten per wedstrijd, speelt hij als Clipper (derde seizoen) ruim dertig minuten per avond.
De vaak gehoorde opvatting dat Redick een (te) kwetsbare verdediger is, is op weinig feiten gebaseerd. Toegegeven, als mandekker zal Redick de Westbrooks en Hardens van deze wereld niet afstoppen. Maar als teamverdediger – d.m.v. help side-verdediging, communicatie, slimmigheidjes etc. – is Redick enorm belangrijk voor de Clippers.
Ik durf zelfs te beweren dat Redick belangrijker voor de Clippers is dan Ibaka voor de Thunder. De NetRating (# punten voorsprong of achterstand/100x balbezit) van beide teams schetst namelijk een duidelijk beeld. Deze daalt bij de afwezigheid van Ibaka op het veld voor de Thunder met maar liefst 14.1. Maar bij de Clippers-sans-Redick is dit verschil zelfs min-20.1!

Het grote vraagteken
Wanhopig geworden door de zoektocht naar een speler die het gat zou kunnen dichten dat de vier seizoenen geleden vertrokken James Harden, als derde offensieve sterspeler van het team, had laten vallen, werd er afgelopen zomer door de Thunder besloten om de exorbitante salariswensen van de pas net binnengekomen Enes Kanter in te willigen. Het Turkse low post-wapen mocht bijtekenen via een megadeal van 70 miljoen dollar voor vier seizoenen.
Dit is in mijn ogen een nog grotere blunder geweest van OKC dan het zéér vroegtijdige en onnodige afscheid van Harden in 2012. Hoe enorm productief Kanter op papier ook mag zijn (11.8 punten; 8.1 rebounds) in de magere hoeveelheid speeltijd die hij krijgt (20.4 minuten) per wedstrijd…

…men kan in Oklahoma City eigenlijk niet verantwoorden waarom er zo’n twintig procent (17 mln./jaar) van het salarishuis vrijgehouden moet worden voor één van de allerzwakste ringverdedigers in de NBA.

Eenzelfde soort redenering geldt ook voor het (twijfelachtige) monstercontract dat de LA Clippers aan DeAndre Jordan uitdeelden (vier jaar; 88 mln. dollar). Want hoe spectaculair Jordans dunks ook mogen zijn. Hoe afschrikkend de aanwezigheid van een reusachtige (2.10m; 120 kg) springveer onder de Clippers’ basket op de aanval van de tegenstander ook is…

…DEZE speler behoort geen 22 miljoen dollar per seizoen te verdienen. Je kan Jordan (41% vrijeworpenpercentage gedurende gehele NBA-loopbaan) in prime time-situaties – zeg, het vierde kwart in een play-offwedstrijd – als enigszins verstandig coach niet op het veld laten staan. Een Hack-A-DeAndre levert een Expected Points Added-projectie van 0,85 punt per balbezit op. Daar tekenen zelfs de Sixers niet voor als verwacht gemiddelde.

Het eindverdict
De oplettende lezer heeft wellicht opgemerkt dat het ondertussen nog altijd ‘gelijkstaat’ in deze column tussen de Clippers en Thunder. Oklahoma City heeft de betere sterspelers. Los Angeles de betere onderbevelhebber. Beide teams hebben flink geïnvesteerd in een reus, waarvan de toegevoegde waarde niet geheel duidelijk is.
Maar op de vraag “Eeuwige subtopper of toekomstig titelwinnaar?” kan ik uiteindelijk alleen bij de Oklahoma City Thunder met het positieve antwoord van de twee op de proppen komen. Waarom? Wel, twee zaken geven voor mij de doorslag.
Allereerst de supporting cast. Alhoewel deze kwalitatief sterker is bij de Clippers (Crawford, Pierce, Smith, Stephenson etc.), bieden de rolspelers van de Thunder (Adams; Morrow; Payne; Augustin) meer toekomstperspectief. Jamal Crawford lijkt op weg richting uitgang in LA; Paul Pierce speelt op zijn aller-aller-allerlaatste benen dit seizoen; Josh Smith schijnt door de overige Clippers verafschuwd te worden. Lance Stephenson is Lance Stephenson, en zal in de (nabije) toekomst weer overgaan tot het doen van Lance-Stephenson-dingen. Kortom: advantage, OKC.
Ten tweede, en belangrijker: Doc Rivers werkt bij de Los Angeles Clippers. Dat de aanwezigheid van Rivers in LA een nadeel is in deze vergelijking, terwijl de Thunder door Billy Donovan – bijzonder inferieur t.o.v. Rivers op tactisch vlak – wordt gecoacht, heeft alles te maken met Rivers’ dubbelrol. Doc is namelijk naast hoofdcoach ook General Manager (technisch directeur) van de Clippers.
En als GM functioneert Rivers abominabel. Al zouden de aflopende verbintenissen van vijf veterane bankspelers (Crawford, Stephenson, Prigioni, Smith en Mbah A Moute) niet verlengd worden – hierdoor zouden de Clippers overigens maar negen spelers onder contract hebben staan – alsnog (!) komen de Clippers voor volgend seizoen al boven het (extreem) verhoogde salarisplafond uit. Dit terwijl de Thunder nog 17 miljoen dollar aan ‘ademruimte’ hebben, met maar drie open plekjes op het roster. Nogmaals: advantage, OKC.
Foto: Getty Images/archief

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen