In Memoriam: Henry ‘Hank’ Aaron (1934 – 2021)

Helaas begint 2021 zoals het vorige jaar eindigde: met het overlijden van een honkbalicoon. Opnieuw is ons één van de groten ontvallen. Henry ‘Hank’ Aaron, de man die in 1974 het all-time homerunrecord van Babe Ruth overnam, is niet meer. Hammerin’ Hank werd 86 jaar oud.

Het grootste talent van Aaron, naast zijn indrukwekkende swing, was zijn constante productie. De outfielder, die later in zijn carrière ook nog op het eerste honk actief zou zijn, werd maar liefst vijfentwintig keer verkozen tot de All-Star Game, speelde verspreid over 23 seizoenen het duizelingwekkende aantal van 3.298 wedstrijden en sloeg in vijftien van die seizoenen meer dan 30 homeruns. In 1982 werd hij met 97,8% van de stemmen opgenomen in de Hall of Fame.

NEGRO LEAGUES

Als 15-jarig talent mocht Aaron op proef komen bij de Brooklyn Dodgers, de organisatie waarvoor zijn held Jackie Robinson gedebuteerd was. Na afloop lag er echter geen contract op hem te wachten. Nadat hij indruk had gemaakt bij de Black Bears, een semiprofessionele club uit zijn geboortestad Mobile in het zwaar gesegregeerde Alabama, kon de jongeling een paar jaar later alsnog de overstap maken naar de Negro Leagues. In dienst van de Indianapolis Clowns zette hij de lijn voort. Mede dankzij Aarons offensieve inbreng wonnen de Clowns in ’52 de Negro League World Series.

ALSNOG NAAR DE MAJORS

Ditmaal hapten teams uit de Major League wel toe. Meervoud, inderdaad, want zowel de New York Giants als de Boston Braves hoopten Aaron te verleiden met een contract. De Braves boden $50 per maand meer en dus trok Aaron niet naar de Big Apple, maar naar Beantown. Eerst moest hij alleen nog een tussenstop maken in de minors om van zijn merkwaardige kruislingse batting grip af te komen.

Nadat dit verholpen was, stond er een herboren slagman. Hij werd uitgeroepen tot Rookie of the Year in de Northern League en mocht de volgende winter een stapje omhoog in de organisatie naar de Jacksonville Tars, één trede onder de majors.

Het leven was in die tijd niet makkelijk voor een zwarte speler in die contreien van het land. Aaron en vier van zijn teamgenoten doorbraken in ’53 zelfs de ‘color barrier’ in de zogenaamde Sally League. Zijn spel leed niet onder het racisme dat hij frequent meemaakte. Hij voerde de competitie aan in slaggemiddelde, runs, honkslagen, doubles, total bases en RBI’s en leidde zijn team naar de titel. Aan het eind van het seizoen werd hij dan ook niet geheel onverwacht uitgeroepen tot meest waardevolle speler van de competitie. De Braves hadden genoeg gezien en haalden hem naar Milwaukee, waar de club inmiddels naartoe verhuisd was.

DEBUUT

Ondanks dat zijn eerste jaar in de hoofdmacht op 5 september door een gebroken enkel abrupt en vroegtijdig ten einde kwam, kon Aaron terugkijken op een geslaagde vuurdoop. Vanaf zijn debuut was hij niet weer weg te denken uit de basis van de Braves. In elk van de volgende 16 seizoenen zou Aaron 145 of meer wedstrijden spelen. Twaalf van die jaren eindigde hij ook in de top 10 van de MVP-verkiezing. Slechts eenmaal won hij die prijs. In 1957, op 23-jarige leeftijd, hield hij de 14 jaar oudere Stan Musial, wiens 100-jarige geboortedag we een aantal maanden geleden nog vierden, nipt achter zich.

Dat seizoen vormde in alles het hoogtepunt uit zijn carrière. Niet alleen werd hij namelijk verkozen tot MVP, maar ook won hij dat jaar met Milwaukee de World Series. Doordat hij er voor had gekozen om met een lichtere knuppel te gaan slaan, nam zijn bat speed toe en zag hij vanaf dat moment zijn homerunaantallen stijgen, van 27 en 26 in de jaren ervoor, naar nu 44 — het hoogste aantal in de majors. Zijn naam als homerun hitter was gevestigd.

715

Jaar na jaar bleef Aaron honkslagen en homeruns produceren. Op 17 mei 1970 werd hij de eerste speler met 3.000 honkslagen en 500 homeruns. Hoe meer homeruns hij sloeg en hoe dichter hij het record van Ruth naderde, hoe hatelijker de brieven waren die hij ontving. Vele bedreigingen, verwensingen en andere racistische boodschappen belandden er in die dagen op de deurmat van de Aarons. In het museum in Cooperstown zijn nog enkele exemplaren van deze brieven terug te lezen. Het was dezelfde druk als waaronder Roger Maris in ’61 had moeten presteren, maar dan besprenkeld met een uitzonderlijk vieze racistische saus.

Ondanks de haat die op hem gericht werd en hoewel het hem van binnen verscheurd zal hebben, bleef Aaron uiterlijk kalm en beheerst. Hij behield de waardigheid waarom hij bekend stond en op 4 april 1974 evenaarde hij het homerunrecord. Niet in Atlanta, de nieuwe thuishaven van de Braves, maar in Cincinnati, omdat hij van commissioner Bowie Kuhn in minimaal twee van de drie wedstrijden daar moest uitkomen. Vier dagen later verbeterde hij het record. Nummer 715 sloeg hij wel in Atlanta, voor een uitzinnig thuispubliek.

GROOTSTE ALLER TIJDEN

Er zouden nog 40 homeruns volgen, maar de helft daarvan zou komen in een nieuw uniform. Na afloop van het seizoen werd Aaron door de Braves getrade naar de Milwaukee Brewers, maar het beste was er voor de speler — die inmiddels de veertig was gepasseerd — vanaf. In 1976 hield hij het op 42-jarige leeftijd voor gezien. Zijn naam prijkte in bijna alle offensieve categorieën zo niet bovenaan, dan toch in ieder geval in de top tien. Dat 2,2% van de stemmers niet op hem stemde in ’82 blijft een gotspe, maar zijn plaque straalt er niet minder om.

Met Henry Aaron verliezen we niet alleen een van de grootste honkballers aller tijden, maar ook een mooi mens. Iemand die racistische haat moest doorstaan enkel vanwege zijn geweldige prestaties en ondanks dat altijd zijn waardigheid behield. Wie je ook spreekt over Henry Aaron, iedereen is het er over eens: there was no one better, on and off the field.

Coverfoto: AP Photo

Sander Grasman
Recreatief sporthistoricus en vice-voorzitter van de Nederlandse Fred McGriff-fanclub.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Gerelateerde artikelen