MLB Hall of Fame 2018: SportAmerika Editors' Choice (V)

De lezers hebben gesproken. Over een paar dagen verschijnen de resultaten van jullie MLB Hall of Fame-stemming op SportAmerika. Tot die tijd maakt een aantal MLB-redacteuren elke dag hun stembiljet voor de Hall of Fame openbaar. Wie kregen dit jaar onze stem? Welke spelers lieten we bewust (of strategisch) achterwege? Wie stemmen wij naar eeuwige roem in Cooperstown?
We sluiten af met MLB-redacteur Mike van Dijk.


MIKE VAN DIJK’S STEMBILJET


Verdienen de spelers die performance enhancing drugs (PED) gebruikten een plekje in de Hall of Fame? De BBWAA-leden vinden tot op heden de tijd hier nog niet rijp voor en ook ik houd hier in deze verkiezing nog aan vast. Als je de vergelijking maakt met andere sporten, dan is het gek om in het honkbal spelers als Barry Bonds en Roger Clemens ineens op een voetstuk te plaatsen.
Ja, deze spelers hebben in een bepaald tijdperk een enorme rol gespeeld in de sport. Hun prestaties zijn nog steeds uniek en trokken destijds veel aandacht. Dat moet je in de Hall of Fame benoemen en beschrijven, maar moet je het een prominente plek en individuele erkenning geven? De integriteit van de sport heeft namelijk wel geleden.
Zodoende heb ik, na het nodige denkwerk, geprobeerd een clean lijstje in te leveren met spelers die in mijn ogen Hall of Fame-waardig zijn.
Hierbij mijn ballot:


  1. Vladimir GUERRERO
  2. Trevor HOFFMAN
  3. Andruw JONES
  4. Chipper JONES
  5. Edgar MARTINEZ
  6. Fred McGriff
  7. Mike MUSSINA
  8. Jim THOME
  9. Omar VIZQUEL
  10. Larry WALKER

NO-DOUBT

Vladimir Guerrero, Chipper Jones, Jim Thome
Vladimir Guerrero is misschien wel een van de beste contact hitters van zijn generatie. Na zestien jaar honkbal en 2.147 wedstrijden staat er een slaggemiddelde van .318. Impressive!

Van de spelers die geen PED’s gebruikten, is Chipper Jones de man met het hoogste WAR. Voor de slash line die na negentien jaar MLB op zijn naam in de boeken staat neem ik mijn honkbalpet af: .303/.401/.529.
Om voor Jim Thome een case te maken, hoef je maar naar één categorie te kijken, homeruns. De 612 ballen die hij over de hekken sloeg zijn er meer dan genoeg om hem te vereeuwigen in Cooperstown.

‘WHY?’ YOU ASK

Mike Mussina, Trevor Hoffman, Edgar Martinez, Andruw Jones, Omar Vizquel
Na Chipper Jones is Mike Mussina de speler met het hoogste WAR (83.0) van de genomineerden. Bovendien verdienen ook pitchers een plek in de Hall of Fame! Mussina startte in zeventien opeenvolgende MLB-seizoen minimaal 24 wedstrijden. Die durability komt vandaag de dag weinig meer voor. In zijn loopbaan behaalde hij 270 wins met een 3.68 ERA en 1.19 WHIP. Dat zijn prima cijfers voor een pitcher die, zoals een ander redactielid al opmerkte op zijn ballot, zijn hele carrière uitkwam in de AL East.
Trevor Hoffman en Edgar Martinez waren in hun specifieke rol toppers. Hoffman behoort met 601 saves toch wel tot de elite van closers. In de afgelopen decennia was de save een statistiek waar veel waarde aan werd gehecht. De spelers die op dat gebied excelleerden behoren thuis in de Hall of Fame, omdat het iets zegt over de manier waarop het spel werd gespeeld en gewaardeerd. Vandaar mijn keuze voor Trevo. Martinez is een van de betere DH’s ooit.

De defensieve kant van het honkbalspel verdient erkenning. Vandaar dat Andruw Jones en Omar Vizquel mijn stem krijgen. Zoals beschreven in de SportAmerika HoF-voorbeschouwing is Andruw één van de weinige spelers die 400+ homeruns sloeg en tien of meer Gold Gloves won. Dat zijn voor ons Kingdom of the Netherlands de nationale records in de MLB. Vizquel won vanaf 1993 negen Gold Gloves op rij. Hij was bijna een decennium lang de beste defensieve korte stop, wat in mijn ogen een plek in de Hall of Fame verdient.

DE CATEGORIE ‘NET WEL’

Larry Walker, Fred McGriff
Kijk je naar de clean hitters onder de genomineerden, dan is Larry Walker de beste qua sluggingpercentage en OPS. In zo’n offensief getalenteerde groep verdient hij, ondanks zijn Coors Field home field advantage, een stem.
Fred McGriff krijgt met zijn bijna 500 homeruns het voordeel van de twijfel. Een spelers wiens prestaties ongetwijfeld meer erkenning hadden gehad wanneer zijn collega’s geen gebruik hadden gemaakt van niet toegestane hulpmiddelen.

GEEN COOPERSTOWN, WEL PERSOONLIJKE HoF

Curt Schilling – Hall of Fame waardig op basis van zijn werpcijfers op het veld. Na zijn carrière buiten het veld Hall of Fame onwaardig. Het laatstgenoemde telt in mijn ogen zwaar mee als je Cooperstown wilt halen. Schilling staat vanwege zijn World Series MVP prestatie in 2001 (D-backs for the win!) in mijn persoonlijke HoF.

Sammy Sosa – 609 homeruns (trademark Sosa huppeltje). Het is echter maar de vraag hoeveel van die homeruns eerlijk zijn geslagen. Sosa was mijn held toen ik honkbal begon te kijken. Dus wel in mijn Hall of Fame, maar niet in Cooperstown.
Barry Bonds en Roger Clemens – De twee beste spelers van het steroïdetijdperk in de MLB. Unieke prestaties en cijfers, zelfs met de prestatieverhogende middelen.
Orlando Hudson – De O-Dog was waarschijnlijk net zo verrast dat hij op de ballot stond als dat ik het was. Het zou een mirakel zijn als hij de Hall of fame daadwerkelijk haalt. Toch was Orlando Hudson één van mijn favoriete D-backs spelers. Vandaar deze shout-out.

Cover photo: Getty Images
Top photo: John Greim/LightRocket via Getty Images

Mike van Dijk
MLB-contributor. Arizona Diamondbacks-fan vanaf het inaugurele seizoen. Speelt in de podcast dan ook mee met ieder rondje Big Unit Bingo. Naast honkbal, fan van Ole Miss (Hotty Toddy) en de Pittsburgh Steelers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen